Moed is kwetsbaar durven zijn

Moed is kwetsbaar durven zijn Moed is kwetsbaar durven zijn Moed is kwetsbaar durven zijn

Toen Brené Brown’s eerste TedTalk online kwam, was ze totaal overrompeld door wat anderen dachten en de hoeveelheid negatief commentaar die ze over zich heen kreeg. Een citaat van Teddy Roosevelt was haar redding. In haar boek ‘Durf te leiden’ vertelt ze hoe dat citaat haar leven veranderde.

Kan een citaat je leven veranderen? Ja, zegt de Amerikaanse onderzoeker Brené Brown. Ze doet al twintig jaar onderzoek naar onder meer moed en kwetsbaarheid. In haar nog steeds relevante boek ‘Durf te leiden’ onderzoekt ze hoe moedige leiders zich opstellen, en wat hen moedig maakt.

Zoals in al haar boeken gebruikt ze ook haar eigen ervaringen. Zoals die keer na haar eerste TedTalk, die viral ging, en waarbij ze totaal overrompeld was door de hoeveelheid negatief commentaar die ze over zich heen kreeg. Ze schaamde zich zo dat ze zich alleen maar wilde verstoppen en haar geest wilde verdoven met eindeloze google-sessies. Maar daarbij stuitte ze plotseling op een citaat van de Amerikaanse president Theodore Roosevelt, en dat maakte alle verschil. Dit is wat ze las:

In de arena

‘Het is niet de criticus die ertoe doet; niet degene die ons erop wijst waarom de sterke man struikelt, of wat de man van de daad beter had kunnen doen. De eer komt toe aan de man die daadwerkelijk in de arena staat, wiens gezicht besmeurd is met stof, zweet en bloed; die zich kranig weert; die fouten maakt, die keer op keer tekortschiet… die, als het meezit, uiteindelijk de triomf van een grootse prestatie kent, en als het tegenzit, en hij faalt, in elk geval faalt terwijl hij grote moed heeft getoond.’ – Theodore Roosevelt

Brené Brown ziet een keerpunt in haar leven tussen ‘voor’ en ‘na’ dit citaat. Want ervoor was haar angst voor schaamte en kritiek zo groot dat het haar verlamde. Ze durfde kansen niet te pakken door wat anderen wel niet over haar zouden denken. Ze hield zichzelf in feite klein, om maar niet boven het maaiveld uit te steken. Als ze een opiniestuk schreef, stuurde ze dat niet naar de New York Times, maar naar een kleine krant. ‘Het was het me niet waard om in mijn kracht te staan en uit te pakken, want ik wist niet of ik de kritiek aankon.’

Het citaat is heel krachtig. Het gaat niet om de roeptoeters langs de zijlijn. De mensen die ertoe doen, zijn de mensen die de arena in gaan. Die zich blootgeven, op durven te staan, die dingen durven te dóen, in de wetenschap dat ze misschien jammerlijk af zullen gaan. De mensen die kwetsbaar durven zijn en moed tonen.

Dit zijn de drie basisregels die Brené Brown voor zichzelf opstelde.

1. Ik ga de arena in

Ja, het is eng, en ja, misschien krijg je op je donder, maar je doet het. Moed tonen is de arena instappen. Je gaat het doen. Niet jezelf klein houden, of genoegen nemen met een plekje ergens bovenin de tribune, waar niemand je ziet en je geen risico loopt, maar je plaats innemen op het toneel, doen wat je vindt dat je te doen staat, ook al weet je niet of het gaat lukken.


2. Kwetsbaarheid is geen zwakte, maar een teken van moed

Ja, je bent kwetsbaar als je niet weet wat de uitkomst gaat zijn, en dat is juist de definitie van moed. Of het nu een moeilijk gesprek is, een lezing, een sollicitatie, een ontmoeting: hoe kwetsbaarder je bent, hoe moediger je bent. Moed en kwetsbaarheid gaan gelijk op. Wie zich kwetsbaar opstelt, toont moed. Per definitie.

3. Als jij niet in de arena staat, ben ik niet geïnteresseerd in je feedback over mijn werk

In het Nederlands zeg je: ‘De beste stuurlui staan aan wal’ – de mensen die het zo goed weten en het hardst roepen wat er allemaal niet deugt, hebben eigenlijk geen idee waar ze het echt over hebben. En dit geldt voor iedereen die maar wat roept, of het gewoon leuk vindt om anderen uit te schelden of naar beneden te halen.

Het boeit je wél wat anderen over je denken

‘Het maakt niet uit hoe anderen over je denken.’ Dat is de gedachte waarmee we onszelf en anderen troosten bij keiharde, onverwachte en vaak onterechte kritiek of scheldpartijen. Maar, zegt Brené Brown, die gedachte helpt niet, want het is niet hoe het werkt. Het boeit je namelijk wél wat anderen van je vinden. ‘Je bent neurobiologisch gebouwd om je dat aan te trekken’, zegt ze in de special ‘Brené Brown, the call to courage‘.

Mensen zijn sociale dieren, hoe en wat anderen over ons denken is belangrijk, dat kun je niet ontkennen. Maar je kunt wel kiezen welke anderen. Laat dat een select groepje zijn. De mensen die vanaf een veilig afstandje staan te roepen wat er allemaal aan jou niet deugt, die horen er in elk geval niet bij.

Wie dan wel? De mensen die van je houden, juist dankzij je imperfectie en kwetsbaarheid. Ze zijn het niet altijd eens met wat je doet, en ze zullen het je vertellen als je de mist in gaat, maar ze zijn er altijd om je aan te moedigen. Het zijn die mensen die zorgen dat je kwetsbaar en moedig durft te zijn en die het toejuichen dat je de arena in gaat.

Een troostrijke gedachte: het zijn er veel meer dan je denkt.

Petje af, voor de mensen in de arena.

Meer over kwetsbaarheid?

Lees hier 6 mythes over kwetsbaarheid

Over auteur
Huisfilosoof Anne Wesseling duikt elke twee weken haar boekenkast in en kijkt hoe de denkbeelden van grote meesters nog in te passen zijn in deze tijd.
Volgend artikel
Zo maakt kwetsbaarheid je een gelukkiger mens
Zo maakt kwetsbaarheid je een gelukkiger mens