Als alles stilstaat, en je kind je dwingt om alles van je af te laten glijden
Terug naar overzicht

Van kinderen leer je om soms even stil te staan

Categorie
Tekst
Pauline Bijster
Van kinderen leer je om soms even stil te staan

Van je kinderen kun je op de meest onverwachte momenten levenslessen voorgeschoteld krijgen. Zo leert Pauline’s jongste haar alles over doorzettingsvermogen, en dat je je soms maar het beste aan de situatie kunt overgeven.

Mijn jongste kindje heeft een groot doorzettingsvermogen. Als iets moet van haar, dan moét het. Bijvoorbeeld: ze wil bij mij op schoot zitten bij het avondeten.

Dat wil ik niet, dat vind ik niet prettig, de andere drie kinderen mochten dat nooit, maar zij krijgt het voor elkaar. Ze doet het gewoon. Daar komt het op neer. En als ik haar terugzet op haar triptrap, komt ze weer. Haar uithoudingsvermogen is veel groter dan het mijne dus ze wint altijd. Bij mijn andere drie kinderen ging het leven meer hoe ik het wilde, bij haar gaat het hoe zij het wil.

Ik weet niet of dit haar karakter is of haar positie: misschien denkt ze dat doorzetten de enige manier is om nog een stukje ‘mama’ te bemachtigen als je het vierde kind in een gezin bent. Wat misschien klopt.

Nu heeft ze griep. En als ze griep heeft, wil ze op mijn schoot liggen op de bank.

Dus ik zat gisteren met haar op de bank. En dat gaat zo: eerst zeg ik een paar keer ‘nee’. ‘Nee liefje, ik kom zo!’ Ik wilde thee maken. Om te beginnen.

Ik had nog niet ontbeten. Ik had wel mijn werk afgezegd voor haar griep, maar ik dacht de auto te kunnen opruimen en allerlei andere klusjes die er nooit van komen te kunnen doen op deze plotselinge dag thuis.

Ik had zelfs mijn jas nog aan, voor die auto.

Maar ze gaf niet op, zoals ze nooit opgeeft, en even later zat ik op de bank. Met haar op schoot. Haar klein lichaampje nestelde zich als een diertje op mij. Een klein warm diertje, of een elektrisch dekentje dat iets te warm staat, ze was minstens 39 graden.

Haar hoofdje leunde zwaar op mijn onrustige borst, knuffel in de ene hand. Haar handen op mijn handen zodat ik ook niets op mijn telefoon kon doen – want als je dan per se moet zitten, kun je natuurlijk altijd nog je mails afwerken – maar dat kon dus niet.

Zo zaten we.

Ik, met mijn jas nog aan. Nog niet ontbeten. De auto zat nog niet op slot. Er werden geen mails beantwoord. Er werd niets opgeruimd. En zij op schoot, ontspannen en warm en zwaar ademend.

Eindelijk rustig. Zo zaten we daar, en langzaam viel alles wat ik dacht dat ik moest doen, van me af. Je kunt best leven zonder ontbijt, zonder thee, zonder mails. Zonder onrust. Ik voelde haar, ik luisterde naar onze ademhalingen die niet gelijk liepen maar elkaar wel lief vonden. Zo zaten we daar. En zo was alles goed.

Dit vind je vast ook leuk