Eerste hulp bij uitstelgedrag: zo kom je van die gewoonte af
Terug naar overzicht

Stel jij het liefst alles uit? Zo kom je van die gewoonte af

Categorie
Stel jij het liefst alles uit? Zo kom je van die gewoonte af

Iedereen schuift vervelende taken weleens voor zich uit, maar uitstelgedrag kan ook uit de hand lopen. Dan levert het stress, schuldgevoel en slapeloze nachten op. Herkenbaar? Zo kom je er vanaf. 

Betaal jij rekeningen altijd pas op het allerlaatste moment? Scroll je eerst heel Instagram door voordat je eindelijk aan die opdracht begint? En schuif je het versturen van belangrijke mails vaak eindeloos voor je uit? Je bent niet de enige. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat zo’n 95 procent van de volwassenen vervelende taken pas op het allerlaatste moment aanpakt. Zo’n 20 tot 25 procent van de mensen ziet uitstelgedrag zelfs als een belangrijk kenmerk van hun persoonlijkheid. 

Nachtje doorhalen

Met af en toe een vervelend klusje voor je uitschuiven, is niets mis. Dat doen we allemaal weleens. Maar als uitstelgedrag zo uit de klauwen loopt dat we er zelf onder gebukt gaan, is het misschien tijd om die gewoonte eens aan te pakken. Niemand wordt er immers blij van om nachtenlang door te werken omdat je te laat begonnen bent aan een klus. Laat staan als we boetes krijgen omdat rekeningen te laat betaald zijn. Bovendien betekent uitstellen in de meeste gevallen niet dat we zorgeloos en blij leukere dingen kunnen doen. Nee, de uitgestelde taak blijft in ons hoofd rondspoken en dat zorgt voor een knagend schuldgevoel.

Uitstelgedrag en zelfbeeld

Uit onderzoek naar uitstelgedrag blijkt dat de gewoonte samenhangt met eigenschappen als impulsiviteit, faalangst, angst, schaamte en besluiteloosheid. Ook is er een negatief verband met self-efficacy (geloof in eigen kunnen), optimisme en intrinsieke motivatie. Kortom; uitstelgedrag komt voor een deel voort uit een negatief zelfbeeld. En door het tijdverlies, schuldgevoel en stress veroorzaakt door het uitstelgedrag wordt dat zelfbeeld alleen maar slechter. 

Welk type uitsteller ben jij?

Er zijn passieve en actieve uitstellers. Actieve uitstellers geloven dat ze deadlines nodig hebben om op gang te komen. Passieve uitstellers houden er overtuigingen op na die belemmerend werken, zoals ‘Ik kan dit niet‘ of ‘Ik vind dit saai’. Pas als je weet in welke categorie jij valt, kun je met oplossingen aan de slag. In het boek ‘Het ABC van plannen, organiseren en optimaliseren’ geeft business coach Martine Vecht tips en tricks om korte metten te maken met uitstelgedrag. Voor actieve uitstellers is het zaak een goede planning te maken. Bij passieve uitstellers ligt de sleutel tot verandering in hun mindset.

Aan de slag met planning

Denk vóórdat je aan de slag gaat even over een taak na. Wat is het doel? Wat zijn de eisen? En wat moet er gedaan worden? Wanneer je dit helder hebt, kun je beginnen met ordenen. Verdeel de hoofdtaak in kleine deeltaken en ga vervolgens voor een beperkt aantal minuten aan de slag met één zo’n deeltaak. Complimenteer jezelf met elke deeltaak die je hebt afgevinkt, neem een korte pauze en begin dan aan de volgende deeltaak. 

Verander je mindset

Verander je gedachten, verander je gedrag. Vind je een taak saai, ben je bang om te falen of denk je dat iets te moeilijk is? Ontmasker je eigen smoezen en spreek jezelf moed in, desnoods hardop. Neem een rolmodel in gedachten die je bewonderd om zijn/haar discipline en beeld je in dat jij iets van die eigenschappen overneemt. Dat klinkt kinderachtig, maar visualisatie is een krachtig middel om tot prestaties te komen. Dit kan ook worden ingezet op een andere manier, bijvoorbeeld door te fantaseren dat de taak er al op zit. Het positieve gevoel dat hierdoor ontstaat, werkt motiverend. Maak tot slot een lijstje van kleine beloningen. Bij het afstrepen van elke taak kun je jezelf een kleine traktatie geven. Belonen werkt beter dan straffen. En ’t is nog een stuk leuker ook. 

Dit vind je vast ook leuk