Erger je je mateloos aan iemand? Dit is de oplossing - Happinez
Terug naar overzicht

Erger je je mateloos aan iemand? Dit is de oplossing

Categorie
Tekst
Geertje Couwenbergh
Erger je je mateloos aan iemand? Dit is de oplossing

Deze week geeft Dot advies aan Ik Wil me Niet Irriteren, die ongemakkelijk wordt van de ongevraagde adviezen van haar collega. ‘Ik ken maar één effectief tegengif van irritatie, en dat is oprechte aandacht.’

 

Lieve Dot,

Ik werk als docent in het basisonderwijs. Een collega heeft naar mijn inziens de neiging om ongevraagd zijn mening, idee of oplossing aan te dragen – zelfs als er überhaupt geen vraag zit in wat ik met hem deel. Ik lijk niet de enige te zijn die zoekt naar een ‘uitweg’ op het moment dat hij begint te praten. Menigmaal vang ik gesprekken met hem en anderen op, of maak ik zelf deel uit van het groepje en vliegen telkens kreten als ‘wat ik zou doen…’, of ‘je kan het beste…’, of ‘weet je hoe het zit…’ om je oren. Op dat moment ontstaat een soort van onrust in het groepje, en zeker ook onrust in mezelf, wat resulteert in wegkijkende blikken, rollende ogen of plotselinge toiletbezoekjes. Hij lijkt dit ook nog eens meer te doen naar zijn (jongere) vrouwelijke collega’s dan naar de mannen, wat ik extra irritant vind.

Tegelijkertijd voelt mijn houding niet eerlijk naar hem, ik luister niet eens meer. Terwijl wat hij zegt regelmatig best treffend is, wat ik dan weer irritant vind om toe te geven aan mezelf. Ik wil in werkverband soms iets kunnen delen om te delen, zonder enige vorm van advies – tenzij ik hier om vraag. Het klinkt misschien als een kleine noodzaak, alleen ik werk nauw samen met hem, zit er dus ‘aan vast’ en heb het gevoel dat hij niet fundamenteel zal veranderen in dit opzicht. Dus lieve Dot, misschien dubbel in deze context, ik ben nieuwsgierig naar jouw advies.

Dank alvast,

Ik Wil me Niet Irriteren (maar doe het wel)

Lieve Ik Wil me Niet Irriteren,

Jouw vraag doet me denken aan een ‘gesprek’ dat ik een paar weken geleden had. Aan het einde van een kerkdienst (lang verhaal) kwam een jongeman op me af aan wie ik het opgevouwen blaadje teruggaf met Taizéliederen die we net hadden gezongen. ‘Ik denk dat ik wel een antwoord op je vraag heb’, zei hij terwijl de anderen de kapel verlieten. Ondanks dat ik me niet kon herinneren een vraag te hebben gesteld, was ik nieuwsgierig naar het antwoord. Hij ging naar me toe gedraaid naast me zitten op het rieten kerkstoeltje en begint: ‘in de cirkel van reïncarnatie begin je als een vlooi. Of een mier. Daarna word je een vlieg. Daarna’ – hij aarzelt hier, zoekt en vindt – ‘een vogel. Daarna’ – terwijl mijn brein naarstig touwtjes en losse eindjes zoekt om aan elkaar te knopen, begin ik te vermoeden dat hij de wens die ik tijdens de dienst uitsprak boven een kaarsje, aan het beantwoorden is. Die had ik – navrant, bedenk ik me nu, aangestoken ter nagedachtenis aan de honderdduizenden dieren die deze zomer levend verbrandden, ‘ – komen de honden en katten. Want huisdieren zijn bijzonder. Dan nog de walwissen en dolfijnen, want die bewegen daar nog tussendoor.’ In mijn hoofd zie ik ze bewegen, in diep donkerblauwe wateren. ‘En dan’, het is duidelijk dat hij een veelzeggende ontknoping bereikt, ‘komt de mens.’

Ik probeer te reageren op een manier die passend is voor dit moment, maar kom niet verder dan een aandachtige blik. ‘Zo is het allemaal bedoeld’ voegt hij er nog aan toe en ik ben blij dat er tenminste één van ons tot een bevredigende conclusie is gekomen. Ondanks dat de vraag die ik niet stelde niet beantwoord is, ben ik even stil en bedank ik hem.

Het is een situatie waarin ik me al honderden keren heb bevonden, net als jij zo te horen, Lieve Ik Wil me Niet Irriteren – en samen met ons waarschijnlijk elke vrouw op Aarde. Er is iets gendered aan die momenten waarop je in een vaak letterlijke of mentale hoek gedreven wordt om uitgelegd te krijgen waar je niet om hebt gevraagd. Natuurlijk zijn er ook vrouwen die je kunnen corneren met ongevraagd advies, maar negen van de tien keer is het een man – zoals jouw collega – die zich geroepen voelt je te verlichten met zijn wijsheid. Ik wil dat even noemen, omdat jouw brief me daaraan doet denken – en omdat ik denk dat het waardevol is voor de mannelijke lezers van deze rubriek om te beseffen hoe – inderdaad – irritant het is om dingen uitgelegd te krijgen waar we niet om hebben gevraagd.

Het zal niet de laatste keer zijn dat ik een bak ongevraagd (en onbehulpzaam) mannelijk advies over me heen gestort krijg, net zoals jij kunt rekenen op een dagelijkse douche van je collega. Wat ik je dus aanraad is wat ik bijna altijd aanraad, namelijk het veranderen van jezelf in deze situatie. Dat hoeft niet uit te sluiten dat je je collega liefdevol doch duidelijk vertelt hoe zijn gespreksstijl op je uitwerkt – sterker nog, dat lijkt me een heel goed idee. Maar of hij wel of niet verandert staat los van de rust die je kunt hebben op je werk op het moment dat je zorgt draagt voor je eigen irritatie. Wat dat betreft sla je zelf al de spijker op de kop in de ondertekening van je brief. Ik durf te wedden dat je je nog meer irriteert aan je eigen irritatie dan aan je collega.  En daar heb je gelukkig iets over te zeggen.

Ik ken maar één effectief tegengif van irritatie, en dat is oprechte aandacht. Zoals je zelf al aangeeft heeft je collega soms een goed punt waar je van kunt leren. En zelfs als het advies – zoals in de situatie die ik eerder beschreef – kant noch wal raakt voor je, kun je waardering opbrengen voor de moeite die je collega en alle andere mannen (en toegegeven, enkele vrouwen) opbrengen. Ze delen namelijk hun wereld, vanuit de vooronderstelling dat het helpt. Het is wat dat betreft totaal onpersoonlijk – wat jouw vrijmaakt van de verplichting er ook maar íets mee te moeten. Als je daar bij stilstaat blijft er weinig over om níet te waarderen.

Alle goeds,
Liefs
Dot

Dit vind je vast ook leuk