Terug naar overzicht

Als je je ouders verliest

Categorie
Tekst
Dorien Vrieling
Als je je ouders verliest

Als kind kun je je er moeilijk een voorstelling van maken: de dag dat je vader en moeder er niet meer zijn. Voor de een komt die dag, helaas, vroeger dan voor de ander. Lisanne van Sadelhoff en Ameline Ansu maakten het allebei mee toen ze in de twintig waren, en schreven er elk een boek over. 

Als je je vader of moeder verliest, worden er een heleboel goedbedoelde dingen tegen je gezegd. Na het overlijden van haar moeder hoorde journalist Lisanne van Sadelhoff bijvoorbeeld ‘de scherpe randjes gaan ervan af’, ‘je gaat er steeds minder vaak aan denken’ en ‘je moet het een plekje geven.’

In haar boek Je bent jong en je rouwt wat schrijft Lisanne over het verlies van haar moeder en de periode daarna. Van sommige clichés klopt niks, merkt ze, maar andere zijn erg waar. Ja, de eerste sterfdag (een jaar na het overlijden) is vreselijk en ja, iedereen rouwt op zijn eigen manier. Ook waar: ‘jullie hebben elkaar nog’, want inderdaad, ze heeft veel steun aan haar vader en broer.

Ook Ameline Ansu verloor haar moeder, en een paar jaar later haar vader. Van harte gecondoleerd staat vol met haar ervaringen en die van andere twintigers en begin-dertigers die hun ouders verloren. Het is haar missie om de dood bespreekbaar te maken in Nederland, staat achterop haar boek: ‘het mag allemaal wel een tandje luchtiger.’ Beide boeken bieden troost, herkenning en hoop – of je nu pas een van je ouders verloren hebt, of al een tijdje geleden.

Rouw is niet alleen verdriet

Niet zo lang nadat haar moeder overleden is, gaat de verkering van Lisanne uit. Ze mist haar moeder meer dan ooit, want die zou haar als geen ander kunnen troosten. Maar na een tijdje wordt Lisanne opnieuw verliefd, en begint juist een gelukkige periode – en later weer een verdrietige. Met andere woorden: rouw is geen kwestie van alleen maar verdrietig zijn. Gevoelens wisselen elkaar af en bestaan ook heel vaak naast elkaar.

Rouw vormt je

Na het verlies van een van je ouders -of iemand anders die je heel nabij staat- ben je iemand anders. Niet een totaal ander persoon, maar wel iemand anders. Je leert diepere dalen kennen, maar ontdekt ook hoe je zelfs daaruit weer opkrabbelt. Ameline schrijft: ‘Je zult zien, het verdriet doet pijn, het vreet energie en af en toe ga je flink onderuit, maar niets is beter dan dat gevoel van opstaan.’

Therapie kan helpen

Niet voor niets bestaan er rouwtherapeuten, en een heleboel andere mensen die ervoor zijn opgeleid om je te begeleiden in je rouw. Het hóeft niet, niet iedereen heeft er behoefte aan, maar het kan wel. Zowel Lisanne als Ameline hadden baat bij therapie. Ameline kreeg na het overlijden van haar moeder een burn-out, en na het overlijden van haar vader een depressie. ‘Een heleboel lieve mensen met geduld en een wekelijkse sessie met Petra (haar psycholoog, red.) hebben me erdoorheen gesleept.’

Rouw kent geen tijd

Ook al zullen mensen je soms vragen of je ‘het al een plekje hebt gegeven’, of misschien zelfs laten merken dat ze dat nu wel tijd vinden, voor rouw bestaat geen planning en geen vaststaande duur. Veel mensen zeggen zelfs dat het niet overgaat, maar alleen verandert van vorm. De pijn wordt minder scherp, maar het gemis blijft. Uit het boek van Lisanne: ‘De herinneringen aan mijn moeder deden heel langzaam steeds minder pijn. Nog steeds kon ik een steek voelen, gemis, maar ik kreeg steeds vaker een gevoel van trots of ik moest om haar lachen. (…) Ik dacht niet meer aan mijn moeder omdat ze dood was, maar omdat ze had geleefd.’

Verder lezen?

Meer Happinez?

Door anderen gelezen