Terug naar overzicht

Enig kind: dit zijn de mythes

Categorie
Tekst
Sanne Eva Dijkstra
Enig kind: dit zijn de mythes

Samengesteld, groot, klein, met twee papa’s of twee mama’s: gezinnen zijn er in alle vormen en maten. En toch is er een type gezin dat nog altijd vaak als afwijkend of slecht voor kinderen beschouwd wordt.

De Amerikaanse psycholoog Granville Stanley Hall riep er ooit zelfs de term ‘enigkindsyndroom’ voor in het leven. Hall beweerde dat enig kind zijn een ziekte op zichzelf is. Over gezinnen met één kind bestaan verschillende culturele misvattingen. De meest hardnekkige daarvan: enig kind zijn is eenzaam.

Verschillende wetenschappelijke onderzoeken laten iets anders zien, en ook volgens Lauren Sandler klopt deze aanname niet. Ze vroeg zich af of er echt bewijs bestaat dat enige kinderen slechter af zijn – en ontdekte dat dat niet zo is. Sandler is journalist en auteur van het boek ‘One and Only’, waarin ze stereotypen over enig kind zijn ontrafelt en de keuze voor één kind, meerdere kinderen of geen kinderen legitimeert. Ervaringsdeskundige is ze ook: ze groeide op zonder broers en zussen en is moeder van een enkele dochter.

Eenzaamheid of solitude?

Iedereen voelt zich eenzaam, volgens Sandler. Daarvoor hoef je niet eens alleen te zijn. Ook als je omringd wordt door anderen, kun je je eenzaam en alleen voelen. Volgens Sandler is er een verschil tussen eenzaamheid en solitude – alleen zijn zonder dat je je eenzaam voelt. ‘Als we een kind zien dat alleen is, projecteren we daar het idee van eenzaamheid op, in plaats van het idee van solitude’, zegt ze. Zelf ervoer ze als kind geen gemis van een broertje of zusje, maar voelde ze zich soms wel eenzaam in relatie tot het ‘eenheidsfront’ dat haar ouders vormden.

Andere kinderen die functioneren als broer of zus

Volgens psychologische onderzoeken is er onder kinderen met broers of zussen niet meer of minder eenzaamheid dan onder enige kinderen. Sandler: ‘Kinderen brengen het grootste deel van hun tijd door op school, waar socialisatie plaatsvindt.’ Wel benadrukt ze dat het verstandig is dat ouders van een enig kind ervoor zorgen dat er andere kinderen in de buurt zijn die kunnen functioneren als een broer of zus. Zo was Sandler als opgroeiend meisje hecht met de kinderen van de onderburen en had ze nog twee andere vrienden in het appartementencomplex waar ze woonde. Groei je als enig kind erg afgelegen op, dan ligt eenzaamheid wel op de loer, verklaart ze. Al kan dat ook in gezinnen met meerdere kinderen: als broers en zussen elkaar constant in de haren vliegen, voelen ze zich ook alleen.

Anders tijdens quarantaine

Sandler schreef haar boek voordat we te maken kregen met corona, maar zou er nu graag een postscriptum aan toevoegen. Een enig kind hebben of zijn in tijden van quarantaine is namelijk echt anders, heeft ze gemerkt. Ze realiseert zich nu pas hoe geïntegreerd haar eigen gezin is met andere gezinnen, en dat die vriendschappen een belangrijk onderdeel van hun leven vormen. ‘Enig kind zijn als je voortdurend andere kinderen in de buurt hebt, is radicaal anders dan wanneer je thuis geïsoleerd bent.’ Dat is precies wat haar dochter nu ontdekt.

Meer Happinez?

Door anderen gelezen