Heb je jezelf wel eens afgevraagd wat de betekenis van het leven is? Volgens de Finse filosoof Frank Martela zou de vraag eigenlijk moeten zijn: wat is de betekenis ín het leven? Het antwoord daarop bestaat volgens hem uit twee delen. De betekenis in het leven is jezelf van betekenis maken voor anderen. En als je ziet dat jouw leven betekenisvol is voor andere mensen, kun je ook de waarde zien in je eigen leven.

‘De mensen voor wie we het meest betekenisvol zijn, zijn de mensen die het meeste om ons geven’, aldus Martela. Jouw persoonlijke rol in een hechte relatie – of dat nu met een geliefde, familielid, vriend(in) of collega is – is uniek en onvervangbaar. Jij geeft betekenis aan het leven van die ander, puur en alleen door er te zijn.

Verbinding geeft betekenis

Als mens ben je een sociaal dier en voel je van nature een fundamentele behoefte om ergens bij te horen, zegt Martela. We vinden het welzijn van de mensen die dichtbij ons staan bijna net zo belangrijk als ons eigen welbevinden. Soms zelfs nog belangrijker. Hoewel onze maatschappij behoorlijk individualistisch is, vervaagt de grens tussen onszelf en de ander in een hechte relatie. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat wanneer je je meer verbonden voelt met familie en vrienden, je je leven als betekenisvoller beschouwt. Omgekeerd geldt dat ook. Wie zich buitengesloten voelt, beoordeelt het leven eerder als minder betekenisvol.

Alledaags en intiem

Mocht je denken dat je een groots en meeslepend leven moet leiden om betekenisvol te zijn: betekenis komt juist van de kleine, vaak alledaagse momenten waarop we ons verbonden voelen met onze naasten. De gesprekken die je voert met je lief, vlak voor het slapen gaan. De knuffel met je kind als je hem of haar ophaalt van de crèche. Of het onderonsje met je zus in een kamer vol mensen. Martela: ‘Zulke momenten zijn intiem, zorgzaam en vol warmte en daardoor van grote betekenis.’

Onbewoond eiland

Het gebeurt maar al te vaak dat familiebanden en vriendschappen opgeofferd worden voor succes en een glansrijke carrière. Arts Aki Hintsa, die werkte met onder andere F1-coureurs en invloedrijke managers, vroeg zijn cliënten om op een briefje te schrijven welke mensen ze mee zouden nemen op een maandenlange bootreis of naar een onbewoond eiland. Hij adviseerde ze om dat lijstje goed te bewaren en nog eens goed te bekijken als hun succes toenam, en allerhande mensen daar ineens een graantje mee van wilden pikken. Hintsa drukte ze op het hart om tijd vrij te blijven maken voor hun inner circle. Dat zijn de mensen die jouw leven betekenis geven, en vice versa.

Topprioriteit

De vraag die Hintsa zijn cliënten voorlegde, kun jij jezelf ook stellen. Wie zou jij meenemen? Welke mensen zijn echt belangrijk voor je? Met wie is het samenzijn alleen al een bron van betekenis? Bedenk vervolgens hoeveel tijd en energie je aan die mensen spendeert, en of jullie contact echt en oprecht is. Als verbinding voor betekenis zorgt, hoef je alleen maar je perspectief te veranderen als je het gevoel hebt dat je leven niet (voldoende) betekenisvol is. Focus je minder op jezelf en meer op je relatie met anderen. Neem Hintsa’s advies ter harte: tijd doorbrengen met de mensen van wie je houdt, hoort bovenaan je prioriteitenlijstje.

Meer over betekenisvol leven lees je in Een prachtig leven. Hoe vind je de zin in je bestaan? van Frank Martela.

Beeld: fotografie door Eric van Lokven, styling door Cyn Ferdinandus


Meer Happinez?

In de fase van 0-7 jaar richt een kind zich helemaal op het beheersen en waarnemen van zijn eigen lichaam.

Kleine kinderen bootsen instinctief na wat volwassenen doen. Als je in je handen klapt dan doet een kleuter dan ook, terwijl een groot kind dat pas zal doen als je het vraagt. En een klein kind zal een gat in de lucht springen als het iets moois ziet of huilend op de grond gaan liggen trappelen als het boos is. Die grote lichamelijke reacties horen helemaal bij deze fase (0-7 jaar). Kinderen kijken niet alleen naar wilde bloemen, maar plukken ze ook en ruiken eraan en onderzoeken ieder blaadje, soms proeven ze er zelfs van. Ze willen de bloem met al hun zintuigen ervaren. Dit zijn de bijbehorende zintuigen van deze fase: 

1. Tastzin – oervertrouwen

Al in de baarmoeder ontdekt een baby de tastzin. Hij stoot tegen de zachte baarmoederwand, hij voelt zijn eigen lijfje en houdt de navelstreng vast. Deze waarneming is heel subtiel in het warme vruchtwater. Zodra de baby geboren wordt, gaat de tastzin helemaal openIneens voelt hij warm en koud, een handdoek, kusjes, vastgehouden worden, de geur van zijn moeder, de smaak van melk. Het is een explosie van beleving. Het kind leert: ik heb een lichaam. Als een baby vastgehouden wordt, voelt het de stevige steun van de arm die het wiegt, het zakt niet weg in een bodemloze leegte. De baby vasthouden wekt een gevoel van existentiële veiligheid. Deze hele vroege beleving vormt de ervaringsgrond voor het latere existentiële vertrouwen. Freud noemde dit het oervertrouwen. Hoe je als baby ontvangen en benaderd wordt, zegt veel over hoe je als volwassene de wereld om je heen vertrouwt. 

