De kunst van het weggooien, zónder magie - Happinez
Terug naar overzicht

De kunst van het weggooien, zónder magie

Categorie
Tekst
Anne Wesseling
Fotografie
Beeld Pia Jane Bijkerk
De kunst van het weggooien, zónder magie

Hoera, een nieuw opruimboek! Het is van de Japanse Nagisa Tatsumi, ‘de inspiratiebron van Marie Kondo’ en er zijn al twee miljoen exemplaren van verkocht. Anne Wesseling had het als eerste op haar bureau. En? Heb je er wat aan? Wat is er nieuw? Voegt het iets toe?

Ha, zeker! Het klinkt vreemd, maar het nieuwe van ’De kunst van het weggooien’ is dat Tatsumi van rommel niet méér maakt dan het is. Ze is dan wel de inspiratiebron van Marie Kondo, maar er zit helemaal geen lifechanging magic in.

Helemaal niet? Helemaal niet. Haar insteek is zo down to earth als wat: we vinden het zonde om dingen weg te gooien en dat is heel normaal en menselijk. Alleen komen er in de huidige tijd zoveel spullen je huis in dat de boel na een tijdje onherroepelijk dichtslibt. Dat kun je voorkomen door nóóit meer wat te kopen, maar dat is ongezellig. Kortom, je moet af en toe wat dingen wegdoen, en dat is lastig, dus daarom geeft ze tips en strategieën.

Dat is in zijn eenvoud een heerlijk verfrissende boodschap. De afgelopen jaren zijn we bedolven onder boeken die rommel voorstelden als een afspiegeling van je geest. Dus op z’n best had je een rommelig karakter, maar het konden ook onverwerkte psychische problemen zijn. Hoe dan ook, de rommel maakte je een soort outcast, het drukte een enórm stempel op je leven, je was doodongelukkig met je rommel, en als je ging opruimen, zou dat je leven radicaal veranderen. Je werd een heel anders mens! Het was magic!

Ik heb dat altijd onzin gevonden, want volgens mij wil een rommelige omgeving alleen maar zeggen dat je kennelijk liever iets anders doet dan opruimen. Dus hoera voor Nagisa Tatsumi! Ze maakt het niet groter dan het is – en daarmee haalt ze precies een belemmering weg die het opruimen in de weg staat.

Dan blijkt trouwens ook: als je die toeters en bellen van die ‘magie’ af haalt, is het eigenlijk heel eenvoudig. Ze heeft tien strategieën. ‘Gooi blindelings weg’ bijvoorbeeld, bij folders die je opgestuurd krijgt. En ze zegt erbij: ’Kies de ideeën die je aanspreken en pas ze toe naar vermogen, zodat je onbezorgd leert weggooien.’ Streef niet naar perfectie, maar doe gewoon wat binnen je bereik ligt. Alle beetjes helpen.

In dat ‘onbezorgd’ zit hem de clou. Ik vind het zelf prachtig aansluiten bij het Japanse idee van Kaizen: als je ergens moeite mee hebt, doe het dan met zulke kleine stapjes dat je niet de neiging voelt je te verzetten. Is weggooien lastig, begin dan desnoods met één ouwe sok of één boek. Als je dat maar vaak genoeg doet, wordt het gemakkelijker en word je er steeds beter in.

Oh, wat trouwens ook helpt: je hoeft van Tatsumi niet elk voorwerp vast te houden om te bepalen of het ‘joy sparkt’ of niet. En je hoeft je spullen ook niet te bedanken als je ze wegdoet. Dat maakt het echt een stuk gemakkelijker om af en toe eens een boek op de weggeefplank van het buurthuis te zetten.

Om de doorstroom te bevorderen, is het verder handig om heel veel weggeefpunten te hebben, ook ’n voor de hand liggende maar in de praktijk goed werkende tip. De glasbak, de papierbak, de kledingcontainer, de goededoelenwinkel, de weggeefkast in het buurthuis, de boekspot op het station. Het aardige is (dat zegt ze er niet bij, maar dat is mijn ervaring) dat je er als je wat brengt ook weer wat nieuws mee naar huis kunt nemen, waardoor je steeds meer het idee krijgt dat dingen wegdoen léuk is. En zolang je maar zorgt dat er net wat meer uit gaat dan er binnenkomt, zet dat op termijn toch zoden aan de dijk.

Ik heb maar twee opmerkingen. In de eerste plaats vind ik het woord ‘weggooien’ in de titel van dit boek eigenlijk onhandig, zeker voor mensen die er moeite mee hebben. Je kunt het beter hebben over ‘wegdoen’ of, nog beter, ‘doorgeven’. Dat klinkt vriendelijker en dekt de lading vaak beter. Weggooien vind ik vaak zonde, maar iets recyclen of doorgeven aan iemand die er blij mee is, doe ik met liefde.

Ten tweede: het boek is niet aangepast aan de Nederlandse situatie. Dat maakt de tips soms onbedoeld komisch, want het is natuurlijk heerlijk om te weten dat ik in de wijk Akihabara in Tokio terecht kan om mijn oude computer te verkopen, maar ehm, is Marktplaats misschien een idee?

Maar goed, dat kun je zelf ook wel bedenken. Ik vond het zelf erg mooi dat er kennelijk in Japan, wat we hier toch associëren met zen-tuinen en lege kamers met één futon, ook mensen wonen met keukenkastjes waarin de kruiden niet op alfabet staan en rommel op de trap.

Het onderstreept ook Tatsumi’s uitgangspunt: rommel om je heen is helemaal niet zo’n ramp, het is gewoon menselijk. En dingen wegdoen ís lastig, maar als je het op een terloopse manier aanpakt, word je er beter in, tot ‘even een tasje spullen afgeven bij de kringloop’ net zo vanzelfsprekend en gemakkelijk is als lege flessen naar de glasbak brengen.

Nagisa Tatsumi, De kunst van het weggooien (Kosmos Uitgevers)

Meest populair