Intuïtief eten klinkt misschien diepzinnig, maar het is eigenlijk juist heel simpel. Het is eten zoals een kind doet: wanneer je honger hebt, zonder er al te veel bij na te denken. Uitgaan van het signaal ‘honger’, ‘dorst’ of ‘genoeg’. Het gekke is alleen: als volwassene gaat die simpele manier van eten niet meer vanzelf.

Dit kom doordat je allerlei regeltjes in je hoofd hebt: dit eet je om die tijd, dat niet, dit is gezond, dat niet. Bij intuïtief eten, een methode ontwikkeld door de Amerikaanse Evelyn Tribole en Elyse Resch, ga je van andere principes uit.

1 Honger is belangrijk

Honger is een heel belangrijk signaal. Het vertelt je simpelweg dat het tijd is om te eten. Neem het dus serieus, en laat je verstand (‘het is nog te vroeg’ of ‘het is al te laat’) niet de overhand nemen. Honger is net zoiets als vermoeidheid: het vertelt je dat je lichaam iets nodig heeft (namelijk voeding, of slaap).

De kunst is om twee verschillende soorten honger te onderscheiden. Er is fysieke en emotionele honger. Fysieke honger is: je lichaam heeft eten nodig. Emotionele honger is: je voelt je verdrietig, leeg, boos of gefrustreerd, en wilt dat gevoel met eten verzachten. Het is niet altijd makkelijk, maar die laatste soort honger kun je beter op een andere manier stillen. Door even iemand te bellen en je hart te luchten, bijvoorbeeld. Vind je het lastig om niks te eten? Zet dan een warme kop (gember)thee voor jezelf.

2 Eten is je vriend

Als je veel strenge ideeën over eten hebt (wanneer je het doet, hoeveel, en wat precies) kun je eten als de vijand gaan zien. Heel veel dingen mogen immers niet, ze staan op de zwarte lijst. Bij intuïtief eten kijk je vriendelijker naar voeding. In principe hoef je niets in de ban te doen – als je maar goed naar je lichaam luistert.

3 Weet wanneer je vol zit

Net zoals het belangrijk is te voelen wanneer je honger hebt, is het ook goed om te weten wanneer je genoeg hebt gegeten. De meesten van ons zijn gewend om te eten op vaste momenten, verdeeld over de dag. Soms zijn die vaste momenten te leidend, bijvoorbeeld wanneer ‘een koekje bij de thee hoort’ of ‘vrijdagavond borrelavond is’. Als je voldoende hebt gegeten, is zo’n koekje soms misschien te veel, of heb je helemaal geen trek in een glas wijn met een stukje kaas. Ook voor die snackmomentjes kun je je intuïtie volgen. Kies ervoor wanneer je er echt zin in hebt, niet wanneer het ‘hoort’.

4 Eet met aandacht

Voelen wanneer je honger hebt, kan in het begin best een uitdaging zijn. Hoe weet je dat nou? Aandachtig eten is de sleutel. Ga rustig zitten voor het eten – aan tafel – en eet bewust. Dan voel je vanzelf: nu is het genoeg.

5 Geniet!

Eten dient niet alleen om te voeden. Het is meer dan brandstof, het is ook iets waar je van mag genieten (en wat je daardoor erg gelukkig kan maken). Ervan genieten geeft een voldaan gevoel, waardoor je weet: dit was heerlijk, maar nu ben ik uitgegeten. Dus: neem je iets lekkers, hou je dan tijdens het eten niet bezig met ‘is dit goed of slecht’. Denk bij een stukje chocola niet ‘foei, dit had een appel moeten zijn’, maar proef bewust.


Meer Happinez?

Klagen, zeuren, mopperen. Je betrapt jezelf er liever niet op, maar we doen het allemaal. Soms lucht het op, maar vaak ook niet. Dan voel je je er moe en futloos van worden. Kan dat niet anders?

Ook Sandra Brandt bespeurde bij zichzelf de neiging tot klagen. Was het niet over de frustrerende zaken des levens, dan was het wel over andere klagers. Stel dat ze nou zou stoppen met klagen, wat zou daar dan voor in de plaats komen? Ze bedacht de #klaagvrijemaandag en daagde daarmee zichzelf en anderen uit om niet meer te klagen.