Geborgenheid

Naast het wekken van dit oervertrouwen is de tastzin belangrijk voor innerlijke geborgenheid. Want de tastzin gebruikt een baby ook in de eerste ontmoetingen met anderen. Wie houdt mij vast? Is er liefdevolle aandacht voor mij? De baby probeert het wezen van iets of iemand af te tasten. Als je als ouder werkelijk met je ziel aanwezig bent bij je kind, ontwikkelt het een gevoel van innerlijke geborgenheid. In latere tijden van onzekerheid kan het terugvallen op zijn herinneringen aan deze geborgenheid. Dan is er de instinctieve zekerheid dat het weer grond zal vinden. Het gevoel in de wereld geborgen zijn, legt ook de basis voor het je geborgen weten in de liefde van anderen. 

Plant een zaadje voor diep vertrouwen in de wereld

Om de tastzin van je kind extra te stimuleren kun je het vasthouden en knuffelen. Vooral de blote huid strelen en zacht masseren en kriebelen. Bij heel jonge baby’s maak je ronde bewegingen en niet afstrijkende, omdat ze hun notie van waar ze beginnen en ophouden nog moeten ontwikkelen. Geef je kind speelgoed gemaakt van natuurlijke materialen. Een gladde bal gemaakt van het hout van een boom die licht en water heeft opgenomen, de wind heeft voelen waaien en door mensenhanden is gevormd, prikkelt de tastzin op heel veel lagen. Neem je baby mee naar buiten, wijs de zon aan en de sterren en de maan, laat het de bast van een boom voelen en luister naar de vogels en het water in de beek. Oudere kinderen laat je buiten spelen met zand, helpen met afwassen of broodjes bakken. Zo plant je een zaadje voor een diep vertrouwen in de wereld om hen heen.  

2. Levenszin – lekker in je vel

Het zintuig van de levenszin leert het kind de toestand van zijn eigen lichaam kennen. We zeggen: Lekker in je vel zitten. En dat is precies waar het hier om draait: het ontwikkelen van welbehagen in het eigen lichaam.

Harmonie

Ritme is heel belangrijk voor de levenszin. Geregelde maaltijden, op vaste tijden slapen, een harmonische sfeer in huis en het afwisselen van actieve en ontspannende activiteiten – het eerder genoemde in- en uitademen – dragen bij aan een basaal gevoel van tevredenheid. Op geestelijk vlak geeft deze harmonie je kind het vermogen om samenhangend te denken. Dat klinkt misschien nog ver weg als je een heel jong kind hebt, maar een lichaam dat zich lekker voelt en harmonie ervaart, heeft het vermogen om ook onuitgesproken signalen waar te nemen en samenhang te ontdekken in de gedachten en woorden van een ander. Dit is een hele empathische kwaliteit, waarvoor de basis via de levenszin al in de hele vroege jeugd gevormd wordt.  

3. Bewegingszin – vallen en opstaan

De bewegingszin gaat over fysiek bewegen, maar ook over emotioneel bewogen worden. Over klimmen en klauteren, springen en rennen, maar ook over schrikken als er ineens geschreeuwd wordt, je helemaal over kunnen geven aan de verwachting van de taart in de oven of je ontspannen in een warme omhelzing. Dit zintuig ontwikkelt zich tussen het eerste en derde levensjaar, de periode waarin je kind bewegingsvrijheid leert kennen en zijn lichaam ook echt gaat bewonen. Hoe groter het oervertrouwen in het eerste jaar, hoe vrijer je kind nu de wereld gaat onderzoeken. Met vallen en opstaan. Mogen vallen is nodig om weerstand te verduren en vervolgens weer op te staan. Frustratie helpt om wilskracht te ontwikkelen en door te zetten. Ook het gevoel van kracht is hiermee verbonden. Een kind dat vrij mag bewegen en de vrijheid heeft om te vallen en op te staan zal zijn bewegingszin als vanzelf ontwikkelen.   

4. Evenwichtszin – je staande houden

Dit is het zintuig dat je gebruikt om te voelen of je letterlijk in evenwicht bent: dat je op twee voeten staat en niet omvalt. Maar het gaat ook over emotioneel in evenwicht zijn. Met een gezonde evenwichtszin kun je je staande houden in je eigen innerlijke wereld én in de buitenwereld. Zelfs als je uit het veld geslagen bent, kun je snel weer in balans komen.

Innerlijk uit evenwicht zijn uit zich in innerlijke onrust, niet stil kunnen zitten, overal om huilen of juist schreeuwen of te hard lachen. Als je in je latere leven moeite hebt met innerlijk evenwicht, kun je proberen om dit eens terug te voeren op de ontwikkeling van je evenwichtszin in je vroege jeugd. Om kinderen te helpen bij de ontwikkeling van hun evenwichtszin klimmen ze het liefst in bomen en gaan ze steltlopen, hinkelen, balanceren. Voor volwassenen helpt yoga bij het hervinden van je evenwicht, zowel geestelijk als lichamelijk.  

Tekst: Sarah Domogala 

Voor dit artikel is geput uit de wijsheid en het schrijven van Rudolf Steiner, Loïs Eigenraam, Michaela Glückler, Monique Wortelboer en Dr. Albert Soesman.

Meer weten?

