Niemand kan op zijn geheugen vertrouwen, en dat is helemaal niet erg - Happinez
Terug naar overzicht

Niemand kan op zijn geheugen vertrouwen, en dat is helemaal niet erg

Categorie
Tekst
Dominique Haijtema
Niemand kan op zijn geheugen vertrouwen, en dat is helemaal niet erg

Ben je verdwaald en weet je niet meer welke kant je op moet? Dat is helemaal niet erg: als je maar lang genoeg blijft lopen, kom je vanzelf ergens terecht. 

‘Hi. Wat leuk je te zien. Hoe gaat het?’ De sympathiek ogende man met bril kijkt me enthousiast aan. ‘Eh. Hi’, zeg ik. Ik heb geen idee wie hij is. Dat durf ik niet te zeggen. Dan maar een gesprek beginnen en hopen dat hij wat aanwijzingen levert waar ik hem van zou kunnen kennen.

Na 10 minuten geef ik het op. ‘Sorry, maar ik weet niet wie jij bent.’ Nu oogt hij minder vriendelijk. ‘Serieus?’ Hij gelooft het niet. ‘We hebben iets met elkaar gehad.’ ‘Ah okay, lang geleden?’, probeer ik. Helaas. ‘Nou het is maar wat je lang geleden noemt. 5 jaar om precies te zijn. Fijn dat ik zo’n blijvende indruk heb gemaakt.’ Ik wil me verontschuldigen, uitleggen, de krenking verzachten, maar hij is alweer verdwenen.

Je eigen verhaal

Ik begrijp heus wel dat meer mensen zich niet iedereen met naam, toenaam en locatie herinneren, maar bij mij wordt het van kwaad tot erger. Zo keek ik een serie op Netflix om er pas bij de laatste aflevering achter te komen dat ik het allemaal eerder heb gezien. Nog geen drie maanden geleden.

Ons geheugen is onbetrouwbaar. We herinneren ons vooral onze eigen versie van gebeurtenissen of mensen. De wereld zien wij door het raam van onze gedachten en gevoelens. Het verhaal moet kloppen. Als je steeds weer alle informatie opnieuw tot je moest nemen kost dat teveel energie.

Bingo als ik weet wat ik ging doen

Mijn geheugen voelt tegenwoordig als een loterij. Bingo als ik weer weet wat ik in de keuken ging doen. Jackpot bij een schoolreünie waar ik bijna iedereen herken. Vrienden stellen me gerust. ‘Dat heb ik zo vaak. Hoe ouder je wordt hoe meer je er last van hebt. Echt niets om je zorgen over te maken.’

Het zorgen maken lukt echter wel uitstekend. Als ik de trein naar Amsterdam wil nemen check ik 14 keer van tevoren de verbinding. Ik ga regelmatig de verkeerde kant op. Twee afspraken op een dag voelen als een marathon. Zal ik de finish halen? Geen dingen vragen die een half uur eerder uitgebreid zijn besproken? Ik kan de verstoorde of geïrriteerde blik van de gesprekspartner inmiddels wel dromen.

Mijn epilepsie zit in het gedeelte van de hersenen waar aandacht, concentratie en geheugen zetelen. Er is een duidelijke storing te zien op de hersenfilmpjes. ‘Had je daar echt nog een onderzoek voor nodig?’, grapt mijn familie.

De weg kwijt

De vervolgonderzoeken bevestigen wat ik al langer vrees: mijn brein doet het niet naar behoren. Best jammer. En onhandig voor een vrouw met twee academische opleidingen en verder weinig praktische vaardigheden. Wie mij spreekt of ziet zal niet snel iets aan mij merken. Ik kan prima articuleren en gesprekken voeren. Doen alsof er niets aan de hand is. De weg kwijt raken doe ik het liefst in mijn eentje.

Toch vraag ik aan mijn psycholoog welke kant ik nu op moet. ‘Dat hangt af van waar je naar toe wilt’, citeert hij de kat uit ‘Alice in Wonderland.’

Ik zou het niet weten. ‘Dan maakt het dus niet uit welke kant je opgaat’, zegt hij glimlachend. ‘Als je maar lang genoeg blijft lopen, kom je vanzelf ergens terecht.’

Er is weinig houvast als je geheugen het niet doet, maar door steeds te verdwalen kan ik ook alles met verwondering opnieuw beleven.

Dit vind je vast ook leuk