Van een dag per week groeide haar missie al snel uit tot iets groters. Als het lukt om een dag per week niet te klagen, dan zou het immers ook moeten lukken om dat langer vol te houden – misschien zelfs de hele week. In haar boek Klaagvrije maandag – 7 sleutels voor een rijker leven vertelt ze waar klagen vandaan komt en hoe je die behoeften op een andere manier kunt vervullen. Er zijn namelijk alternatieven voor klagen. Hoe en wat? Vijf inzichten van Sandra.

1 Klagen is een omweg

Klagen is een manier om je behoeften kenbaar te maken, maar dan wel een omslachtige manier. ‘Je doet het via een omweg: door schuld te geven. Je zegt meestal niet waar je werkelijk behoefte aan hebt,’ schrijft Sandra. De kunst is om vaker de rechtstreekse route te nemen. Zeg wat je op je hart hebt, vraag om de dingen waar je naar verlangt. Sta je op het punt om ergens over te klagen, dan kun je jezelf dus de vraag stellen: wat zit me dwars, wat mis ik?

2 Klagen verdient compassie

Over mensen die klagen, wordt vaak… juist ja, geklaagd. Maar als je het vorige inzicht op je in laat werken, is dat eigenlijk niet terecht. Als je begrijpt waarom mensen klagen – vanuit een behoefte of gemis – is het gemakkelijker om invoelend te zijn. De persoon die klaagt, vindt het blijkbaar moeilijk om te voelen wat er onder die klacht ligt, en om datgene te vragen wat hij of zij nodig heeft.

3 Je hoeft niet altijd blij te zijn

Moet je nu alles met de mantel der liefde bedekken? Zeker niet. Niet meer klagen, betekent niet dat je bij alles hiep hiep hoera roept. “Klaagvrij door het leven gaan, gaat juist over oprecht zijn naar je binnenwereld,” schrijft Sandra. En: “Het vraagt je om stil te staan bij wat ertoe doet en om ongemak te verdragen zolang dat nodig is.”

4 Verwachtingen -> klagen

Wie niets verwacht, raakt nooit teleurgesteld en heeft dus niets te klagen. Maar ja, om niets te verwachten moet je spiritueel wel heel vergevorderd zijn. Toch helpt het om je bewust te zijn van wat je verwacht. “Klagen heeft altijd een oorsprong bij de mismatch tussen je verwachting of wens en de realiteit.”

5 Je innerlijke criticus kan je helpen

Dat stemmetje in je achterhoofd dat je steeds vertelt dat je niet goed genoeg bent, of niet te veel moet willen, dat is je innerlijke criticus. “Hij gaat nu eenmaal uit van het ergste en wil je beschermen door te zeggen: ‘Doe maar niet, het gaat je toch niet lukken’ of ‘Wie ben jij nu helemaal? Houd je nou maar koest.'” Toch kun je wat aan ‘m hebben. Besef dat jij niet je innerlijke criticus bent, maar dat hij los van jou staat. Je kunt ‘m, in Sandra’s woorden, op de achterbank zetten en zelf achter het stuur gaan zitten. Hij roept dan af en toe wel wat, maar zijn commentaar helpt je juist om je eigen pad te vinden. Je hoort hem namelijk alleen als je spannende, nieuwe stappen zet. Dan weet je dus: ik ga vooruit, ik neem risico’s.

Meer lezen?

Meer Happinez?

In nieuwe situaties moet je kind wennen. Dat betekent dat er af en toe ruimte nodig is voor zijn of haar verdriet of boosheid. Alleen heb je als ouder natuurlijk ook je eigen emotie. Hoe geef je ruimte aan je kind én aan je eigen gevoel? Tips van Philippa Perry, schrijver van de bestseller Het boek waarvan je wilde dat je ouders het hadden gelezen. 