In Happi.kids 3-2020 lees je verder over dit onderwerp. Bestel dit nummer in onze webshop.

Happi.kids 3-2020
Happi.kids 3-2020
Bestel nu Happi.kids ‘Samen’ en ontvang het nummer gratis thuisbezorgd.
Bekijk product
7,99

 Meer Happinez?

‘Buikpijn komt soms niet omdat je iets verkeerds hebt gegeten, maar omdat je buik je iets toefluistert’, zegt de kindercoach tegen een van mijn kinderen.

‘Je buik zegt: “Ho, wacht eens even, er gaat iets mis. Hier moet je even bij stil staan, want er valt iets te voelen.” Als je niet luistert omdat het handiger is om gewoon door te gaan alsof er niets aan de hand is, kan het gefluister van je buik een hard geroep worden. Je buik schreeuwt om je aandacht, om gewoon te voelen wat je eigenlijk echt voelt en er niet van weg te vluchten en te doen alsof alles oké is. Je buik roept je terug naar de waarheid.’

Pijnlijke gevoelens mogen er ook zijn

De basishouding van mijn kind is opgewekt en enthousiast, maar als hij overdreven vrolijk gaat doen, dan weet ik dat het mis is. Dan is de buikpijn erg. Na jarenlang alles lichamelijk gecheckt te hebben, in de reguliere en alternatieve gezondheidszorg, zitten we nu sinds een paar maanden bij een kindercoach. Elke keer zie ik hoe mijn zesjarige naar haar luistert, hoe de buikpijn daarna langzaam afneemt en bedenk ik me wat een zegen het is dat hij deze les op deze leeftijd al mag leren. Hoe lang heb ik erover gedaan om te leren dat ook pijnlijke gevoelens een plek verdienen en dat ze die anders wel opeisen met hoofdpijn, knopen in je buik, verstarde spieren en een knagend gevoel dat je ergens aan voorbij gaat? Een jaar of dertig, gok ik. En op mijn eenenveertigste leerde ik het pas echt.

Winning team

‘Je lichaam is eigenlijk een soort geweldige auto,’ gaat de kindercoach verder en ik zie hoe ze nu zijn volledige aandacht heeft, ‘en jij – wie je bent, je levenskracht – bent de bestuurder.’ Hij begint te stralen. ‘Het is de enige auto die je ooit zult hebben, het is je kostbaarste bezit, met al het geld van de wereld nog niet te koop. De bestuurder en de auto zijn altijd nauwkeurig op elkaar afgesteld. Jouw auto past precies bij jou en wat je in je leven te doen hebt. En weet je wat? Niemand anders kan die auto voor je besturen; je moeder niet, je juf niet, je vriendjes niet. Zij kunnen alleen hun eigen auto’s besturen. Alleen jij kunt het leren. Als dat gebeurt, zijn jullie een winning team. Een gouden combinatie.’

Gouden sleutel

‘Als je iets pijnlijks of lastigs niet wilt voelen, stap je als het ware uit de auto en loop je een eindje weg. De auto roept: “Hé, waar ga jij nou heen? Kom terug, want zonder jou kan ik niet rijden!”’ Hij knikt. Dat is inderdaad niet zo handig, zie ik hem denken. ‘Zodra je van jezelf alles mag voelen, blijf je in de auto zitten. Soms voel je je misschien niet zo geweldig, maar dat is dan maar even zo. Je kunt in elk geval gewoon samen blijven rijden naar waar je naartoe wilt.’

‘Heb je de autosleutel eigenlijk al?’ vraagt de kindercoach. Hij schudt van nee. ‘Hier is ‘ie,’ zegt ze terwijl ze een onzichtbare sleutel pakt en voor hem houdt, ‘het is een gouden sleutel, alleen bedoeld voor jouw auto.’ Hij kijkt naar haar hand en neemt de sleutel glunderend van trots van haar aan.


Meer Happinez?

Nu de lente is aangebroken en het leven zich meer buiten gaat afspelen, is het belangrijk om liefde te geven aan je lijf. Met de positieve energie en helende kracht van kristallen geef je je lichaam een liefdevolle boost. Zo zet je kristallen in bij je verzorgingsritueel.

Bergkristal

Om je lijf in alle rust liefde te geven is het fijn om je terug te trekken in een eigen domein. Een ruimte waar je de deur achter je dicht kunt trekken om in het hier en nu te zijn. Bergkristal zou volgens de kristallenleer een rustgevend effect hebben op de ruimte waarin de steen zich bevindt en zou de andere edelstenen in zijn buurt versterken. Daarnaast zou bergkristal beschermen tegen de ongunstige energie van elektrische apparaten zodat je ongestoord tot stilte komt. De positieve energie die bergkristal uit zou stralen wordt ook gebruikt om lichamelijke klachten op te heffen.

Rozenkwarts

Rozenkwarts zou volgens kristalexperts zorgen voor onvoorwaardelijke liefde, zachtheid en geborgenheid. Daardoor zou rozenkwarts de gave hebben om je relaties te versterken, ook de relatie die je hebt met jezelf. Vul een voetenbadje met (lauw)warm water op een temperatuur die voor jou aangenaam voelt en leg daar een rozenkwarts en een aantal rozenblaadjes in. Ga je met blote benen in het bad zitten; dit zou zorgen dat de voedende energie van rozenkwarts vrij door je lichaam kan stromen.

