Leve de luie ouder - Happinez
Terug naar overzicht

Leve de luie ouder

Categorie
Fotografie
Artikel: Wies Enthoven, uit Happi.kidz 2012
Leve de luie ouder

Met vallen en opstaan worden we groot, en wijs. Om je eigen kind dit aan den lijve te laten ervaren, hoef je helemaal niets te doen. Leun achterover, laat los en schep ruimte om het beste in jou en je kind naar boven te laten komen!

We leven in een tijd waarin ouders vrijwel alles doen om hun kinderen zo goed mogelijk te laten gedijen. Kosten noch moeite worden gespaard om hen te stimuleren, te helpen, gelukkig te maken – want dat is natuurlijk wat we beogen. Maar doen we dat inderdaad door ze steeds bij de hand te nemen? Door ze van de ene naar de andere sport te rijden, elk moment van de dag voor ze klaar te staan en ze niets op eigen houtje te laten uitzoeken? Er zijn stemmen die juist pleiten voor het tegendeel – voor lui ouderschap. Niet doen, maar laten…

Luie ouders hebben gelijk

Een sprekend voorbeeld van een ouder die inzag dat het anders kan, is Tom Hodgkinson. De Engelsman die met het boek ‘Luie ouders hebben gelijk’ veel stof deed opwaaien onder ouders die allemaal zo enorm hun best aan het doen waren. Als vader van drie kinderen beneden de tien jaar merkte hij hoe hoog de eisen waren die hij aan zichzelf stelde. Toen op een dag zijn zoontje van vijf tegen hem schreeuwde ‘ik…wil… vermaakt… worden,’ realiseerde hij zich dat dankzij zijn eigen gedrag van ‘chronische overstimulatie’, zijn kind niet wist hoe het moest spelen.

Met een flinke dosis zelfspot laat Hodgkinson zien hoe hij het roer omgooide. Hij werd daarbij geïnspireerd door de Engelse romanschrijver D.H. Lawrence, die al in 1918 de volgende passage schreef: ‘Hoe moet de opvoeding van een kind worden aangepakt? De eerste regel is: laat hem zijn gang gaan. De tweede regel is: laat hem zijn gang gaan. De derde regel is: laat hem zijn gang gaan. Dat is de hele aanpak’. Precies dat werd het nieuwe, simpele devies van Hodgkinson. Word een luie ouder die niet voortdurend ingrijpt, activiteiten bedenkt en zijn kinderen beschermt. Laat het ze zelf uitvinden.

Stel het beeld van de ‘perfecte ouder’ bij

Ten eerste wordt je eigen leven daar makkelijker door en ten tweede geef je ze de vrijheid om zelf uit te vinden hoe het leven in elkaar zit. Met valkuilen en al. Laat ze maar vallen en hun knieën schaven, of nat en smerig worden. Laat ze over rotsen klauteren. Gevaar hoort bij het leven, net als pijn en plezier. Laat ze ook vooral helpen in huis. Zelf verhuisde Hodgkinson naar een boerderij waar hij zijn kinderen flink de handen uit de mouwen laat steken. Afwassen, opruimen, eten maken, tuinieren. Als hij eieren gaat verzamelen of hout gaat halen voor de kachel, dan huppelt zijn jongste zoontje van vier vrolijk met hem mee. Voor hem is het spel, geen werk.

Hodgkinson daagt je uit om het beeld van ‘de perfecte ouder’ bij te stellen. De perfecte ouder, die bestaat niet. De kunst is juist om voor je kinderen zo veel mogelijk jezelf te zijn – in plaats van een krampachtige versie van jezelf die overdreven hard z’n best doet. Daarmee geef je je kinderen juíst het gevoel dat ze niet goed genoeg zijn. Als jij rustig bent en je prettig voelt, dan is de kans groot dat je kind dat overneemt. Maak je eigen leven leuk, dan geef je je kinderen het goede voorbeeld. Probeer eens elke dag minstens een kwartier voor jezelf te creëren. Laat je kinderen zichzelf vermaken, reik ze niets aan, terwijl jij onderuitzakt met een boek, bloemen plukt, iets lekkers voor jezelf kookt, noem het maar op. Alle dingen die jij met plezier doet, kunnen alleen maar goed zijn voor je kind. Dat is nog eens andere koek dan de hele dag als een taxichauffeur van de ene naar de andere bezigheid rijden.

Scharrelkinderen

Een luie ouder zijn klinkt simpel, maar het vergt van ouders twee belangrijke stappen die helemaal niet zo eenvoudig zijn: loslaten en vertrouwen hebben in je kind. In Amerika ontketende columnist Lenore Skenazy een rel toen ze schreef over haar zoon van negen die ze in zijn eentje met de metro naar huis had laten gaan. Min of meer heel Amerika keerde haar de rug toe. Le-vens-gevaarlijk. Maar gelukkig ontketende ze ook een tegenbeweging van ouders die ervoor pleiten kinderen hun vrijheid terug te geven: de free-range kids of scharrelkinderen. Scharrelkinderen gaan alleen naar de bibliotheek, hangen in bomen of slenteren met vriendjes over straat. Het zijn kinderen die worden losgelaten, die zelf fouten kunnen maken en bloot staan aan de gevaren die er nu eenmaal zijn. Het zijn kinderen die de kans krijgen om zélf te ontdekken wat ze allemaal kunnen.