Erken wat je kind voelt

Of het nu blij is, boos is, verdrietig is, angstig: affirmeer het gevoel van je kind. Ga er niet aan voorbij, maak het niet kleiner dan het is (ook niet als je graag zou willen dat het ‘wel meevalt’ – wat een begrijpelijke wens is, want geen ouder ziet z’n kind graag van slag). Gevoelens verdwijnen niet zomaar, ook niet bij de kleinsten. Integendeel: als ze gehoord worden, vervliegen ze veel sneller. “Vraag jezelf af: wanneer schreeuw ik het hardst? Juist, als je niet wordt gehoord. Gevoelens moeten gehoord worden.”

Voel niet té veel mee

Het andere uiterste is dat je als het ware meehuilt met je kind. Dat is natuurlijk een teken van groot inlevingsvermogen, maar uiteindelijk maak je het je kind er niet makkelijker mee. Als hij van slag is en papa of mama raakt net zo erg van slag, is het de volgende keer moeilijk om weer zijn gevoel te delen. Je kind kan dan denken dat het te veel voor je is. “Dat is wat kinderen nodig hebben, dat ze bij je terechtkunnen met hun gevoelens. Dat houdt in dat je naast ze staat en weet en accepteert hoe ze zich voelen, maar niet overmand raakt door hun gevoelens.”

Oefen in dealen met je eigen emoties

Het kan goed zijn dat je het zelf lastig vindt om te gaan met je gevoelens, bijvoorbeeld omdat je vroeger thuis hebt geleerd dat er geen ruimte was voor boosheid of verdriet. Je maakt het je kind makkelijker als je jezelf óók ruimte geeft voor emoties. Een manier om dat te doen, is je gevoel te omschrijven in plaats van jezelf. Dus niet: ‘ik ben bang’ maar ‘ik voel angst’. Dat maakt het minder overweldigend. “Als je het zo zegt, definieer je het gevoel, in plaats van dat je jezelf ermee identificeert. Zoiets kleins kan een groot verschil maken.”

Oplossen hoeft niet altijd

Vind je de emoties van je kind lastig of confronterend, dan kun je geneigd zijn snel op zoek te gaan naar oplossingen. Maar net als volwassenen, zoeken kinderen niet altijd naar een pasklaar antwoord. Vaak is een knuffel of een troostend woord meer dan genoeg. “Waar het om gaat is dat ze zich verzoenen met hun gevoelens als ze de bittere levensles leren dat niet alles altijd gaat zoals ze willen.” Met andere woorden: met een teleurstelling is vaak prima te leven, als je er maar even flink van mag balen of om mag snotteren.

Doe het af en toe verkeerd (en zeg sorry)

Perfecte ouders bestaan niet. Sta jezelf toe missers te maken, én om dat vervolgens ruiterlijk toe te geven. Zo leert je kind dat fouten maken erbij hoort, en dat het heel gewoon is om daar later op terug te komen. Sterker: “Aanvoelen hoe een ander zich voelt en op een breuk herstel laten volgen is altijd beter dan impasses, hoogoplopende ruzies en winnen of verliezen.”

Meer tips van Philippa?


Meer Happinez?

In het begin van je relatie heb je aan één woord genoeg, maar naarmate je langer samen bent, loont het om iets bewuster stil te staan bij de manier waarop je met elkaar praat. Door liefdevol te blijven communiceren voorkom je misverstanden, onbegrip en teleurstellingen, en blijf je in contact.

Liefdevol communiceren

Gek hoe dat werkt: als je nog maar kort bij elkaar bent, denk je helemaal niet na over de manier waarop je met elkaar praat. Dat gaat gewoon zo. Tuurlijk ontstaat er wel eens een misverstand, maar dat los je dan zo weer op. Maar hoe langer je bij elkaar bent, hoe gemakkelijker er ruis ontstaat. In haar boek De Relatie APK legt relatietherapeut Nynke Nijman uit hoe belangrijk goed communiceren is. In haar praktijk heeft ze talloze stellen ontmoet, dus ze weet waar ze het over heeft. Echt met elkaar in gesprek gaan, schiet er na jaren samenzijn vaak bij in.

