Als je een zoon hebt... (lees dan deze brief) - Happinez
Terug naar overzicht

Als je een zoon hebt… (lees dan deze brief)

Categorie
Tekst
Susan Smit
Als je een zoon hebt… (lees dan deze brief)

Susan Smit, zelf moeder van een zoon en een dochter, kwam tot een belangrijke conclusie: een kind groeit van binnenuit. Ze schreef voor Happi.kidz een brief aan meisjesmoeders en jongensvaders en andersom.

Het was een jongetje! Weet je nog: die kleine knuistjes, dat buikje, dat lieve piemeltje waar je misschien – als je ook een vrouw bent – de eerste dagen geen raad mee wist? Hoe klein hij was en vooral hoe kwetsbaar? Gek genoeg verraste me dat, alsof ik het ergens niet verwacht had. Ik moest kennelijk nog gaan begrijpen dat een jongetje evenveel koestering, troost en bescherming nodig heeft als een meisje. Ik weet nog dat ik zijn kleine voetjes vasthield en huiverde bij het idee wat de wereld van jongens verwacht. Ik dacht aan hoe ze door de eeuwen heen de oorlog in werden gestuurd en werden opgejut om dingen te doen die ‘mannen’ van ze zouden maken.

Het patriarchaat heeft mannen net zo goed beschadigd als vrouwen. Man-zijn betekende vanaf dat moment winnen, ten strijde trekken en domineren. Dat is een eenzijdig en schraal beeld van mannelijkheid waarin het wilde, vaderlijke, wijze, creatieve, nobele en liefhebbende deel geen plek heeft. Van dat uitgangspunt is nog veel blijven plakken in de wereld waarin onze zonen straks op eigen benen moeten staan. Wij als ouders en opvoeders kunnen alleen maar een tegenwicht bieden door ze te laten zien hoe divers ware mannelijkheid is; zowel grof als verfijnd, zowel moedig als kwetsbaar. Het is de krijger. De minnaar. De nar. De koning. De denker. De dichter.

Waar meisjes soms worden ontmoedigd om boos te zijn, worden jongens afgeremd om verdrietig te zijn. Als ze huilen, horen ze dat ze flink moeten zijn. ‘Je bent toch geen mietje?’ Als wij het al niet bewust of onbewust doen, dan doet de omgeving het wel. Zo wordt het idee geplant dat emotie beheersen krachtig is en het doorvoelen en uiten van emotie zwak. Daardoor kan innerlijke pijn geen uitweg vinden en doorslaan in agressie of juist een naar binnen keren.

Laatst mocht ik van mijn zoontje de slaapkamer niet verlaten omdat hij bang was dat hij dan weer zou gaan huilen. En ‘huilen loste niets op’. Ik weet niet waar hij dat vandaan had, maar alles in me kwam in opstand. ‘Even huilen, ook al weet je niet eens precies waarom, kan juist heel fijn zijn,’ zei ik. ‘En het lost wél iets op, want daarna voel je je opgelucht.’ Hij knikte, nog niet helemaal overtuigd. ‘Wees nooit bang voor je eigen verdriet,’ drukte ik hem op het hart, ‘want het gaat vanzelf weer weg – juist als je durft te huilen. Let maar op.’

Voor ik moeder werd, dacht ik dat het opvoeden van kinderen hetzelfde was als een tekening maken op een wit vel. Alles zou je erin moeten stoppen, van leren lopen tot hele zinnen uitspreken, anders ging het mis. Al gauw kreeg ik in de gaten dat een kind van binnenuit groeit en niet van buitenaf groter getrokken kan worden. Ik zag hoe mijn baby zich ineens omrolde zonder dat iemand dat had voorgedaan, op het moment dat het daar zelf klaar voor was. Ik zag hoe het ging kruipen, eerst achteruit en toen vooruit, zich optrok aan spijlen, ik hoorde eerste woordjes. Het ging allemaal met een grote vanzelfsprekendheid, uit pure levenslust. De drang omhoog zit in elke plant die zich naar de zon richt en groter groeit, en in elk ander levend wezen op aarde. Ik begon me te schikken in een passender, bescheidener rol en leerde toekijken hoe mijn zoon zich geleidelijk aan ontwikkelde, hier en daar bijsturend, troostend, sussend en streng toesprekend. Hij had mijn hand nodig om zich af en toe aan vast te pakken, niet om hem volledig te sturen.

De kunst is om dat inzicht, dat wij niets bepalen maar hoogstens begeleiden, vast te houden als onze zonen (en dochters) uitgroeien tot echte volwassenen. Om ruimte te scheppen tussen onszelf en onze kinderen. Onze jongens zullen andere voorkeuren hebben dan wij, andere keuzes maken dan wij zouden doen. Ze mogen dan enkele van onze gewoonten overnemen, dezelfde blauwe ogen hebben of bruine haren, maar in hun diepste ziel verschillen ze van ons. Ze zijn wezenlijk anders. Ze hoeven niet onze dromen voor ons te verwezenlijken of onze kwetsuren te genezen. Ze hoeven alleen maar te zijn wie ze bedoeld zijn te zijn. En dan, als we daar oog en waardering voor hebben, zullen we merken dat onze kinderen ons evenveel beïnvloeden en inspireren als wij hen.

Dat is wat ons ouders te doen staat, als je het mij vraagt: onze kinderen accepteren en liefhebben precies zoals ze zijn. Wat niet betekent dat we ze niet corrigeren, streng toespreken en dat we geen vrijheden innemen als blijkt dat ze er nog niet mee om kunnen gaan. Maar, zo zeg ik altijd tegen mijn zoontje die enorm stoute streken kan uithalen: ‘Zelfs als ik boos op je ben, dan nog houd ik van jou.’ Alleen als wijzelf onze onvolmaaktheden en de imperfectie van ons leven accepteren, kunnen we die boodschap zuiver overdragen; de boodschap dat we allemaal ons best doen en dat dit genoeg is.

Kinderen mogen worden bemind alleen omdat ze geboren zijn. Ze hoeven onze liefde niet te verdienen. Och, onvoorwaardelijke liefde – kom daar nog maar eens om in het volwassen leven. Als we onze ouderliefde tot op de diepste bodem van hun hart weten te krijgen, dan geven we ze een intrinsiek gevoel van de moeite waard zijn. Die kracht kunnen ze de rest van hun leven, als er zoveel van ze wordt geëist, verlangd, verwacht en gevergd, met zich meedragen. Het is het grootste cadeau dat een opgroeiend mens kan krijgen. Hoe eervol is het dat alleen wij hen dat kunnen geven.

Met liefde en respect voor jou en alles wat je voor je zoon doet,

Susan

Dit vind je vast ook leuk