Terug naar overzicht

Over liefde op rijpere leeftijd

Categorie
Tekst
Susan Smit
Over liefde op rijpere leeftijd

Als je na je veertigste weer verliefd wordt dan is er nogal wat verleden dat doorsijpelt in het heden: er zijn soms al kinderen en dus co-ouders met wie overlegd moet worden, steden die al eens met eerdere geliefden zijn bezocht, conversaties waarin almaar exen opduiken.

Mijn partner en ik ontmoetten elkaar toen hij 49 was en ik 43. We hadden een heel leven achter de rug waar we elkaar met smaak (en soms met een enkele traan) over konden vertellen, wezen elkaar plekken aan in de stad waar we hadden gewoond of gewerkt. Op feestjes luisterde ik soms naar de verhalen van zijn studievrienden, hardloopbuddy’s, oude collega’s en een enkele ex-vriendin. Al die geschiedenis waar ik geen deel van uitmaak kon me doen duizelen – alsof ik op een onoverbrugbare afstand stond die niet meer in te halen viel.

Ik kan verlangend kijken naar mensen die al tientallen jaren bij elkaar zijn, in goede en slechte tijden. Hoe ze glimlachen als de ander een anekdote begint te vertellen, hoe ze elkaar in de rede vallen: ‘En toen deed jij dát!’ Een getuige van elkaars leven zijn; dat lijkt me zo geruststellend. Misschien dat hij en ik daarom de afgelopen jaren zoveel haast hebben gehad om onze liefde stevigheid te geven – niet per se door zo snel mogelijk samen te gaan wonen, maar door gretig onze eigen herinneringen te maken. Ben je daar wel eens geweest? Heb je dit ooit eerder gedaan?

Liefde op latere leeftijd betekent iemand in je hart en je leven te laten die al behoorlijk ‘af’ is, die gevormd is uit jou onbekende ervaringen en gewend is aan bepaalde gebruiken en voorkeuren. Maar het betekent ook dat jijzelf tamelijk bent uitgekristalliseerd; dat je weet wat je belangrijk vindt en waar je bij gedijt. Het gevolg: je kent jezelf goed en je ziet helder wie je voor je hebt.

Soms kunnen mijn man (want we zijn inmiddels getrouwd) en ik spijtig mijmeren over hoe het was geweest als we elkaar eerder hadden ontmoet, samen eerdere levensfasen hadden beleefd en misschien wel een kind hadden gekregen. Maar dan bedenk ik me dat de persoon op wie ik verliefd ben geworden, niet de persoon is die hij in eerder fases was en andersom. Er was een verbinding tussen de twee mensen die we waren geworden, juist door wat we allebei, met anderen, hebben meegemaakt.

We hebben dan niet het merendeel van ons verleden, maar het nu en de toekomst ligt in onze handen.

Meer lezen?

Meest populair