Grappig eigenlijk, zegt ze, want als mensen verder van ons afstaan (collega’s, buren, mensen die je voor het eerst ontmoet) doen we erg ons best om communicatieve vaardigheden toe te passen. Bij de persoon die het dichtst bij ons staat, zijn we geneigd te denken dat hij of zij ons wel zal begrijpen.

Blijven praten is het belangrijkste advies van Nynke. Maar ja, da’s gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoe voer je een goed, constructief gesprek?

1 Wees voorzichtig met aannames

Ook als je elkaar al járen kent, kun je niet in elkaars hoofd kijken. Een Engelse uitspraak luidt: assumption is the mother of all f***ups. Met andere woorden: zodra je aannames gaat doen, gaat het vaak mis. Dan ontstaan misverstanden en gaat jouw interpretatie van het gedrag van je partner in je hoofd een heel eigen leven leiden. Stel dus open vragen, of check of wat jij denkt klopt (‘Ik heb het gevoel dat je boos op me bent omdat ik vandaag zo druk was, klopt dat?’).

2 Vertel wat je verwacht

Veel aannames die we doen, zijn gekoppeld aan verwachtingen. We denken dat de ander wel weet wat we van hem of haar willen. Helaas, dat is niet altijd zo. Nynke: ‘Als je goed wilt communiceren, kan het helpen om als zender te vertellen wat je verwacht van de ontvanger. (…) Soms heb je juist nodig dat je partner je helpt en probleemoplossend te werk gaat, maar op andere momenten wil je gewoon even steun.’

3 Wees het soms oneens

Het cliché wil dat liefdespartners samen één zijn, maar jullie zijn uiteindelijk toch echt twee verschillende mensen. Waarschijnlijk trok je dat juist in de ander aan, en vice versa. Verwacht dus niet dat jullie het overal over eens zullen worden. ‘Kom je in zo’n situatie waarin jij en je partner verschillen van inzicht of een andere mening hebben, probeer dan eens de volgende zin uit te spreken: ‘Let’s agree to disagree.’ Laten we het erover eens zijn dat we het oneens zijn.’

4 Doe je best voor elkaar

Klinkt een beetje streng, maar het is wel een belangrijke tip. Bij onze geliefde kun je je zó vrij voelen, dat je omgangsvormen uit het oog verliet. Want je partner, die is er toch wel, en die kent je van haver tot gort. Trap niet in die valkuil, zegt Nynke. ‘Wees de beste, meest liefdevolle persoon bij je partner. Juist wanneer de spanningen oplopen.’ Want: op termijn zijn conflicten, als ze heel talrijk worden, niet goed voor je relatie. Al is er natuurlijk niks mis mee als het af en toe knalt.


Meer Happinez?

Als ouder neem je de manier waarop jij opgevoed bent, mee in de opvoeding van je kind. Daar hoef je niet van in paniek te raken, zegt psychotherapeut en bestsellerauteur Philippa Perry. Maar hoe beter je beseft hoe je jeugd je gevormd heeft, hoe meer ruimte je je zoon of dochter kunt geven. 

‘Kinderen doen niet wat we zeggen, maar wat we doen’, is zo’n klassieker die je wel eens hoort. De uitspraak reflecteert hoeveel belang we hechten aan ‘het goede voorbeeld geven’. Maar ja, als ouder ben je niet perfect. Soms schiet je uit je slof, soms raak je geïrriteerd door iets wat je kind doet, soms brengt een simpele opmerking van je zoon of dochter je terug in je eigen jeugd. Dat kan niet anders, zegt bestsellerschrijver Philippa Perry in haar boek Het boek waarvan je wilde dat je ouders het hadden gelezen (en je kinderen blij zijn dat jij het doet).

Je kunt er als ouder niet omheen om stil te staan bij hoe je jeugd is geweest, schrijft Perry. Dat helpt je namelijk te begrijpen waarom je reageert op je kind zoals je doet. Reageer je boos op je kind, dan is dat misschien omdat boosheid jouw manier is om je te verweren tegen een ander gevoel, bijvoorbeeld angst of hulpeloosheid. Je wordt dus kwaad op je kind, maar eigenlijk zit er een ander gevoel onder, iets wat stamt uit je eigen jeugd.

