We hebben allemaal vooroordelen (en dit is waarom dat oké is) - Happinez
Terug naar overzicht

We hebben allemaal vooroordelen (en dit is waarom dat oké is)

Categorie
Tekst
Marnix Pauwels
We hebben allemaal vooroordelen (en dit is waarom dat oké is)

Vooroordelen: niemand ontkomt eraan. En dat is volgens Marnix ook geen ramp. Want hoewel je weinig invloed hebt op spontaan opborrelende gedachten, heb je wel volledige zeggenschap op hoe je dáár weer op reageert.

Ik sta op het punt de kat uit te schelden, maar laat het gaan. Leunend tegen het aanrecht laat ik mijn spontane ergernis lopen, en even later aai ik ‘m, liefdevol. Dat proces is vrij nieuw, als ik eerlijk ben. Zelfbeheersing volgde op zelfkennis, en dat kostte veel tijd.

Een paar jaar geleden, nadat ik een aantal zeer ingrijpende inzichten kreeg en er een onmiskenbare bewustzijnsverschuiving had plaatsgevonden, was ik gek genoeg enorm streng voor mezelf. Na een paar heel bijzondere ervaringen die me een nieuwe kijk op het leven gaven, ontstond er in mijn hoofd een beeld van hoe ik me moest gedragen, maar vooral wat niet meer bij me paste. En het veroordelen van anderen was een van die dingen. Als nieuwe, ‘zuivere’ Marnix zou ik dat nooit meer doen. Maar dat viel nogal tegen.

Ik kan me nog heel goed herinneren dat ik door de stad reed op mijn scooter, en zo neutraal en zen en open mogelijk probeerde te zijn ten opzichte van de buitenwereld. Liefde- en begripvol, iedereen in zijn waarde latend, die sfeer. Het mislukte continu, en flink ook. ‘Zo, die is dik, zou wel ‘ns een beetje kunnen gaan sporten’, dacht ik. Of ‘Ja joh, tuurlijk, beetje bellen op de fiets met je kindje voorop!’, of ‘Wat een belachelijk kapsel, heeft nou nog nooit iemand dat tegen hem gezegd?’. De ene na de andere beschuldiging borrelde omhoog. Zeer veroordelend allemaal, zeer onaardig. En vooral zeer menselijk.

Destijds snapte ik het hele spel van al die automatismen een stuk slechter. Ik dacht dat het systeem van inschatten en oordelen en anderen de maat nemen nooit meer zou plaatsvinden als je eenmaal had gezien dat we allemaal in de basis uit hetzelfde hout gesneden zijn, dat we eigenlijk één zijn. De verlichtingservaring had ik achter de kiezen, de, nou vooruit, zelfrealisatie in de pocket, en ik beschouwde mezelf als een geluksvogel die nu kon stoppen met zoeken, en alleen nog maar eindeloos veel liefde zou gaan verspreiden. Naar mijn idee was ik het vleesgeworden begrip, de wandelende empathie, alleen bleek daar in de praktijk helemaal niets van. Mijn hoofd vertikte het mee te doen.

In die periode dat ik de ene na de andere confronterende ervaring had met mijn diepgewortelde aandrang om te vergelijken en conclusies te trekken vanuit een soort superieure positie, wist ik gewoon nog niet dat het is wat we nu eenmaal doen. Wij, goedbedoelende aardbewoners. Struikelende, ploeterende, falende, maar schitterende wezens met al hun conditionering en verkrampte overlevingsdrang. We denken onszelf de hemel in, maar nog veel vaker de hel. Het naïeve idee dat wat we denken wérkelijk iets over ons zegt en ons terecht beperkt en afbakent, en het geloof dat we verantwoordelijk zijn voor de inhoud van onze gedachten, maakt het leven van velen tot een absolute ramp. En er is vrijwel niemand die aan die mentale herrie ontkomt. Maar dat hoeft ook niet.

Wat ik vooral geleerd heb is dit (en daar kun jij ook je voordeel mee doen): ik kan niet zelf bepalen hoe mijn spontane gedachten zijn over omstandigheden, dus wat ik direct denk en voel. Maar ik heb wel min of meer volledige zeggenschap over hoe ik dáár weer op reageer. Dus wat ik precies doe met die primaire reacties. Laat ik ze lopen, of bijt ik me erin vast? Lach ik erom, of laat ik me verpletteren? Het mooie is: als er een zekere alertheid ontstaat op dat gebied, als je die eerste oprispingen steeds sneller en moeitelozer weet te identificeren, krijg je keer op keer de mogelijkheid er niet meer in te trappen, en je niet meer mee te laten sleuren met je vertrouwde maar verwarrende gedachtentrein.

Om even een heel simpel voorbeeld te geven van de willekeur van wat we denken: van de twee katten die er bij mij in huis wonen, maakt het mannetje ’s ochtends altijd heel veel lawaai als ik in de keuken koffie ga zetten. Inmiddels weet ik dat dit altijd te maken heeft met eten. Hij wil meer, zijn bak moet vol (zelfs als hij nog vol zít). Op zich is dat een heel onschuldig gegeven. Maar afhankelijk van hoe ik uit bed ben gestapt -met het goede of juist het verkeerde been- kan hij rekenen op een aaiende hand in zijn nek (als ik vind dat hij contact met me probeert te maken en dat waardeer), of een schoppende beweging van mijn voet (als ik het ervaar als geklaag). De ene keer vind ik het aandoenlijk, de andere strontvervelend. Tenminste: als ik mijn gedachten op dat moment geloof, en volg.

Bottomline is natuurlijk dat ik gek ben op die malle beesten, en mijn geërgerde gedachten (die zó weer weg zijn als ik ze niet beloon met actie), zijn dus op niets gebaseerd. Sinds ik dit allemaal weet en ken, de geniale maar dominante werking van dit proces, de volgorde van de gedachte die zomaar opkomt en het gevoel dat meteen volgt, en de willekeur van wat er in mijn hoofd omgaat, ben ik er nauwelijks meer gevoelig voor. Ik zie die tijdelijke gedachte over mijn kat, die op dat moment reëel lijkt maar het gewoon niet ís, niet langer als de waarheid. En dat geldt ook voor de veroordelende ideeën die ik heb over anderen. Ze ontstaan gewoon zomaar, vanuit het niets, en daar laat ik ze ook weer in verdwijnen.

Ik ben gestopt mijn oordelen te veroordelen. Ik word niet langer kwaad op mijn boosheid. En ik schrik niet langer van mijn angst. Het maakt alles eindeloos veel simpeler.

Meest populair