Hoe de vragen van je kinderen je leven kunnen verrijken - Happinez
Terug naar overzicht

Hoe de vragen van je kinderen je leven kunnen verrijken

Categorie
Tekst
Pauline Bijster
Fotografie
Beeld Teddy Kelley
Hoe de vragen van je kinderen je leven kunnen verrijken

Kinderen hebben duizend vragen. Gelukkig maar, want alles weten is ook maar saai.

Bij de campingwinkel kochten we een bezem, voor onze bus. Het is een camper, maar we noemen hem bus, want het was ooit een bus, en nu is het een bus met bedden er in. Omdat plastic hem niet zou sieren, kocht ik een ouderwetse bezem van stro.

‘Kijk, nu ben ik eindelijk een echte heks!’ zei ik met de bezem in mijn hand, tegen mijn vriend die mij wel eens een heks noemt op opvliegende momenten.

Hij lachte.
‘Ja, nu ben je eindelijk een echte heks.’

Ik vond het een compliment. Als er iets is wat je wilt worden later is het toch wel een heks, op een bezemsteel. Thuis aangekomen liet ik de bezem trots zien aan mijn zoon van vier. Ik deed alsof ik erop wegvloog.
‘Hij moet andersom,’ zei Gael droog.

En nu hebben we dus een discussie waar we niet uitkomen. Vliegt een heks met de steel omhoog of met de steel naar beneden? Vliegt ze met het stro voor of achter? Ik hield hem ongeveer zoals Harry Potter de bezemsteel houdt in een van de films maar die is natuurlijk geen échte heks, laten we wel wezen. Volgens mijn zoon moest de bezem andersom.

Het blijft een raadsel.

‘Wat is lang?’ vroeg Gael me, een andere dag. Ik weet het niet, antwoordde ik naar waarheid. ‘Honderd jaar is lang. Maar als je tien minuten op de bus staat te wachten, is dat ook best lang.’

‘Honderd jaar is langer,’ antwoordde hij.

Daar waren we het over eens.

Ook kocht ik een boek dat ik iedereen met kinderen zou aanraden, een boek met kinderpoëzie, een bijna-niet-bestaand genre in de Nederlandse jeugdliteratuur. Het eerste en misschien wel mooiste gedicht gaat zo: ‘Ik weet – wat lief is en wat stout is – wat goed is en wat fout is – maar wat is nul en wat is niets – wanneer is ooit en wanneer is nooit – en waar is nergens – dat moet ik nog bedenken – ik denk nooit aan niets – want als ik dat probeer – denk ik stiekem toch aan iets.’ (Nooit denk ik aan niets (2015) van Hans & Monique Hagen, zij gingen gedichten schrijven naar aanleiding van ervaringen met hun eigen kinderen).

Gael en ik lazen het boek samen. Hoe meer we lazen, hoe verder we van huis waren.

Hoe om vliegt de heks?

We hoeven het nog niet te weten.

Want alles weten is ook maar saai.

Dit vind je vast ook leuk