Straf jezelf niet af

Die boosheid zou je niet moeten negeren of ontkennen, volgens de psychotherapeut. Het klinkt misschien voorbeeldig om te zeggen dat je altijd dól op je kinderen bent, maar ook negatieve gevoelens zijn reëel. Ze verdienen het om onderzocht te worden, want dan kom je bij de oorzaak ervan. Ken je die eenmaal, dan raak je minder snel geërgerd door het gedrag van je kind, want nu begrijp je dat je ergernis al oud is – en dat je kind niks verkeerd doet.

Wat je ook doet, straf jezelf niet af omdat je soms uit je slof schiet of geërgerd bent. Al was het maar omdat zelfkritiek besmettelijk is. Denk maar aan die moeder die voor de spiegel haar eigen figuur afkeurt: grote kans dat haar dochter later ook negatief naar haar lichaam kijkt. Herken je innerlijke criticus wanneer die van zich laat horen, en luister naar ‘m, maar geef hem geen gelijk. En denk niet te zwart-wit over ouderschap: geen ouder is alleen maar goed of slecht. ‘Een knorrige, eerlijke ouder (normaliter gezien als ‘slecht’) kan een betere ouder zijn dan een gefrustreerde, wrokkige ouder die zich verschuilt achter een façade van zoetsappige beminnelijkheid.’

Meer lezen?


Meer Happinez?

Er zijn mensen die altijd alles intens lijken te voelen: hebben ze verdriet, dan huilen ze dikke tranen, zijn ze blij, dan grijnzen ze van oor tot oor. Heb je soms het gevoel dat al die emoties zich bij jou van binnen opstapelen, vind je het moeilijk ze eruit te laten? Zo leer je te voelen.

Emoties stellen je in staat voluit te leven. Houd je ze tegen, dan doe je jezelf tekort, want zonder pieken en dalen wordt het leven vlak en saai. Acda en De Munnik zongen het al: ‘Geluk kan enkel groeien als je ook het droeve voelt.’

Al zijn sommige gevoelens eng of pijnlijk, ze helpen je om tegenslag te verwerken. Zoals Paul Loomans, auteur van ‘Goed Gevoel’, het zegt: ‘Onze ratio heeft de neiging onaangename gewaarwordingen te willen vermijden of wegdrukken. Maar daarmee houd je de verwerking tegen. De uitdaging is je vertrouwd te kunnen voelen met iets wat onaangenaam aanvoelt.’

Laat het binnenkomen

Emoties zie je niet altijd aankomen. Iemand zegt iets, er komt een gedachte in je op, je hoort een bepaald liedje en ineens lijk je overspoeld te worden door verdriet, schaamte, boosheid of welk gevoel dan ook. De kunst is het dan toe te laten. Ga even rustig zitten en laat het over je heen komen. Hoe meer je het tegenhoudt, hoe groter het wordt – of hoe meer de knoop in je maag groeit. Sta je het gevoel gewoon toe om er te zijn, dan verliest het zijn scherpe kantjes.

Zoek de stilte op

Ook als je juist niet weet wat je voelt, kan het helpen om je te ontspannen. Dwing jezelf niet om een knoop te ontwarren, maar zoek de stilte op. Het maakt niet uit of je dat binnen of buiten doet, en het hoeft ook niet meteen lang te duren. Probeer je gewoon af en toe, liefst elke dag een momentje, over te geven aan het moment. Zonder afleiding van andere mensen, je telefoon, Netflix, muziek. Alleen al het vermijden van die afleidingen kan zorgen voor ruimte in je hoofd.

Gebruik je lijf

Hoe meer je in je hoofd zit, hoe verkrampter je kunt raken. Ben je zo iemand die alles wil analyseren en al dat gedenk moeilijk los kan laten, dan zit er niets anders op dan je te richten op je lichaam. Ga fietsen, hardlopen, skaten, het maakt niet uit wat: bewegen helpt om je innerlijke kramp kwijt te raken. Die kramp uit zich trouwens ook vaak in een gespannen lichaam.  Psychotherapeut Nathaniel Branden, auteur van het boek ‘Op weg naar zelfrespect en zelfvertrouwen’, schreef daarover: ‘Een emotie is zowel een geestelijke als een fysieke gebeurtenis.’