Amethist

Amethist brengt volgens de kristallenleer innerlijke rust en balans en zou ontspannend werken. Daarom kan het fijn zijn om jezelf te masseren met een amethist. Door de unieke kracht en trilling van de steen zou je lichamelijke blokkades opheffen en je lichaam in balans brengen. Leg je de steen op een plek waar je stress ervaart, dan wordt volgens kristalexperts de onrustige energie afgevoerd en die plek op je lichaam met nieuwe, kalme energie gevoed.

Jade

Jade heeft volgens de kristallenleer een harmoniserende en kalmerende invloed. Verzorg je je huid met jade, dan zou dat een reinigend effect hebben. Daarom is het verzorgen van je gezicht met deze steen een waardevolle toevoeging aan je verzorgingsritueel. Gebruik een gezichtsroller van jade om je huid een massage te geven of breng er je dagcrème of serum mee aan. Voor een extra verkwikkend effect kun je de gezichtsroller in de koelkast leggen.

Smaragd

Lukt het niet om tijd te maken voor zelfzorg? Met smaragd versterk je je hartchakra, volgens de kristallenleer. Dat kan helpen om je gevoel van eigenwaarde te vergroten. Eigenwaarde helpt je om te kiezen voor jezelf en de tijd te nemen om te doen waar jij je goed bij voelt. Draag een smaragd ter hoogte van je hart om dicht bij jezelf te blijven en zelfliefde te stimuleren.

Tekst: Susanne van Gendt, beeld: fotografie door Marcel van Driel, styling door Mirjam van der Rijst


Meer Happinez?

Bewegen is goed voor je, want door te bewegen maak je het gelukshormoon endorfine aan. Dat geeft een instant vrolijk gevoel en gaat pijn tegen. Samen met je kind bewegen, vergroot het gevoel van verbinding en door te bewegen bouw je uithoudingsvermogen, spierkracht en souplesse op. Het bijzondere aan dansen is dat het ervoor zorgt dat bewegen bijna vanzelf gaat. Met deze dansspelletjes kun je samen vreugdevol bewegen.

Duizend bewegingen

Dans- en theaterdocent Paul Rooyackers heeft een bundel gemaakt met 50 dans- en bewegingsspelletjes voor kinderen en jongeren. Een voorbeeld is het spelletje ‘duizend bewegingen’. Ga in een kring staan en maak slow-motion bewegingen vanuit één hand. Gebruik je onder- en bovenarmen nog niet. Kijk hoeveel bewegingen je kunt maken. Vervolgens mag je je onderarm ook gebruiken. Wat kun je nu allemaal? Daarna ook de bovenarm. Je andere arm. De schouders. Je nek. Je hoofd. Uiteindelijk kun je wel duizend sierlijke bewegingen maken zonder bepaalde lichaamsdelen te gebruiken.

Balansdans

Een ander voorbeeld uit de bundel van Paul Rooyackers is het samenwerkingsspelletje ‘balans’. Ga met z’n tweeën tegenover elkaar staan, strek je armen en houd je handpalmen tegen die van je partner. Houd de handen tegen elkaar gedrukt en probeer allerlei houdingen uit. Hoog, laag, door je knieën, dicht bij de grond. De een kan zijn armen buigen. Beweeg mee met wat de ander aangeeft. Wissel van tempo.

Als een vlinder

Dansdocent Marieke Trienekens maakt graag gebruik van materialen zoals ballen, bellenblaas of sjaaltjes. Dat kun je zelf ook doen met je kind. Bellenblazen, de muziek aan en dan rondjes tussen de bellen door draaien, ze met je voeten of handen aanraken, zorgen dat ze mee gaan dansen… Een bal kun je op de maat overgooien of op de maat laten stuiteren. Met een sjaaltje kun je een vlinder nadoen of je hangt ’m aan je billen en doet alsof je een staart hebt.

Dansen met je baby

Ook met je baby kun je samen dansen. Deins met je baby in de draagdoek mee op de muziek. Door het wiegen ontspannen de meeste baby’s, je krijgt er zelf een goed humeur van en je lijf blijft er soepel bij. “Een dag niet gedanst, is een dag niet geleefd”, zegt dansende dokter Cuna Knegt. Ze is arts en onderzoeker, en toert samen met neuroloog Erik Scherder door het land om iedereen te over­tuigen van het belang van dansen. Ze begint elke dag zingend, wiegend en klappend met haar acht maanden oude zoontje. Cuna: “Ik dans met hem door het huis. Hij trappelt mee met zijn beentjes als hij in de stoel zit, of met zijn hele lichaam als hij zich heeft opgetrokken aan de tafel.”

Meer lezen over dansen met je kind?

In Happi.kids 3-2020 vind je nog meer ideeën om samen te bewegen. Over buikdansen, dansen met pubers en verlegen kinderen los laten komen. In dit nummer vind je ook een uitgebreid dossier over gezinsdynamiek, een interview met relatie- en gezinstherapeut Roefke Carmiggelt en lees je hoe je met je kind kunt aarden. Happi.kids 3-2020 is te bestellen in de Happinez webshop.

Happi.kids 3-2020
Happi.kids 3-2020
Bestel nu Happi.kids ‘Samen’ en ontvang het nummer gratis thuisbezorgd.
Bekijk product
7,99

Meer Happinez?

Gezond eten heeft niet alleen invloed op je lichaam, maar ook op je geest. Volgens de nieuwste inzichten beïnvloeden darmbacteriën onze hersenen, en daarmee ook ons gedrag en gevoel. Hoe gezond eten je kan beschermen tegen sombere gevoelens en negatieve gedachten: zorg voor je darmen, en zij zorgen voor je brein.

