Over wisseldagen: hoe om te gaan met co-ouderschap
Terug naar overzicht

Over wisseldagen: hoe om te gaan met co-ouderschap

Categorie
Tekst
Pauline Bijster
Fotografie
Beeld Annie Sprat
Over wisseldagen: hoe om te gaan met co-ouderschap

Met co-ouderschap leer je heel goed afscheid nemen, en leer je elkaar steeds opnieuw weer kennen.

Volgens het CBS krijgen één op de vier kinderen te maken met een scheiding. En veel scheidingen leiden tot co-ouderschappen. Wij hebben ook een co-ouderschap.

Op donderdag haal ik de oudste twee op van school of in de vakantie van hun vader, ik heb ze dan een paar dagen niet gezien.

Soms ga ik met tegenzin, terwijl ik toch ontzettend veel van ze houd. Maar als ik ze ophaal na een paar dagen bij hun vader geweest te zijn, zijn ze altijd korzelig. Niet heel duidelijk chagrijnig of doelgericht boos. Het is een stemming waar zelfs moeilijk woorden aan te geven is. Omdat ik inmiddels weet dat die wisseldagen lastig zijn, probeer ik extra lief te doen. We eten pizza, een vriendje mag mee-eten. Ze mogen langer op de iPad. Soms wordt het toch ruzie, als ze mijn noeste inspanningen om extra aardig te doen niet op waarde inschatten of zich er zelfs tegen afzetten.

Op een gegeven moment verdwijnt het. Het verdwijnt gelukkig altijd. Als we weer bij elkaar passen allemaal, hier in huis, is de rust weer terug. Ik herinner me dezelfde situatie uit mijn jeugd. Mijn ouders gingen snel uit elkaar, ook wij gingen iedere week heen en weer van vader naar moeder. Ik herinner me dat ik mijn moeder altijd een beetje stom vond als ik net van mijn vader kwam, en andersom. De andere ouder – die het misschien ook gewoon even wennen vond – deed dan raar. Veel te goed zijn best of juist niet enthousiast genoeg. Je zoekt als kind naar het vertrouwde, maar hoe je het ook went of keert, het huis ruikt anders dan het huis waar je de afgelopen dagen was dus het is misschien wel vertrouwd maar ánders vertrouwd.

Elke week neem ik me voor om het goed te doen, ook al weet ik niet hoe een ouder dit ooit goed kan doen. Waarschijnlijk komt het voornamelijk neer op: wachten tot het vanzelf goed gaat. Tot we weer bij elkaar passen. En dan, als het weer gezellig is, als ik hun tempo weer snap en zij mijn grapjes weer waarderen, als ze weer vredig zijn en gewend aan ons huis en de geur en het matras en als ik weer trots op hun als nooit tevoren, dan gaan ze weer. Dan geef ik ze een iets langere knuffel in de ochtend. Dan zwaai ik ze uit. Daar gaan ze weer, tot over een paar dagen, lieve kinderen. Het ga jullie goed. Ook aan de andere kant zal het wennen zijn.

Meest populair