De morele afgunst over duurzaam leven (volgens Susan Smit)
Terug naar overzicht

De morele afgunst over duurzaam leven

Categorie
Tekst
Susan Smit
De morele afgunst over duurzaam leven

‘O, je eet wél vis?’ zegt de dame naast me aan de dis op een gelegenheid. Ze kijkt even onder de tafel. ‘En je draagt leren schoenen,’ zegt ze. Er zit iets triomfantelijks in haar stem. Het is alsof ze na deze vaststellingen net iets comfortabeler haar tanden in haar biefstukje zet.

Sinds mijn achttiende eet ik vegetarisch – alleen tijdens en na mijn tweede zwangerschap at ik af en toe wat vlees. In de jaren negentig was het vleesloze leven niet bepaald feestelijk. In restaurants was ik veroordeeld tot de eeuwige geitenkaassalade en in de supermarkt lag er alleen nepvlees in de smaak ‘karton’. Nu liggen de schappen vol met de heerlijkste vleesvervangers, komen er massa’s groenten op de barbecue en scoren de hashtags #vega en #vegan een tien op de schaal van cool.

En toch is er dus nog dat ongemak. Ook al heb ik geen bekeerdrang, en zeker niet tijdens het eten, toch heb je nog iets uit te leggen en voelen sommige mensen zich zelfs aangevallen. Voor ik het weet ben ik me aan het verdedigen. Waarom eet ik dan wel vis? Omdat het me helaas nog niet gelukt is om dat op te geven. En weet ik wel dat quinoa verbouwen en vliegen ook heel milieubelastend is? Ja. Waarom eet ik dan wel vleesvervangers die smáken als vlees? Omdat ik vlees superlekker vind, daar ligt het niet aan. En waarom moet nepvlees er voor vegetariërs dan wel uítzien als vlees? Omdat ook echt vlees er niet uitziet als vlees. Het ziet eruit als karkas, niet als de plakjes, worsten, smeersels, stukjes en burgers die in de supermarkt liggen.

Nooit meer iets van Happinez missen? Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

Als je niets probeert, niet minder vlees eet, gewoon het vliegtuig pakt en je niet bezig houdt met duurzame kleding of niet door kinderhanden gemaakte spullen, dan hoef je nergens aan te voldoen. Je wordt nergens op aangesproken. Maar zodra je blijk geeft van enig bewustzijn van dierenleed, kinderarbeid of milieuschade, dan moet je ineens aan absurd hoge standaard voldoen. Je moet vlekkeloos zijn en geen enkele footprint achterlaten, want anders hebben ze je daar mooi te pakken. Je bent een poseur. Een morele charlatan. Een hypocriet.

Terwijl: we doen allemaal op onze eigen manier ons best. Een beetje, heel veel of helemaal niet, en dat is je eigen keuze en verantwoordelijkheid. Het is niet bedreigend als de manier van een ander niet de jouwe is. Het is ook niet aan jou om anderen de maat te nemen als je het zelf beter denkt te doen. Vis- en vleesloze eters hoeven niet neer te kijken op vegetariërs die wel vis eten en veganisten zouden onderling niet moeten ruziën over wel of geen leren schoenen dragen.

Iedereen die een plofkip en kiloknaller-varken in het schap laat liggen, valt te prijzen. Iedereen die een of meer keer per week vega eet, doet iets moois voor zijn of haar eigen gezondheid, het welzijn van de dieren en het milieu. Elke keer als iemand een tweedehandswinkel binnengaat, is winst voor de planeet. We dragen bij, passen aan, ieder op zijn eigen manier en niemand verheven boven de ander.

Meer lezen? Dieren en duurzaamheid: hoe doe je dat?

Dit vind je vast ook leuk