Probeer niet te oordelen

Het is best lastig om wél je emoties toe te laten, maar niet de stemmetjes die je als voetbalcommentatoren vanaf de zijlijn hun mening toeschreeuwen. ‘Dit is aanstellerij’, ‘Nu overdrijf je’, ‘Hier ben je nu toch wel overheen?’ – het lijkt misschien goed om kritisch op jezelf te zijn, maar je ondermijnt jezelf ermee. Gevoelens zijn niet ‘terecht’ of ‘onterecht’, ze zijn er gewoon. Een beetje zoals wolken aan de lucht. Je kunt er van alles van vinden, maar daarmee gaan ze niet weg. Het werkt beter om er gewoon aandachtig naar te kijken.


Meer Happinez?

De Mayakalender, ook wel Tzolkin genaamd, telt 260 dagen met elk een eigen karakter. De kalender kent twintig zonnezegels, ook wel oerkwaliteiten genoemd. Iedere dag staat in het teken van een andere oerkwaliteit.

Eén Maya-kalenderjaar telt twintig periodes van dertien dagen (20 keer 13 is 260 dagen) waarin de oerkwaliteiten van de twintig zonnezegels gelden. Op elke dag in zo’n periode van dertien dagen staat naast een zonnezegel ook een toon centraal die aangeeft wat de energie van die dag is.

Met de website Maya Wijsheid bereken je jouw zegel door middel van je geboortedatum.

Vier thema’s

Een Maya-jaar bestaat dus uit dertien periodes met twintig verschillende zonnezegels. De twintig zonnezegels horen bij vier thema’s die als volgt verdeeld zijn:

Geboorte-energie

Eén van de onderdelen van je zegel is je geboorte-energie, die staat voor je levensmissie en de uitdagingen die op je pad komen. In een reeks van vier artikelen maak je kennis met de twintig zonnezegels als geboorte-energie, beginnend bij de eerste vijf met het thema passie: Rode Draak, Witte Wind, Blauwe Nacht, Geel Zaad en Rode Slang.

Rode Draak

Vertrouwen, verzorgen, initiëren; Rode Draak staat voor een nieuw begin. Met Rode Draak als geboorte-energie ben je continu in beweging: nieuwe dingen onderzoeken, uitproberen en opstarten. Gedurende je leven word je uitgedaagd oervertrouwen op te bouwen in jezelf. Je leert te zijn wie je bent en uit te spreken wat je vindt. De schaduwkanten van Rode Draak zijn weinig (zelf)vertrouwen, te serieus zijn en boosheid. Wees daar alert op en probeer de energie op zo’n moment weer positief te keren.

Witte Wind

Witte Wind-energie zorgt voor verandering. Met deze zonnezegel als geboorte-energie heb je elke dag nieuwe ideeën. Je hebt een grenzeloze fantasie en wordt uitgedaagd om helder te communiceren. Want jouw enthousiasme en idealen overbrengen op anderen is je levensmissie. Witte Wind-energie nodigt je uit om goed naar je intuïtie te luisteren. Twijfelen en een overdreven behoefte aan vrijheid zijn je valkuilen. Keer regelmatig naar binnen om goed aarden.

Blauwe Nacht

Mensen met Blauwe Nacht als geboorte-energie zijn uiterst sensitief. Ze luisteren vaak goed naar hun gevoel en voelen ook anderen haarfijn aan. Blauwe Nacht-energie zorgt ervoor dat je je graag veilig voelt. Je bent een harde werker die dromen het liefst vandaag verwezenlijkt. Oordelen en veroordelen brengen je van je levenspad; probeer altijd te relativeren. Op jouw weg ontdek je waarheden voor jezelf én voor anderen. Wees je daarvan bewust.