Vlinders in je buik van verliefdheid of een onderbuikgevoel als je intuïtie je iets probeert te vertellen. Wat je met je hoofd bedenkt en welke gedachtes er bewust of onbewust in je opkomen, je buik laat duidelijk weten welke emoties daarbij horen. Darmen zijn misschien niet meteen het meest aantrekkelijke orgaan, maar het is wel een heel intelligent orgaan. De darmen hebben een eigen, buitengewoon complex zenuwstelsel dat in verbinding staat met onze hersenen. Vandaar dat de Amerikaanse neurowetenschapper Michael Gershon onze darmen de naam ‘tweede brein’ gaf.

Beïnvloedbaar

De communicatie tussen hoofd en buik gebeurt via de nervus vagus, een zenuwbaan die het zenuwstelsel van je darmen direct verbindt met het centrale zenuwstelsel. Maar er is nog iets aan de hand tussen buik en brein, en dat heeft alles te maken met je darmmicrobioom, oftewel het ecosysteem van bacteriën, schimmels en virussen in je darmen. Dat die miljarden bacteriën in je darmen je spijsvertering beïnvloeden is algemeen bekend. Maar vrij nieuw zijn de onderzoeksresultaten die aantonen dat je darmmicrobioom ook de signalen beïnvloedt die via de nervus vagus van je darmen naar je hersenen worden uitgezonden. En dat niet alleen: onderzoeken tonen aan dat er een relatie is tussen je darmmicrobioom en je mentale en emotionele welzijn. Volgens wetenschappelijke inzichten beïnvloeden onze darmen voor tien tot vijftien procent gevoelens van melancholie, woede en stress.

Psychobiotica

Deze bevindingen over de relatie tussen buik en brein maken het aannemelijk dat sombere gevoelens, geluk, gevoel voor eigenwaarde en onzekerheid niet alleen tussen je oren zit. Wie wij zijn, wat ons menselijk en uniek maakt, is meer dan een optelsom van processen die zich in je hersenen afspelen. Cognitief neurowetenschapper Laura Steenbergen onderzoekt al jaren hoe darmbacteriën onze hersenen en daarmee ook ons gedrag en gevoelens beïnvloeden. Steenbergen doet onderzoek naar hoe het precies zit met de nervus vagus, hoe informatie wordt uitgewisseld tussen darmen, darmbacteriën en hersenen en hoe onze darmbacteriën de chemische processen in ons brein beïnvloeden.

Darmbacteriën en ons brein

“Pas in de afgelopen paar jaar is duidelijk geworden hoe invloedrijk de communicatie tussen ons microbioom en hersenen is op ons mentale en emotionele welzijn”, zegt Prof. dr. Eric Claassen, immunoloog, hoogleraar aan de VU en oprichter van Stichting Darmgezondheid. “Dat komt doordat er in de laatste jaren veel onderzoek is gedaan naar het implanteren van darmbacteriën van gezonde donoren bij patiënten met ernstige darmklachten. We hebben het dan over fecale microbiota transplantatie, kortweg poeptransplantatie.” Claassen is betrokken bij onderzoek naar poeptransplantatie waarbij een waterige oplossing van de ontlasting van een gezond persoon wordt ingebracht in de darmen van de patiënt. Het idee is dat de evenwichtige darmflora van de donor helpt bij het in balans brengen van de darmflora van de ontvanger. Deze behandelmethode klinkt niet heel aantrekkelijk, maar dankzij poeptransplantaties zijn artsen en wetenschappers veel te weten gekomen over de connectie tussen buik en brein.

Luister naar je buik

De resultaten zijn veelbelovend, maar Claassen benadrukt dat al het onderzoek nog in een beginstadium verkeert en dat er nog veel meer onderzoek nodig is om zeker te weten hoe het nu echt zit. Claassen: “Wat we inmiddels wel met zekerheid kunnen zeggen is dat de invloed van onze darmbacteriën op ons algehele welzijn vele malen groter is dan we ooit gedacht hebben. Misschien is psychobiotica wel de nieuwe Red Bull of Ritalin onder studenten.”

Schrap simpele suikers

Een gezonde darmmicrobioom kan studenten zeker helpen bij het verminderen van stress en daardoor het verbeteren van cognitieve vaardigheden. Maar eigenlijk is het schrappen van simpele suikers uit je voedingspatroon nog veel effectiever. Uiteindelijk draait alles om je suikerinname. Goede darmbacteriën doen het goed op complexe suikers, slechte darmbacteriën gedijen op simpele suikers. Denk maar eens aan hoe je je voelt na een suiker binge. Je lichaam vertelt je heel duidelijk dat dat geen goed idee was. Mensen die veel suikers eten, hebben vaak ook een negatiever zelfbeeld dan mensen die heel gezond eten. Als je na die suiker binge naar jezelf in de spiegel kijkt, zie je iets heel anders dan na een dag supergezond eten. Die waarneming, dat is een breinsignaal. Iedereen weet eigenlijk wel van welke voedingsmiddelen je je scherper of onscherper voelt. De vraag is alleen, luisteren we wel voldoende naar ons lichaam?

