Terug naar overzicht

Waarom we vaak niet naar onze intuïtie luisteren

Categorie
Tekst
Susan Smit
Waarom we vaak niet naar onze intuïtie luisteren

Ik ontwaakte uit een nare droom die niet aanvoelde als een nachtmerrie, maar als een boodschap: mannen die mijn huis binnendrongen om spullen te stelen.

Dit soort voorspellende dromen of dagdromen heb ik wel vaker, en meestal zit er nauwelijks emotie bij, alleen een urgent gevoel: gelieve actie te ondernemen. Dezelfde dag nog regelde ik een beter slot op mijn achterdeur en liet die op de voordeur checken. Ingenomen met mijn daadkracht en goed ontwikkelde zesde zintuig ontspande ik weer. Drie dagen later, op een rommelige avond, vergat ik – wat nooit gebeurt – de voordeur op het nachtslot te doen. Je raadt het al: ingebroken. De deur was ingetrapt (wat nooit gelukt was met het nachtslot erop) en veel waardevolle spullen waren weg.

Patroon

Als ik alle voorvallen in mijn leven naloop waar ik een voortreffelijke intuïtieve waarschuwing kreeg en er vervolgens grandioos instonk, heeft het dit patroon: 1. Ik voel haarscherp dat er iets mis zal gaan als ik niet ingrijp. 2. Ik zeg of doe iets halfslachtigs. 3. Mijn voorgevoelens zijn gesust en ik word weer passief. 4. Het gaat mis. 5. Ik denk: Ik wist het al.

Zo ging het bij mijn telefoontje naar mijn uitgever (‘Ik heb het gevoel dat er iets misgaat met drukken’) waarna er twee weken later een misdruk was en het boek nog weken op zich liet wachten terwijl het hele pr-circus al gaande was. Zo ging het bij het tekenen van een polis die later een woekerpolis bleek. Zo ging het bij die ene journalist die ik niet helemaal vertrouwde en inderdaad met een rampzalig stuk kwam. Zo ging het bij talloze kleine en grotere rampen. Maar hé, ik had er toch hardop iets van gezegd?!

Ik wist het al

Waarom pak ik nou niet door? Dat is natuurlijk de vraag die ik me moet stellen. Misschien omdat ik, als ik écht actie onderneem, moet erkennen dat er iets grondig mis is. En dat is eng. Me laten sussen voelt veiliger. Of misschien omdat ik, als ik echt dwars ga liggen, de angst moet overwinnen om onbeleefd en onsympathiek te zijn. Door wat te sputteren heb ik geluisterd naar mijn intuïtie en toch geen problemen veroorzaakt. Ik ben braaf een aardig meisje gebleven.

De eerstvolgende keer ga ik het doen: doorzetten, net zo lang tot ik voel dat het gevaar geweken is. Wat ze ook van me denken. Lastig zijn, doorvragen, geen B meer zeggen ook al heb ik A gezegd. Zodat ik daarna niet hoef te denken: Ik wist het al.

Meer Happinez?

Door anderen gelezen