'Spirituele mensen zijn niet jaloers' wordt vaak gezegd. Maar klopt dat eigenlijk wel? - Happinez
Terug naar overzicht

‘Spirituele mensen zijn niet jaloers’ wordt vaak gezegd. Maar klopt dat eigenlijk wel?

Categorie
Tekst
Marnix Pauwels
‘Spirituele mensen zijn niet jaloers’ wordt vaak gezegd. Maar klopt dat eigenlijk wel?

Ach, de liefde. Schrijver Marnix Pauwels weet er alles over, maar snapt er niets van. Iedere week gaat hij met de liefde in gevecht. Zijn strijdwapens? Wijze inzichten en rauwe levenslessen.

‘En toen waren we ineens aan het zoenen. Tien minuten maar of zo hoor, het stelde niks voor.’
Ze kijkt me uitdagend aan en legt haar lange slanke benen over mijn iets kortere. Ik kijk terug zoals ik vermoed dat iemand terugkijkt die er niet mee zit. Maar van binnen begint alles te verschuiven. Het voelt als de Titanic die verticaal, in woest schuimend water, op het punt staat voorgoed onder water te verdwijnen. Alsof een Noord-Koreaanse militaire parade genadeloos over mijn ziel marcheert.
Nee, we hadden geen harde afspraken over onze verhouding. En ja, dat betekent op zich alle vrijheid en ruimte voor andere mannen en vrouwen. Fair enough. Maar het werkt niet echt. Niet voor mij.

Hopeloos falend in de vrije liefde

We zitten op mijn bank. Het is 1 januari, ’s middags. En ik ga stiekem kapot. Terwijl ik net een hap Thais wil nemen.
Ik leg de volle vork terug. Daar gaan mijn praatjes. Daar ga ik weer.
Shit.
Ik heb altijd de man willen zijn die zich prima voelt bij vrije relaties, die geen moeite heeft met een klimaat van opgewonden en vrijblijvend rondneuken. Want, immers: lang leve de vrije liefde, YOLO! Maar ik faal hopeloos. Het begint als een puur fysieke reactie, heel dierlijk en direct, vult mijn hele systeem met brandend ongemak, en even later sta ik met mijn mond vol tanden als een schooljongen met een natte plek in z’n kruis tijdens gymles.
En daarna komen de gedachten. De storm. Het woeste ongewisse.

De wanhoop klotst over de woede heen

Die situatie dreigt nu ook. Ik zet het bord mie met garnalen en koriander en cashews (geen idee hoe het heet: ik vergeet dat soort dingen altijd) voorzichtig terug op tafel, en ga weer zitten. Alles heel langzaam, zodat ik tijd heb om bij te komen, zo veel mogelijk te herstellen. Of in elk geval de kans daarop zo groot mogelijk te maken. Mijn onderlip trilt lichtjes, en in mijn lichaam klotst de wanhoop over de woede heen, in een mix waar ik spontaan van ga trillen. Onzichtbaar, dat wel. Want ik hou alles strak in de plooi, en weet er zelfs een nonchalante grap uit te persen (die niet heel leuk is).
Ondertussen voel ik mijn stemming, mijn eergevoel, en ongeveer alles wat mijn mannelijkheid vertegenwoordigt hevig wankelen. Het kan nu op zich nog alle kanten op: word ik ongegeneerd woedend, staat de passief-agressieve wolf in mij op, of lukt het me deze storm gracieus te overleven?

Op het nippertje

Ze vertelt verder over haar nacht ná De Tien Minuten.
Voor haar speelt het allang niet meer, het boeit niet. Toen niet, en nu niet. Maar voor mij voelt het als een zaak van leven of dood. En toch… drie minuten later is het leed alsnog geleden. Het wild wapperende vuur in mij gaan liggen. De pijn bezworen. Ik heb het overleefd. Op pure wilskracht. Een intern bombardement van ratio (‘Gast! Je verpest alles met je jaloezie, get a grip!’) heeft de fysieke symptomen verdrongen. Ik kan weer ademhalen en schrik zelfs niet terug van haar aanraking.
Maar het scheelde verdomd weinig of mijn zorgvuldig uitgekozen masker was kansloos afgevallen.

Blinde paniek

Waarom kan ik het niet, dit gedoe? Waarom voel ik woedende paniek bij het idee dat ze iemand anders zoent? Waarom is het voor mij zo belangrijk om de enige te zijn? Ik ben toch zo verdomde ruimdenkend, spiritueel, en zo groots in mijn acceptatie?
Ik dacht altijd dat het puur te maken had met zelfvertrouwen. Dat als je jezelf maar genoeg waardeert, het niet uitmaakt wie er wel of niet aan of in je partner zit. Omdat het om jou gaat, en niet om wat hij of zij doet. Maar zo werkt het kennelijk niet. Of daar bén ik gewoon niet. Ik kan dan wel verstandelijk gezien vinden dat ik vrijgevig moet zijn in relaties – en dat zou ook gewoon praktisch zijn, maar genen en opvoeding en oeroude patronen geven me die ruimte helemaal niet. Ik ben tot op het bot geprogrammeerd om jaloers te zijn.
Mijn hoofd wil nonchalant zijn, ruimdenkend, maar mijn hele systeem schreeuwt ‘monogamie!’ Dát is iets wat ik moet accepteren. Ooit.
Even later hebben we seks. Het is wilder en ruiger dan normaal. Het voelt waanzinnig.
En het duurt heel wat langer dan tien minuten.

Meest populair