Zorg goed voor je microbioom

Goede voeding is de basis voor een gezond microbioom, vindt ook Karine Hoenderdos, journalist, diëtist en schrijfster. Hoenderdos verdiept zich al jaren in de relatie tussen voeding, darmen en gezondheid. “Met gezonde voeding kun je jezelf beter beschermen tegen sombere gevoelens, steeds terugkerende negatieve gedachtes en andere klachten waardoor je minder sterk in je schoenen staat.” Maar waar begin je? Eerst de boel even goed schoonspoelen met een tiendaagse sapkuur en drie darmspoelingen? Hoenderdos: “Liever niet. Met darmspoelingen spoel je je kostbare microbioom weg en zeker als je gezond bent, is dat zonde. Je microbioom bouwt zichzelf wel weer op, maar dat kost tijd en je darmen krijgen sowieso een klap te verwerken. Veel beter is om je darmbacteriën te voeden en een gevarieerd microbioom op te bouwen. Dat doe je met gezond en vooral heel gevarieerd eten. Hoe gevarieerder je voeding, des te gevarieerder je microbioom. Eet zoveel mogelijk verschillende groenten, fruit, granen en peulvruchten. En let op je vezelinname.

Melancholie, woede & stress

Volgens de laatste wetenschappelijke inzichten beïnvloeden onze darmen voor tien tot vijftien procent gevoelens van melancholie, woede en stress. Darmen vertellen de hersenen wat er vanbinnen gaande is en dat kan alarmerend of juist geruststellend zijn. Het kan dus zijn dat ze deels verantwoordelijk zijn voor ons humeur.

(bron: Gut, de herziene uitgave 2018 – Giulia Enders)

Meer Happinez?

Ernestine Numan is coach en geeft retreats voor drukke moeders. Speciaal voor Happinez schreef ze een paar persoonlijke en herkenbare columns, zoals deze over leven in vrije flow.

Magisch en moeiteloos leven, wie wil dat niet? In de realiteit is het leven vaak meer een arena met hoogtepunten en dieptepunten, winst en verlies. Soms zijn we het middelpunt, soms staan we aan de zijlijn, maar we stáán er, de ene keer juichend, de andere keer huilend, we zíjn er.

Moederschap

Wat ik steeds meer zie en voel is dit: of we nou fysiek moeder zijn geworden of niet, moederschap is niet alleen een rol, het is vooral een energie die voor ieder van ons beschikbaar is. Een koesterende, creërende kracht van onvoorwaardelijke liefde. Een energie die, als deze vrij stroomt, ons leven een stuk magischer en moeitelozer maakt.

Helaas stroomt deze energie alleen niet altijd in vrije flow vooruit, maar stagneert nog weleens.

Dat kan allerlei redenen hebben en wanneer we deze opsporen in onszelf, vinden we schatten die ons juist kunnen leiden naar de stroom van onvoorwaardelijke liefde, waarop we ons kunnen laten drijven.

Een open hart

Soms zijn er bepaalde gedachten die je beperken, oude onverwerkte pijn en opgekropte energie die blokkades veroorzaken.

Een open hart is de remedie. Ieder van ons beschikt over een hart dat het aangeboren vermogen heeft liefde te ervaren.

Hoewel we het niet altijd makkelijk vinden om liefde te voelen voor onszelf, is het de meesten van ons wel gegeven iemand of iets te bedenken waar we van houden. Fysiek moederschap kan hier een enorm hulpmiddel in zijn, maar het is niet noodzakelijk.

Onvoorwaardelijke liefde

Het is ons aangeboren vermogen om liefde te ervaren, dat ons hart nog verder opent en de grootst mogelijke liefde doet ontwaken, de liefde die we met moederschap associëren: de onvoorwaardelijke liefde.

Met de kracht van die onvoorwaardelijke liefde kunnen we opruimen wat ons niet meer dient aan beperkende gedachten of conditioneringen, persoonlijke en collectieve; en oude onverwerkte pijn helen door deze eerst toe te staan. Als deze eenmaal gezien en erkend is, zal de energie die hoort bij de oude pijn, gedachten of blokkades ons verlaten. Soms gebeurt dit direct, soms in stapjes.

Het is allemaal goed

Zo kunnen we de ruimte creëren om een lichter, moeitelozer leven te leiden, door ons hart werkelijk te volgen. Daarmee geven we de kinderen het grootste cadeau dat we kunnen geven. We worden een voorbeeld van vrijheid en authenticiteit. En zoals de Native Americans zeggen, met een ripple effect – niet alleen op de volgende generatie, maar op de volgende zeven generaties.

Wat we hiervoor kunnen doen is makkelijker dan je misschien denkt. We mogen ontspannen. Door deze ontspanning kan ons hart zich openen en herinneren we ons hoe mooi we zijn, en dat er niets ontbreekt op dit moment. We zien onze talenten kristalhelder en vinden de vorm waarin we onze bijdrage kunnen leveren aan onze omgeving. Hoe klein of groot ook. Het is allemaal goed.

En als we vooral dat laatste steeds dieper gaan geloven en erop vertrouwen, dan wordt het leven steeds magischer.

Beeld: fotografie door Sanne Tulp, styling door Anke Helmich

Meer Happinez?

Bankafschriften. Folders van de reisvereniging. Krantenknipsels. Mappen vol correspondentie. Rekeningen van het telefoonbedrijf. Tijdschriften. Foto’s. Een telefoonboek uit de jaren negentig.

Toen Anne Wesseling het huis van haar ouders opruimde, concludeerde ze dat ze daarmee niet alleen de balans van hun leven opmaakte, maar dat ze ook zichzelf er rust mee gaf.

