Focus op de zaken waar het écht om gaat? (dit helpt je opweg)
Terug naar overzicht

Wil je je focussen op de zaken waar het écht om gaat? Stel jezelf dan deze vraag

Categorie
Tekst
Anne Wesseling
Wil je je focussen op de zaken waar het écht om gaat? Stel jezelf dan deze vraag

Je beantwoordt e-mails terwijl je éigenlijk een project in de steigers moet zetten. Je kijkt op je telefoon terwijl je met je kind in de speeltuin bent. Of je ligt een hele avond te Netflixen terwijl je eigenlijk… nou ja, vul maar in. Sociale media, smartphones en streamingdiensten zijn ontworpen om onze aandacht te vangen én vast te houden. En daar zijn ze zo goed in dat het echt moeilijk kan zijn om die ‘ban’ te verbreken.

Toch is er een manier, en eigenlijk is het vrij eenvoudig. Namelijk door jezelf deze eenvoudige vraag te stellen: Wat doe ik nu níet?

‘Wat doe ik nu níet?’

Op het moment dat je jezelf die vraag stelt, neem je een stap terug, en dat kan precies genoeg zijn om de ban te verbreken.

Het is een tip uit het boek ‘De Focus-zone’ van klinisch psychologe Lucy Jo Palladino – een geweldig boek als je serieus werk wilt maken van het aanscherpen van je concentratievermogen en om vaker in je ‘flow’ te komen. We schreven al eerder over de grote lijn van het boek (die tekst lees je hier).

Het is een van de tips die Palladino geeft in het eerste hoofdstuk, over zelfinzicht: hoe werkt focus bij jou en vooral, hoe herken je het moment dat je je focus verliest? Die vraag ‘Wat doe ik nu níet?’ is daarbij een heel krachtig hulpmiddel – voor mij is het een van de krachtigste uit het boek, merkte ik al snel. Waarom werkt het zo goed?

1. Het is eenvoudig

‘Wat doe ik nu níet?’ is een verbluffend eenvoudige gedachte. Het is werkelijk niet ingewikkeld om hem te onthouden en hem zo vaak mogelijk te stellen (waarschijnlijk omdat je zelf éigenlijk wel weet dat je bezig bent iets uit te stellen…).

2. Je verbreekt de betovering van de afleiding

Door de vraag te stellen, doe je een stapje achteruit en observeer je je eigen gedrag. Het leidt je aandacht af van de leuke nieuwtjes en de wereld van het liken en sharen (of welke andere activiteit ook waar je ‘heel druk!’ mee bent terwijl je stiekem wel weet dat het niet iets is dat je nu zou moeten doen).

3. Het is gemakkelijker om terug te gaan naar je focus-zone

Dat korte moment van afstand nemen is net genoeg om je weer bij je positieven te brengen: ‘Wat was ik ook alweer aan het doen? Oh ja!’ Het herinnert je aan de dingen op je lijstje, de dingen die je belangrijk vindt en die je eigenlijk wilde doen – en het maakt het gemakkelijker om die dingen dan ook daadwerkelijk te gaan dóen.

Waar ben je bang voor?

Waarom zijn we eigenlijk zo dol op afleiding? Volgens Palladino is het omdat we bang zijn voor wat ons écht te doen staat. Afleiding is vaak een manier om angsten niet onder ogen te hoeven komen. Dat kan nuttig zijn (Palladino haalt onderzoek aan: kinderen die op een operatie wachten zijn minder angstig als ze een spelletje spelen op een Gameboy dan wanneer ze milde kalmerende middelen krijgen of de hand van hun ouders vasthouden). ‘Maar als je je angstig voelt over iets waar je wel degelijk controle over hebt – zoals een rapport dat op tijd af moet – dan werkt afleiding in je nadeel, niet in je voordeel.’

Nu gaat het bij afleiding lijkt mij niet alleen over angst. Het lastigste van social media is bijvoorbeeld dat ze ook afleiden van dingen waar je niet bang voor bent, die je juist wel graag doet en waar je gelukkig van wordt. Een boek lezen. Spelen met je kind. Of gewoon je een tijdje vervelen en doelloos je gedachten laten dwalen –  want ook dat is af en toe noodzakelijk om op te laden en je creativiteit weer aan te kunnen boren.

Niets meer missen van Happinez? Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

Wat wil je wél doen?

Dat is de vraag waar het uiteindelijk om gaat. En natuurlijk gaat het niet alleen over de ‘kleine’ afleiding door sociale media, maar ook om grotere beslissingen over hoe je je tijd besteedt. Als je een weekend gaat feesten, kun je niet leren voor een examen, om maar iets kleins te noemen. Daar zal faalangst vast een rol bij spelen – maar die uit de weg gaan levert inderdaad niets op. Extra leren wél.

Maar leidt ‘Wat doe ik nu niet?’ dan niet tot extra Fear of Missing Out, omdat je nog meer stil staat bij alles wat je niet kunt doen? Nee, misschien juist niet. Er zijn altijd zoveel meer dingen die je niet doet dan die je wel doet. (Zoals Martin Bril al schreef: helemaal niet erg). Daarom wil je júist zoveel mogelijk tijd besteden aan dingen die jij zelf belangrijk vindt en wilt doen. Als je daar een bewuste keuze in maakt, is het ook niet zo erg om andere dingen te missen.

Het goede nieuws is trouwens dat je er beter in wordt. Na een tijdje betrap je jezelf er steeds sneller op dat je afgeleid bent, en wordt het gemakkelijker om jezelf terug te leiden naar waar je wílt dat je focus ligt. En dat begint dus met het stellen van een simpele vraag: Wat doe ik nu niet?

Meer lezen
Lucy Jo Palladino, ‘De Focus-zone: een methode om beter te presteren’ (uitgeverij Archipel). Hier lees je meer over het boek.

En ook…
De vraag ‘Wat doe ik nu níet?’ kun je veel breder trekken en is dan een hele fundamentele vraag over het pad dat je wilt volgen. Over de ideeën van Joseph Campbell (‘follow your bliss’) lees je hier meer.

Praktische tips om je smartphone iets minder verslavend te maken, vind je hier. Er zijn ook redenen om juist wat mínder te willen focussen. Hersenonderzoeker Srini Pillay legt uit waarom.

Dit vind je vast ook leuk