Terug naar overzicht

Hoe opruimen de balans in je leven kan opmaken

Categorie
Tekst
Anne Wesseling
Fotografie
Peggy Janssen, Styling José Spaans
Hoe opruimen de balans in je leven kan opmaken

Bankafschriften. Folders van de reisvereniging. Krantenknipsels. Mappen vol correspondentie. Rekeningen van het telefoonbedrijf. Tijdschriften. Foto’s. Een telefoonboek uit de jaren negentig. Toen Anne Wesseling het huis van haar ouders opruimde, concludeerde ze dat ze daarmee niet alleen de balans van hun leven opmaakte, maar dat ze ook zichzelf er rust mee gaf.

Toen mijn vader vorig jaar overleed, hoefde zijn huis gelukkig niet op stel en sprong leeg, maar toch begon ik vrij voortvarend met het opruimen. In een weekend bracht ik alle kleren naar de kledingbak. Daarna begon het uitzoeken van de boeken, een enorme klus, maar ook dat lukte. Maar daarna kwamen de papieren. Daar zat ik dan, met een heilig ontzag voor het geschreven en gedrukte woord.

Kratten vol

In die fase ben ik nu dus. Ik denk eerlijk gezegd dat aan het eind van het opruimproces er maar een paar items overblijven die een vast plekje in mijn huishouden gaan vinden. Een blauwe hangklok, een houten kastje, een biografie over zijn held Mohammed Ali, de gedichten van Masha Kaleko en een verzameling Duitse poëzie. Maar toch wil ik alles door mijn handen laten gaan, en daarom staan er hier beneden dus nu tien plastic kratten gevuld met ordners en stapels papieren die ik maar meegenomen heb naar mijn eigen huis, omdat ik geen tijd had om het allemaal daar uit te gaan zitten zoeken.

Een onvermijdelijke verbondenheid

Ik hoor wel eens van erfenissen die gedoe opleveren, en ik prijs mezelf gelukkig dat ik dáár in elk geval als enig kind geen last van heb. Aan de andere kant ben ik wel de enige die nu, zo aan het eind, nog door alle spullen en papieren gaat. Daarom wil ik het ook zorgvuldig doen. Aan de ene kant vind ik dat soms irritant (‘Ik zit letterlijk met de zooi’ mopper ik soms zachtjes), aan de andere kant vind ik het bijzonder, omdat het ook een intiem proces is. Ik laat niet alleen al zijn spullen door mijn handen gaan (de kleding, het beddengoed, de douchegel en de aftershave) maar ik vind ook brieven, aantekeningen, speeches, mappen vol met krantenknipsels, een paspoort uit de jaren vijftig, de brieven die ik zelf als kind schreef, onbeholpen in het Engels gericht aan een onbekende en waarvan ik al niet wist wat ik erboven moest zetten (‘Dear dad?’) en van wie ik de taal niet eens sprak. Al doende krijg ik een beeld van een leven waar ik niet zoveel van wist, en toch als dochter onvermijdelijk mee verbonden ben.

Opruimen op een persoonlijke manier

Mijn moeder doet het trouwens heel anders. Haar huis is gezellig én opgeruimd, alles wat geen nut had of wat ze niet mooi vindt of niet gebruikt, heeft ze al lang geleden weggedaan. Als we bij haar op bezoek zijn, gaat ze aan het eind met de kinderen voor de boekenkast staan en mogen ze allebei een boek uitkiezen. Daarbij vertelt mijn moeder dan wat ze ervan vond, hoe ze eraan kwam en waarom ze het mooi vind. Zo ruimt ze haar boekenkast stukje bij beetje op, op een hele leuke en persoonlijke manier. Ze heeft jaren geleden de dozen met foto’s al uitgezocht en bewaart alleen de foto’s die ze bijzonder vindt en waar ze zelf op staat.

Bewuste keuzes

Iets om een voorbeeld aan te nemen, vind ik. Dat hele opruimen in het huis van mijn vader heeft namelijk nog een opvallende bijkomstigheid: ik kijk nu ook anders naar mijn eigen huis en vooral mijn archief (lees: de stapels papier en ordners en mappen met aantekeningen van lang geleden). ‘Stel dat ik onder de tram kom…’ zei ik laatst tegen mijn dochter, waarop ze monter antwoordde: ‘Dan gooien we alles weg!’ Lief, maar dat wil ik haar toch niet aandoen. Met het laatste kind bijna het huis uit, is het tijd om de boel een beetje voor te sorteren. Wat is écht de moeite waard? De boekhoudingen twintig jaar op zolder laten staan, is dat echt nodig? En die bankafschriften uit de jaren negentig, die nog in een mapje ergens liggen? De doos met foto’s waarvan ik soms niet eens weet wie er allemaal op staan? Ik laat het aan mijn kinderen zien, vertel er wat over, en dan kan het weg.

Elke dag een stukje leven door je handen laten gaan, daar komt het eigenlijk op neer. Ik ga het steeds leuker vinden en mijn heilig ontzag voor papier wordt minder. ‘Leuk om nog eens terug te lezen’, dat ‘nog eens’-moment is nú en daarna kunnen veel dingen weg. Uiteindelijk gaat het om de verhalen, niet om hoe ze zijn vastgelegd.

 

Meer lezen?

Meer Happinez?

Door anderen gelezen