Toen mijn vader vorig jaar overleed, hoefde zijn huis gelukkig niet op stel en sprong leeg, maar toch begon ik vrij voortvarend met het opruimen. In een weekend bracht ik alle kleren naar de kledingbak. Daarna begon het uitzoeken van de boeken, een enorme klus, maar ook dat lukte. Maar daarna kwamen de papieren. Daar zat ik dan, met een heilig ontzag voor het geschreven en gedrukte woord.

Kratten vol

In die fase ben ik nu dus. Ik denk eerlijk gezegd dat aan het eind van het opruimproces er maar een paar items overblijven die een vast plekje in mijn huishouden gaan vinden. Een blauwe hangklok, een houten kastje, een biografie over zijn held Mohammed Ali, de gedichten van Masha Kaleko en een verzameling Duitse poëzie. Maar toch wil ik alles door mijn handen laten gaan, en daarom staan er hier beneden dus nu tien plastic kratten gevuld met ordners en stapels papieren die ik maar meegenomen heb naar mijn eigen huis, omdat ik geen tijd had om het allemaal daar uit te gaan zitten zoeken.

Een onvermijdelijke verbondenheid

Ik hoor wel eens van erfenissen die gedoe opleveren, en ik prijs mezelf gelukkig dat ik dáár in elk geval als enig kind geen last van heb. Aan de andere kant ben ik wel de enige die nu, zo aan het eind, nog door alle spullen en papieren gaat. Daarom wil ik het ook zorgvuldig doen. Aan de ene kant vind ik dat soms irritant (‘Ik zit letterlijk met de zooi’ mopper ik soms zachtjes), aan de andere kant vind ik het bijzonder, omdat het ook een intiem proces is. Ik laat niet alleen al zijn spullen door mijn handen gaan (de kleding, het beddengoed, de douchegel en de aftershave) maar ik vind ook brieven, aantekeningen, speeches, mappen vol met krantenknipsels, een paspoort uit de jaren vijftig, de brieven die ik zelf als kind schreef, onbeholpen in het Engels gericht aan een onbekende en waarvan ik al niet wist wat ik erboven moest zetten (‘Dear dad?’) en van wie ik de taal niet eens sprak. Al doende krijg ik een beeld van een leven waar ik niet zoveel van wist, en toch als dochter onvermijdelijk mee verbonden ben.

Opruimen op een persoonlijke manier

Mijn moeder doet het trouwens heel anders. Haar huis is gezellig én opgeruimd, alles wat geen nut had of wat ze niet mooi vindt of niet gebruikt, heeft ze al lang geleden weggedaan. Als we bij haar op bezoek zijn, gaat ze aan het eind met de kinderen voor de boekenkast staan en mogen ze allebei een boek uitkiezen. Daarbij vertelt mijn moeder dan wat ze ervan vond, hoe ze eraan kwam en waarom ze het mooi vind. Zo ruimt ze haar boekenkast stukje bij beetje op, op een hele leuke en persoonlijke manier. Ze heeft jaren geleden de dozen met foto’s al uitgezocht en bewaart alleen de foto’s die ze bijzonder vindt en waar ze zelf op staat.

Bewuste keuzes

Iets om een voorbeeld aan te nemen, vind ik. Dat hele opruimen in het huis van mijn vader heeft namelijk nog een opvallende bijkomstigheid: ik kijk nu ook anders naar mijn eigen huis en vooral mijn archief (lees: de stapels papier en ordners en mappen met aantekeningen van lang geleden). ‘Stel dat ik onder de tram kom…’ zei ik laatst tegen mijn dochter, waarop ze monter antwoordde: ‘Dan gooien we alles weg!’ Lief, maar dat wil ik haar toch niet aandoen. Met het laatste kind bijna het huis uit, is het tijd om de boel een beetje voor te sorteren. Wat is écht de moeite waard? De boekhoudingen twintig jaar op zolder laten staan, is dat echt nodig? En die bankafschriften uit de jaren negentig, die nog in een mapje ergens liggen? De doos met foto’s waarvan ik soms niet eens weet wie er allemaal op staan? Ik laat het aan mijn kinderen zien, vertel er wat over, en dan kan het weg.

Elke dag een stukje leven door je handen laten gaan, daar komt het eigenlijk op neer. Ik ga het steeds leuker vinden en mijn heilig ontzag voor papier wordt minder. ‘Leuk om nog eens terug te lezen’, dat ‘nog eens’-moment is nú en daarna kunnen veel dingen weg. Uiteindelijk gaat het om de verhalen, niet om hoe ze zijn vastgelegd.

 

Meer lezen?

Meer Happinez?

Als we íets aan onze kinderen mee willen geven, dan is het wel levenskunst: hoe doe je dat nu, goed, gezond en gelukkig leven? Ayurveda, dat letterlijk ‘kennis van het leven’ betekent, geeft je veel handvatten die jou en je kind helpen om in balans te komen of te blijven. De Ayurvedische leer verdeelt mensen in drie verschillende typen, ook wel dosha’s genoemd. Voor een kind kun je die dosha’s koppelen aan een dier met vergelijkbare eigenschappen. 

Hoe herken je het hertje?

Rank, fijngebouwd kind dat snel koude han­den en voeten heeft. Het is emotioneel, enthousiast, creatief, gevoelig en het heeft een actieve geest – het gaat snel van de hak op de tak, is vaak een dromer die moeite heeft met focussen en die nerveus kan zijn. Herten kunnen vaak niet goed poepen en zijn moeilijke slapers. Ze leren het best via geluiden en kunnen snel leren, maar zijn het rela­tief snel weer kwijt. Als ze uit balans zijn, maken ze zich veel zorgen, ook over wereldproblemen. Baby’s willen vaak al veel bewegen en overal aanzitten. Oudere herten zijn veel aan het denken.

