Terug naar overzicht

Bonding: fundament van een gelukkig leven

Categorie
Tekst
Happinez redactie
Bonding: fundament van een gelukkig leven

Het wordt weer populair: groepstherapie om je verstoorde bonding te herstellen met behulp van lichamelijk contact en het ongeremd uiten van emoties. Journalist Bianca Bartels zocht uit hoe het werkt en deed zelf mee.

Hechting is belangrijk, dat weten we. Iedereen zoekt verbinding: met ouders, andere familieleden, vrienden en partners. Maar aan hechting gaat nog iets vooraf, en dat is bonding. Bonding – het vermogen om contact te maken en je daar veilig bij te voelen – is zelfs een voorwaarde voor hechting, een proces dat doorgaat gedurende de hele kindertijd. Bonding is ook: de combinatie van emotionele openheid en lichamelijke nabijheid van een ander. Volgens de Amerikaanse psychiater Dr. Daniel Casriel (1924-1983), de grondlegger van de bondingpsychotherapie, zijn dat primaire levensbehoeften. Voor een zuigeling is bonding net zo belangrijk als eten en drinken om in leven te blijven. Bij een goede, veilige bonding kun je groeien naar volwassen autonomie. Veilige bonding, en daarna veilige hechting maakt het makkelijker om je goed te voelen ten opzichte van anderen en intimiteit aan te gaan.

Verlatingsangst en bindingsangst

Helaas verloopt het proces van bonding en hechting niet in ieders leven vlekkeloos en dat kan later in je leven grote impact hebben. Bij een onveilige bonding en hechting gaan mensen zich vaak óf meer vastklampen en bevestiging zoeken bij anderen vanuit de gedachte dat ze het zelf niet kunnen, óf ze zullen anderen juist afwijzen en het allemaal zelf gaan doen.

Acceptors

De Amsterdamse psychiater Hans van Wechem heeft zich gespecialiseerd in bondingpsychotherapie. Hij legt uit dat je bij het eerste prototype van onveilige bonding spreekt van acceptors: dat zijn angstige mensen, in oorsprong kwetsbare kinderen en/of kinderen met ouders die heel veel eisen. Zij willen alles doen om door de buitenwereld te worden geaccepteerd. Ze kunnen niet goed volwassen worden omdat ze zichzelf in dat geval ontslaan van de aandacht en acceptatie die ze van de buitenwereld nodig hebben. Ze hebben vaak een minderwaardigheidscomplex en verlatingsangst. Uit angst voor afwijzing laten ze niet zien dat ze pijn lijden en uiten ze hun boosheid niet.

Rejectors

Het tweede prototype zijn de rejectors: mensen die al op heel jonge leeftijd, vaak nog voor ze kunnen praten, telkens hun neus gestoten hebben in de buitenwereld. Zij voelen dat hun bestaan ontkend wordt doordat ze niet gezien worden en er dus schijnbaar niet toe doen. Zij gedragen zich bozig afwijzend door de voortdurende frustratie, maar ook daaronder ligt angst. Vaak worden zij snel volwassen omdat ze onbewust denken: ik doe het zelf wel, want de prijs die ik voor liefde moet betalen is te hoog. Het zijn vaak einzelgängers die hun behoeften ontkennen omdat behoeften je kwetsbaar maken. Als ze relaties aangaan, doen ze dat met mensen die afhankelijk van hen zijn. Ze hebben een uitvergrote autonomie, een soort overwaardigheidscomplex, last van bindingsangst en moeite met het toelaten van verdriet.

Afweermechanismes

Beide prototypes zijn onveilig gehecht, en beiden hebben vaak onbewust het gevoel dat ze niet mogen zijn zoals ze zijn. Of ze denken: ‘ik ben niet om van te houden’, ‘ik ben niet goed genoeg’ et cetera. Deze negatieve overtuigingen zijn afweermechanismes die als functie hebben om verwarrende, pijnlijke boodschappen te rechtvaardigen en begrijpelijk te maken waarom behoeften niet worden vervuld.

Op lichaamsniveau

Ongeveer een derde van de Nederlandse bevolking is niet veilig gehecht, in ernstige en minder ernstige varianten. Daar komen uiteenlopende problemen uit voort doordat mensen het tekort aan bonding proberen te compenseren: overmatig medicijn-, alcohol- of drugsgebruik bijvoorbeeld. Of gokken, seksverslaving, te hard werken, spanningsklachten, eetstoornissen of psychosomatische klachten. Om deze problemen te behandelen gaan ze doorgaans in gesprekstherapie. Maar dieper dan het niveau waarop je kunt praten, in je lichaam, liggen de negatieve overtuigingen over jezelf opgeslagen die je met woorden niet weg kunt poetsen. Dus vaak, als een therapie al een tijdje bezig is, en je inmiddels wéét wat de oorzaken en jouw valkuilen zijn, stokt de ontwikkeling van de gesprekstherapie.