Geel Zaad

Geel Zaad biedt structuur. Wat je ook doet in je leven, de mogelijkheden liggen voor het oprapen. Jij kunt zaken voltooien en daar de vruchten van plukken. Natuurlijk leiderschap straal je uit. Je stelt hoge doelen, hebt oog voor de talenten van anderen en stimuleert hen. Lastig vind je het om je diepe gevoelens te doorvoelen, die ga je het liefst uit de weg. Waak daarvoor, want juist die zelfkennis zorgt ervoor dat je ontwikkeling in beweging blijft.

Rode Slang

Is je geboorte-energie Rode Slang? Dan ben je temperamentvol, wilskrachtig en charismatisch. Een intense persoonlijkheid voor wie genieten van het leven het hoogste goed is. Het is voor jezelf en anderen wel eens lastig om met je passievolle karakter om te gaan. Probeer je energie te stroomlijnen door te dansen, patronen te doorbreken en lief te hebben op een manier die bij jou past. Want het is jouw talent om uit te dragen wat onvoorwaardelijke liefde is.


Meer weten?

Meer Happinez?

Even loskomen uit je gedachtenwereld, dat is soms best lastig. Er gebeurt vaak zoveel in dat hoofd! Maar volgens spiritueel leraar Bentinho Massaro heb je er maar een paar seconden voor nodig. Twee tot vijf, om precies te zijn.

In één van zijn vele meditatiefilmpjes legt Bentinho – die hier pas 28 jaar is, en toch al tien jaar spirituele lessen geeft – de techniek uit waar hij patent op heeft: ‘2-to-5-seconds’. Of eigenlijk laat hij het vooral zien. Hij telt niet tot vijf, maar hij neemt je mee in een verhaal, waarin hij steeds een paar seconden pauzeert. Terwijl je luistert, doe je met hem mee.

Misschien is ‘loslaten’ soms zo lastig omdat we het te hard proberen. Want de ‘truc’ van 2-to-5 is dat je niets moet dóen, je moet juist iets laten, iets loslaten. Je richt je in gedachten op een bepaald ‘verhaal’, wat dat dan ook is, en plots laat je die focus los. Ineens raak je uit het verhaal dat je zo bezighield en voel je weer gewoon dat je er bent. Hier en nu. Niet meer en niet minder.

Beeld: fotografie door Eric van Lokven, styling door Cyn Ferdinandus


Meer Happinez?

Tijdens een sabbatical was Alex Pang plotseling veel productiever dan anders. Toen hij zich ging verdiepen in wetenschappelijk onderzoek naar rust, ontdekte hij dat een goede balans tussen werk en ontspanning hét recept is voor een waardevol leven. 

Hoe bent u op het idee gekomen dat rust zo belangrijk is?

Een aantal jaar geleden was ik op sabbatical. Ik had tien jaar keihard gewerkt als consultant in Silicon Valley en ik was moe. Tijdens de sabbatical merkte ik dat ik meer las, nadacht en voor elkaar kreeg dan toen ik mezelf dwong om dag en nacht door te werken. En toch was ik veel relaxter en ervoer ik meer vrijheid. Dat was een eyeopener. In biografieën die ik daarna las over beroemde succesvolle en creatieve mensen zag ik ineens dat de meesten van hen hun leven inrichtten op een manier die aangaf dat ze hun rust heel serieus namen. De mensen die intense concentratie wisten af te wisselen met bewuste rust hadden het meeste succes in hun werk én het aangenaamste leven. Die ontdekking was voor mij aanleiding om me te gaan verdiepen in wetenschappelijk onderzoek naar rust.

En toen ontdekte u dat hersenen niet rusten als je rust.

Precies. Als je bijvoorbeeld de was aan het vouwen bent of een ander taakje doet waarbij je niet hoeft na te denken, gaan je gedachten alle kanten op. Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat er op die momenten niks gebeurt in je brein. Uit MRI-scans blijkt echter dat hersenen in de ruststand net zo actief zijn als wanneer zij zich focussen op een bepaald onderwerp. Als er niet bewust wordt nagedacht, schakelt het brein automatisch over op het zogenaamde ‘defaultnetwerk’. Daarin worden herinneringen vastgelegd, wordt het verleden doorgrond en wordt naar oplossingen gezocht voor problemen die op dat moment in je leven spelen. Terwijl je rust, gebeuren er dus heel belangwekkende dingen! De hersenen van creatieve mensen lijken zo gevormd te zijn dat zij optimaal gebruik kunnen maken van dat defaultnetwerk. Hun brein blijft onbewust bezig met hun werk, ook als ze rusten. Sterker nog: hun brein heeft die downtime nodig om hun creatieve problemen op te lossen. Hun werk zou zonder die rustmomenten niet lukken.