Ontwikkelingspyscholoog Steven Pont zegt over het idee achter scharrelkinderen: ‘Je moet niet aan het gras trekken, je moet het van onderen voeden en er vertrouwen in hebben dat het groeit. Dat gras groeit al een paar miljoen jaar.’ Kinderen, zegt Pont, leren dingen op twee manieren: door instructie en ervaring. Baby’s en heel kleintjes hebben de meeste aanwijzingen nodig, om ze te behoeden voor gevaren. Hoe groter ze worden, des te makkelijker het wordt om ze zelf dingen te laten ervaren. Wat kinderen leren door ervaring heeft een grotere invloed op hun hersenen – en dus hun gedrag – dan wat er via aanwijzingen tot ze komt. Voor wie het lastig vindt om te bepalen hoeveel vrijheid je een kind moet geven, heeft Pont twee regels. De eerste luidt: vraag je af of wat je kind doet levensgevaarlijk is. De tweede: kijk of anderen er last van hebben. Als het antwoord op beide vragen ‘nee’ is: laat het z’n gang gaan, ook al ziet het er onhandig uit of heb je het idee dat het allemaal veel sneller kan.

Vind je het echt heel moeilijk, denk dan aan de woorden van yogalerares en counselor Patty Jongemaets:  ‘Je mag echt vertrouwen op de wijsheid van je kind. Kinderen kunnen zo veel zelf bedenken. Ouders komen vaak naar me toe en vertellen dat hun kind zo onzeker is. Maar als je het alles uit handen neemt, máák je het onzeker. Je kind doet dingen op zijn eigen manier. Laat een vierjarige z’n eigen drinken inschenken en maak als kinderen ouder worden afspraken. Geef ze verantwoordelijkheid en benoem die ook. Zeg: ‘Goh, wat fijn dat je je verantwoordelijkheid hebt genomen en je aan onze afspraak hebt gehouden.’ Zo haal je wat ik de ‘deugd’ of ‘zielskwaliteit’ van een kind noem omhoog, dat maakt ze krachtig.’

De kracht van vervelen

Als er geen dagvullend programma voor je kind voorhanden is, dan is de kans groot dat het woord ‘vervelen’ zal vallen. Geen paniek. Vervelen mag – vervelen is zelfs goed. Ook al is het best vervelend als een kind naar je toekomt met de woorden ‘ik verveel me zo’. Bedenk dat kinderen door zich te vervelen zelf op onderzoek uitgaan. Michael, vader van vier kinderen, weet er alles van. Zijn kinderen verlangen elk jaar opnieuw hevig naar de week dat ze met het hele gezin in Normandië zijn. Ze hebben, net als de meeste leeftijdgenoten, min of meer alles: van fiets tot iPhone tot muziekinstrument. In Normandië is niks. Een kaal huis, geen tv, alleen veel natuur. Eenmaal daar gaan ze bramen plukken, stenen verzamelen, kevers bestuderen en visjes vangen. En natuurlijk vervelen ze zich ook. Maar dat duurt nooit lang en levert altijd de meest verrassende ontdekkingen op voor henzelf. Het maakt ze creatief.

Kinderen vinden dingen uit, doen van alles zonder vooroordelen en vaststaande ideeën waar wij als volwassenen mee opgezadeld zijn. We maken ons voortdurend druk over hun toekomst, terwijl we op dit moment geen flauw idee hebben hoe die eruit zal zien. Het enige wat we kunnen doen, is onze kinderen zo laten opgroeien dat ze over de creativiteit beschikken om bestaande problemen op te lossen. Sir Ken Robinson, professor in de Engelse literatuur en begenadigd spreker, pleit voor een nieuw onderwijssysteem waarin veel meer ruimte is voor creativiteit. Als sprekend voorbeeld schetst hij het meisje van zes dat in de klas een tekening aan het maken is. Haar lerares vraagt wat het voorstelt. “Ik ben God aan het tekenen,” zegt ze. “Maar niemand weet toch hoe God eruitziet?” reageert de lerares. ‘Zometeen wel,’ antwoordt het kind.

Helden

Het blijkt dat juist degenen die we in het leven beschouwen als ‘geslaagd’, losgelaten zijn. Leuk is het verhaal van Richard Branson, de man achter de succesvolle onderneming Virgin. Branson vertelt in zijn autobiografie hoe hij als kleine jongen door zijn moeder op pad wordt gestuurd. Hij moet naar een plaats die 80 kilometer verderop ligt, waar hij nog nooit is geweest. Een pakje brood krijgt hij mee, en de boodschap dat hij onderweg zelf wel water kan regelen. Branson: ‘Mijn moeder dacht dat het me uithoudingsvermogen en richtingsgevoel zou bijbrengen.’ Hij kan zich niet meer voor de geest halen hoe hij het allemaal voor elkaar kreeg, maar een dag later kwam hij weer heelhuids thuis. ‘Ik herinner me hoe ik de keuken binnen kwam lopen als een conquering hero.’

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Dit vind je vast ook leuk