Patronen worden gereset

Vaak wordt gedacht dat de gemiste bonding niet op latere leeftijd is te corrigeren. Maar volgens bondingpsychotherapeuten kan dat wel als er vanuit het lichaam wordt gewerkt en niet vanuit de mind. Hans van Wechem: “Wij werken als bondingpsychotherapeuten met het impliciete geheugen, op lichaamsniveau, waar je emotionele reflexen zitten en je onbewuste overtuigingen. Cliënten die bondingtherapie doen, hebben wekelijks een groepssessie, in combinatie met individuele gesprekken. In die groepstherapie zoeken we de oude pijn, de negatieve emoties uit de kindertijd op, maar dat doen we in een veilige omgeving, waarbij cliënten elkaar koesterend vasthouden. Daardoor ervaren ze dat hun negatieve overtuigingen destijds nuttige overlevingsstrategieën waren, maar dat ze ze nu niet meer nodig hebben. Er is emotionele openheid en ze voelen lichamelijke nabijheid. Dit veilig uiten van emoties heeft, als je het gemiddeld een jaar doet, een corrigerende emotionele werking. Dan worden beetje bij beetje patronen gereset.”

Schreeuw het uit

Bondingpsychotherapie is in de jaren zestig en zeventig ontwikkeld door Casriel. In de jaren zeventig werd de methode ook hier populair. Daarna overheersten behandelmethodes op basis van medicatie en cognitieve therapie. Maar de laatste jaren, waarin er steeds meer aandacht is voor het belang van vroege hechting voor een gelukkig leven, groeit het aantal bondingpsychotherapeuten en daarmee ook het aantal groepssessies. Om een goed beeld te krijgen van de therapie mag ik meedoen met een groepstherapie-sessie die Hans van Wechem leidt. Voorafgaand aan de sessie stappen verschillende deelnemers op me af. Ze waarschuwen dat het er heftig aan toe gaat, ik begrijp dat het ook wel schreeuwtherapie wordt genoemd en ze vinden het dapper dat ik als journalist all-the-way ga en volledig participeer. Dat belooft wat.

Van negatief naar positief

In de sfeervol ingerichte ruimte, met warme kleuren en een bank vol kussens en knuffels zitten we met twintig mensen in een kring. We beginnen met een meditatie waarbij we kijken naar het boze, het verdrietige, het bange en het blije kind in onszelf. Daarna vertellen de deelnemers waar ze die avond aan willen werken: de een wil onderzoeken of zijn verdriet er mag zijn, een ander wil dat het kleine meisje in haar gezien mag worden en een derde gaat het boze kind in hemzelf onderzoeken waar zijn zoon ook last van heeft. Daarna volgen oefeningen in groepjes waarin je telkens hardop je eigen negatieve overtuigingen uitspreekt, zoals ‘ik ben niet om van te houden’. Door dat te doen voel je – als het goed is – hoe onwaar ze zijn. Daarna maak je er een positieve overtuiging van: ‘ik ben om van te houden’ en die blijf je hardop herhalen. Woedende uitroepen en ontgoochelende tranen wisselen elkaar in mijn groepje af. Het voelt nog wat onwennig om mee te doen, maar bij het ‘matwerk’ daarna gaat het beter.

Woede en pijn

Na een gezamenlijke schreeuwoefening om de emoties los te maken, verspreidt de groep zich in duo’s over de ruimte. Ik lig op mijn rug met mijn ogen dicht op een zachte mat met daarop kussens. De vriendelijke vrouw die ik heb uitgekozen als mijn maatje moet bovenop me liggen en me vasthouden. De sfeer is ontspannen, het aanraken voelt niet als intimiderend of te close. Hans en zijn collega Tanja lopen rond en spreken waar nodig geruststellende woorden uit. Om me heen beginnen mensen geluiden te maken en ik grom wat mee over wat me niet beviel als kind; dingen die in de meditatie opkwamen. De andere deelnemers schreeuwen en huilen al snel flink. Ze zijn woedend op ouders, ervaren pijn of voelen zich niet gezien.

