Dit zijn de vijf mooiste lessen uit 'De kleine prins' - Happinez
Terug naar overzicht

Dit zijn de vijf mooiste lessen uit ‘De kleine prins’

Categorie
Tekst
Julia Maria Keers
Dit zijn de vijf mooiste lessen uit ‘De kleine prins’

Er was eens een kleine prins die op een planeet woonde die niet veel groter dan hijzelf was en een vriend nodig had, zo begint het magische sprookje van Antoine De Saint-Exupéry over de bijzondere vriendschap tussen een piloot en een prinsje… Hier zijn de mooiste levenslessen uit ‘De kleine prins’

Liefde is verwarrend…

Het prinsje is gewend aan eenvoudige bloemen op zijn planeet, maar op een ochtend verschijnt er een afwijkend bloemzaadje dat hij goed in de gaten houdt – voor het geval dat het zich tot een apenbroomboom zal ontpoppen (die worden zo groot dat zijn planeet uit elkaar barst). De meeste bloemen zijn low-maintenance, maar deze bloem laat op zich wachten. Ze kiest haar blaadjes met zorg, want ze wil stralend van schoonheid verschijnen: ‘Haar geheimzinnige gedoe had dus dagenlang geduurd’.

Het prinsje is diep onder de indruk als de roos verschijnt, maar ze is nog maar net wakker of hij krijgt een hoop verzoeken. Ze wil haar ontbijt, ze wil een kamerscherm, ze wil ‘s nachts onder een stolp. ‘Ik heb een hekel aan tocht’ deelt ze hem mee. ‘Dat valt niet mee voor een bloem’ antwoord de kleine prins. Ze vindt het op de planeet van het prinsje te koud en bovendien slecht ingericht. Niks is goed genoeg.

Door haar dramatische gedrag raakt het prinsje helemaal in de war: soms kucht ze om te benadrukken hoe sensitief ze is (hij zorgt slecht voor haar), soms doet ze stoer over haar doorns; ‘Laat ze maar komen, de tijgers met hun klauwen!’(ze heeft hem niet nodig). Zijn trotse bloem schopt het geordende leven op de planeet compleet overhoop (‘Wat een ingewikkelde bloem!’).

Omdat we onze kwetsbaarheid verbloemen

Het prinsje is zo van zijn stuk gebracht door dit diva-gedrag, dat hij ondanks zijn goede wil en liefde aan haar twijfelt. Als hij haar huilend vaarwel zegt en onder de beschermened stolp wil doen, biedt ze haar excuses aan: ‘Jazeker, ik houd van je, zei de bloem. Je hebt dat nooit geweten door mijn eigen schuld.’ En achteraf bekent het prinsje spijtig aan de piloot: ‘Ik had tederheid moeten voelen achter haar armzalige streken’.

Wat De Saint-Exupéry duidelijk wilde maken is dat het in de liefde soms compassie vergt om elkaars maskers te doorzien. Het is kunst om door de act heen te kijken. De bloem doet zo moeilijk, omdat ze graag de beste versie van zichzelf wil zijn voor het prinsje. Ze houdt van hem en creëert een hoop drukte en drama (it’s what we do) die het prinsje pas later ziet voor wat het is (uitsloverij). Want ondanks haar grote mond is de bloem eigenlijk heel kwetsbaar. En zijn we in essentie niet allemaal broze wezens die hun best doen om hun kwetsbaarheid te verbloemen?

Grote mensen begrijpen het leven niet

De kleine prins gaat op zoek naar een vriend die hem kan vertellen wat hij met deze ingewikkelde bloem moet beginnen, maar van de mannen wiens asteroïden hij bezoekt krijgt hij geen antwoorden. Ze zijn namelijk allemaal een beetje de weg kwijt.

De koning wil regeren en gezag uitstralen, de ijdeltuit wil bewondering, de dronkaard drinkt om te vergeten dat hij zich schaamt voor zijn dronkenschap en de lantaarnopsteker steekt non-stop de lantaarns aan (‘voorschrift is voorschrift’). De aardrijkskundige blijft veilig in zijn studeerkamer en de zakenman bezit de sterren (voornamelijk om nog meer sterren te bezitten).

De mannen hebben iets tragisch, want ze zitten vast. Ze zijn in de valkuilen van hebzucht, regels, macht, aanzien, ivoren torens en verslavingen gelopen. Ze doen erg gewichtig over hun bezigheden, maar houden zich vooral bezig met zichzelf. De kleine prins zet zo zijn vraagtekens bij deze manier van leven, want ze zijn nogal eenzaam.

De Saint-Exupéry beschrijft zo het verschil tussen wat in het leven waardevol lijkt en wat waardevol is: De maatschappij gebiedt ons om ons te concentreren op dingen die niet van wezenlijk belang zijn. De koning, de zakenman en de aardrijkskundige zijn in abstracties verdwenen en zo wereldvreemd geworden. Grote mensen willen graag ruimte innemen, maar net als de apenbroombomen maken ze de planeet vooral stuk.

Een vriend is de enige in zijn soort op de hele wereld

Het prinsje leert de verkeerde dingen van de figuren die hij heeft ontmoet en raakt op aarde van streek door een rozentuin met vijfduizend van dezelfde exemplaren als zijn roos.

Maar dan verschijnt de vos (Zoek je kippen?) (Nee, ik zoek vrienden). De vos wil graag zijn vriend zijn, dus vraagt hij het prinsje om hem te temmen. Want alleen de dingen die je tam maakt, kun je leren kennen. De vos legt uit: ‘Jij bent voor mij maar een jongetje als alle kleine jongetjes. Ik ben voor jou zoals een vos als alle andere vossen. Maar als je me tam maakt, dan ben je voor mij de enige op de wereld en ben ik voor jou enig op de wereld.’

Aanvankelijk durft het prinsje dat niet, omdat hij niet begrijpt wat ze erbij winnen.

De vos legt uit: ‘Als jij me tam maakt, dan wordt mijn leven vol zon. Dan ken ik voetstappen die van alle andere verschillen. Jouw stap zal me juist uit mijn hol roepen, als muziek.’ Dan begint het bij het prinsje ergens te dagen: ‘Er is geloof ik een bloem die mij tam heeft gemaakt’.

Zo brengt de vos het prinsje de vreugde van vriendschap bij; de vos is nu niet zomaar een vos, maar zíjn vos. De gouden korenvelden zijn niet zomaar korenvelden, maar doen de vos nu aan het goudkleurige haar van het prinsje denken. Er zijn misschien meer kleine jongens en vossen op de wereld, maar hun vriendschap is volstrekt uniek en hun verbond kleurt de wereld in.

Alleen met het hart kun je goed zien

De vos vertrouwt bij hun afscheid zijn geheim aan het prinsje toe; dat alles wat wezenlijk van belang is, voor de ogen onzichtbaar is. Het prinsje moet niet naar de wereld kijken met zijn hoofd maar met zijn hart: ‘Want alleen met het hart kun je goed zien.’

En dat doet het prinsje. Hij legt in de rozentuin uit waarom zijn roos waardevoller voor hem is dan vijfduizend rozen bij elkaar: ‘Omdat ik haar water heb gegeven en haar onder een stolp heb gezet; omdat ik haar heb beschut met een kamerscherm en de rupsen voor haar heb gedood; omdat ik haar klachten, gesnoef en zwijgen heb aangehoord; omdat zij mijn roos is.’

Meer levenslessen uit klassiekers?

Dit vind je vast ook leuk