Ook als je geen kunstenaar bent kun je de werking van het defaultnetwerk ervaren, bijvoorbeeld als je tijdens dat vouwen van de was ineens de naam te binnen schiet van de actrice waarnaar je gisterenavond bij het televisiekijken tevergeefs zocht. Dan is het defaultnetwerk aan het werk. Als je zogenaamd niets doet, kan je brein creatieve verbindingen leggen. Alles wijst er kortom op dat je productiever en energieker wordt, en meer tijd overhoudt voor je persoonlijk leven als je korter, maar geconcentreerder werkt en bewuste rust neemt.

Het hele interview met Alex vind je in Happinez ‘Vertrouwen’.


Meer Happinez?

Helemaal zonder kan bijna niemand – en dat hoeft ook helemaal niet. Maar als jij ook weleens het knagende gevoel hebt dat de schermpjes een te grote rol spelen in je leven, doe ze dan eens een dagje in de ban. Gewoon, bij wijze van experiment. Waar ga je dan de overgebleven tijd aan besteden, en hoe voelt dat? 

Ga eindeloos wandelen

Als je gewend bent altijd je telefoon bij je te hebben, is het bijna niet meer voor te stellen hoe het is om de tijd kwijt te zijn. Probeer het eens: ga naar een groot natuurgebied en begin gewoon te lopen, zonder plan. Waarschijnlijk vallen je weer dingen op waar je normaal amper aandacht aan besteedt: hoe de zon langzaam wegtrekt, bijvoorbeeld. En hoe het is om in een klok-loze, berichtjesloze bubbel te zitten. Wat doet dat met je? Voelt het onrustig, of is het eigenlijk best fijn?

Verveel je

Kijk maar om je heen in de trein en de bus: onze nummer-1-reflex bij verveling is de telefoon pakken. Er staat altijd wel wat nieuws op Facebook, of er zijn nieuwe plaatjes te zien op Instagram, of overpeinzingen te delen met vrienden. Wat gebeurt er op een dag zonder telefoon, als je niet kunt toegeven aan die reflex? Je begint te mijmeren, en dat brengt je altijd op nieuwe gedachten. Wie weet zelfs op een briljant plan, of een waardevol inzicht. Van verveling kun je een hoop leren.

Haal de Monopoly van zolder

Tuurlijk is samen met je lief voor de tv hangen soms best een fijne tijdbesteding, maar wat dacht je van een ouderwets potje Risk of Monopoly? Wie weet krijg je weer de smaak te pakken.

Ga lekker lang tafelen

Als de schermpjes off limits zijn, voel je (na een tijdje) minder onrust. Dat betekent: lekker rustig eten met alle tijd voor elkaar, zonder afleidingen: alle ruimte voor een goed gesprek.

Lees dat boek

Oké, oké, het is niet op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd, maar het kan bijna niet anders dan dat er elke dag duizenden mensen in Nederland zijn die wéér niet in dat boek op hun nachtkastje hebben gelezen. Gewoon omdat er maar zoveel vrije uren in een dag zitten, en social media / mailtjes / series op Netflix daarvan weer een groot deel wisten op te slurpen. Die tijd hou je nu over om je eindelijk onder te dompelen in die spannende thriller of fascinerende biografie.

Heb seks

Wat wél uit onderzoek blijkt: de smartphone verpest onze sekslevens. Logisch, dat getuur op een schermpje in bed betekent weinig goeds voor de intimiteit. Op een dag zonder telefoon hou je daar natuurlijk ook tijd voor over – en het helpt vast ook dat je elkaar wat meer in de ogen kijkt. (Al kan ’t uiteraard ook in je eentje.)


Meer Happinez?