Een hulpeloze peuter

Hans stimuleert me voorzichtig en voor ik het weet lig ik te vloeken. Het feit dat mijn maatje me zo stevig vasthoudt, helpt enorm. Ik voel me veilig om het te uiten en het is heerlijk om zoveel lawaai te maken zonder het keurige meisje in mij te laten censureren. Plotseling overvalt verdriet me, mijn lijf schokt en tranen rollen terwijl ik als een hulpeloze peuter huil. Tanja houdt even geruststellend mijn handen vast en moedigt me aan om door te gaan. Dat doe ik, en na een poosje word ik vanzelf rustiger. De geborgenheid van mijn maatje is fijn. Alsof ik in een veilig nest lig en moederlijk gekoesterd word. Na afloop lijkt er iets geheeld te zijn en voel ik me moe maar ontspannen. Hier kan ik in mijn dagelijks leven mee verder. Wow! Daarna worden de rollen omgedraaid en lig ik op mijn maatje die ook duidelijk opknapt van de sessie. Tenslotte delen we ervaringen in de kring en na ruim drie uur eindigt de bondingtherapie. Alle cliënten kunnen hier in hun volgende individuele sessie mee aan de slag.

Beter binden

Er zijn veel enthousiaste deelnemers. Charlie (21): “Ik ervaar hier dingen die ik met mijn hoofd niet had kunnen bedenken. Mijn ouders maakten vroeger veel ruzie en ze scheidden toen ik drie was. Ik werd hierdoor beïnvloed, waardoor mijn kind-conclusies bijvoorbeeld waren: ‘Ik ben niet om van te houden’, ‘ik ben niet gemaakt voor geluk’ en ‘er is geen ruimte voor mijn gevoel’. Bondingtherapie is geen magie, maar ik krijg hier tools om te oefenen om mijn gevoelens weer te vertrouwen. Nu proef ik steeds meer van hoe mooi de wereld óók kan zijn en kan ik weer voelen dat ik van mensen houd en dat ik leef.”

Suzanne (61) heeft een paar jaar bondingpsychotherapie gedaan en komt nu nog af en toe terug. “Het mooie is dat je lichaam het tijdens de sessie overneemt. Je zegt bijvoorbeeld tien keer ‘Ik ben boos’, en dan reageert je lijf en dan vóel je weer hoe boos je toen was, alleen voel je nu de veilige setting, en dat het ‘nu’ is en niet ‘toen’. Wanneer ik mezelf toesta om kinderlijk boos te zijn, gaat de woede echt mijn lijf uit. Ik heb in het verleden te maken gehad met seksueel misbruik. Daardoor was ik altijd wantrouwend naar mannen, maar door deze therapie heb ik dat niet meer. Ik kan me nu ook beter aan mensen binden.”

Bevrijdende ervaring

Voor wie is bondingtherapie geschikt? Hans van Wechem: “Bij hardnekkige klachten die met andere therapievormen niet of niet helemaal zijn verdwenen. Dan weet je: het zit op een diep, onbewust niveau. Bijvoorbeeld voor wie terugkerende relatieproblematiek heeft, voor wie zich geblokkeerd voelt of geen grenzen kan aangeven. Onveilige hechting uit zich op veel verschillende manieren, dus er zijn veel problemen waarbij deze therapie kan helpen. Je moet wel echt willen veranderen, want je moet door de zure appel van de therapie bijten en je ook daarna blijven ontwikkelen. Het is geen quick fix. Maar in principe kan iedereen profiteren van dit proces: je wordt op een veilige plek geaccepteerd zoals je bent en je voelt een onvoorwaardelijke holding zoals je dat ook van je ouders zou verwachten. Dat kan voor iedereen een bevrijdende ervaring zijn. Toch werkt het voor sommige mensen niet: wie te veel in de war is, verslavende middelen gebruikt of alleen naar anderen blijft wijzen als de schuldige zit hier niet goed.”

Wat kunnen we zelf doen aan bonding?

Hans van Wechem: “Elke partnerrelatie is eigenlijk een bondingrelatie, daarin kun je ook werken aan mogen zijn wie je bent. In een intieme relatie ga je naar het allerdiepste niveau. Maar je maakt ook verbinding met vrienden, een huisdier, een vereniging of zelfs via Facebook. Op al die plekken kun je je verbinden en jezelf ontwikkelen als mens. Je hebt altijd anderen nodig, maar mijn motto is: je moet het zelf doen, maar je hoeft het niet alleen te doen. Daarom is groepstherapie ook zo waardevol.”

Meer lezen over hechting? In ons nieuwe Happi.kids nummer ‘Veilig’ lees je hoe je je kind een stevige basis geeft. Dit nummer ligt vanaf 18 maart in de winkel, of bestel het Happi.kids in onze webshop en krijg ‘m gratis thuisbezorgd. 

Verder lezen?

Tekst: Bianca Bartels

Door anderen gelezen