Hoe herken je het tijgertje?

Gemiddeld gebouwde, vurige kinderen die wat sproeten en huidproblemen zoals eczeem of pukkeltjes kunnen hebben. Ze hebben het snel warm, een rood gezicht en meer uithou­dingsvermogen dan hertjes. Tijgers zijn ongeduldig, snel boos en slechte verliezers. Zonder begeleiding kunnen ze bazig gedrag vertonen. Ze zijn competitief, gedreven en willen graag de beste zijn. Ze hebben een sterke focus, zijn vaak visueel ingesteld en goed met grafieken en wiskunde. Tijgers leren snel en onthouden het ook. Als ze stress hebben moeten ze ineens naar de wc, ze hebben sneller last van losse ontlasting en diarree. Als ze niet op tijd eten, worden ze chagrijnig. Ze raken gefrustreerd als ze hun energie niet kwijt kunnen en wisselen snel van stemming.

Hoe herken je het olifantje?

Wat zwaarder gebouwde kinderen die relatief langzaam bewegen en diep slapen. Ze hebben een natuurlijke kracht van zichzelf en zijn teamplayers doordat ze de stabiele, verbin­dende factor zijn. Ze willen niet de baas spelen en niet de snelste zijn, ze gedijen goed in groepen. Ze zijn rustig van aard, laten zich niet gek maken, hebben een goed geheugen, zijn koppig maar hebben geen stemmingswisselingen. Ze leren langzaam, maar als ze het doorhebben onthouden ze het voor altijd. Olifanten leren het best door iets te doen of te ervaren. Hun huid is wat dikker en steviger en kan wat vet, olieachtig zijn. Ze hebben vaak wat meer slijm, waardoor ze sneller verkouden zijn en hoesten. Ze hebben vaak een snotneus.

Meer lezen over Ayurveda voor kids?

In Happi.kids 3-2020 lees je welke muziek en kleuren passen bij hertjes, tijgertjes en olifantjes en welk type eten fijn is voor jouw kind. In dit nummer vind je ook een dossier over gezinsdynamiek en een prachtig interview met gezinstherapeut Roefke Carmiggelt. Happi.kids 3-2020 is te bestellen in de Happinez webshop.

Happi.kids 3-2020
Happi.kids 3-2020
Bestel nu Happi.kids ‘Samen’ en ontvang het nummer gratis thuisbezorgd.
Bekijk product
7,99

Meer Happinez?

Ik ontwaakte uit een nare droom die niet aanvoelde als een nachtmerrie, maar als een boodschap: mannen die mijn huis binnendrongen om spullen te stelen.

Dit soort voorspellende dromen of dagdromen heb ik wel vaker, en meestal zit er nauwelijks emotie bij, alleen een urgent gevoel: gelieve actie te ondernemen. Dezelfde dag nog regelde ik een beter slot op mijn achterdeur en liet die op de voordeur checken. Ingenomen met mijn daadkracht en goed ontwikkelde zesde zintuig ontspande ik weer. Drie dagen later, op een rommelige avond, vergat ik – wat nooit gebeurt – de voordeur op het nachtslot te doen. Je raadt het al: ingebroken. De deur was ingetrapt (wat nooit gelukt was met het nachtslot erop) en veel waardevolle spullen waren weg.

Patroon

Als ik alle voorvallen in mijn leven naloop waar ik een voortreffelijke intuïtieve waarschuwing kreeg en er vervolgens grandioos instonk, heeft het dit patroon: 1. Ik voel haarscherp dat er iets mis zal gaan als ik niet ingrijp. 2. Ik zeg of doe iets halfslachtigs. 3. Mijn voorgevoelens zijn gesust en ik word weer passief. 4. Het gaat mis. 5. Ik denk: Ik wist het al.

Zo ging het bij mijn telefoontje naar mijn uitgever (‘Ik heb het gevoel dat er iets misgaat met drukken’) waarna er twee weken later een misdruk was en het boek nog weken op zich liet wachten terwijl het hele pr-circus al gaande was. Zo ging het bij het tekenen van een polis die later een woekerpolis bleek. Zo ging het bij die ene journalist die ik niet helemaal vertrouwde en inderdaad met een rampzalig stuk kwam. Zo ging het bij talloze kleine en grotere rampen. Maar hé, ik had er toch hardop iets van gezegd?!

Ik wist het al

Waarom pak ik nou niet door? Dat is natuurlijk de vraag die ik me moet stellen. Misschien omdat ik, als ik écht actie onderneem, moet erkennen dat er iets grondig mis is. En dat is eng. Me laten sussen voelt veiliger. Of misschien omdat ik, als ik echt dwars ga liggen, de angst moet overwinnen om onbeleefd en onsympathiek te zijn. Door wat te sputteren heb ik geluisterd naar mijn intuïtie en toch geen problemen veroorzaakt. Ik ben braaf een aardig meisje gebleven.

De eerstvolgende keer ga ik het doen: doorzetten, net zo lang tot ik voel dat het gevaar geweken is. Wat ze ook van me denken. Lastig zijn, doorvragen, geen B meer zeggen ook al heb ik A gezegd. Zodat ik daarna niet hoef te denken: Ik wist het al.


Meer Happinez?