Zo houd je je innerlijke vuur brandend

Zo houd je je innerlijke vuur brandend Zo houd je je innerlijke vuur brandend Zo houd je je innerlijke vuur brandend

Je passie, je gezondheid, hoe fit je bent. Volgens de oude Indiase gezondheidsleer Ayurveda heeft dat alles te maken met je ‘agni‘ – het innerlijk vuur dat zorgt dat je kunt verwerken wat je binnenkrijgt. Een goed levensvuur maakt gezond en gelukkig. De grote vraag: hoe houd je je vuurtje brandend?

Kijk, een goed, knapperend vuurtje. Af en toe gooi je er een houtblok op – mooi droog hout dat snel vlam vat. Het vuur geeft warmte en rust. Het trekt mensen aan die naast je komen zitten. Je kunt er je eten op koken, eromheen zitten en verhalen vertellen of gewoon een tijdje zomaar naar het spel van de vlammen kijken en genieten van hoe lekker het ruikt. Het geeft energie.

Zo ongeveer kun je je agni voorstellen. Agni is binnen het hindoeïsme de god van het vuur, maar in het Sanskriet betekent agni ook gewoon ‘vuur’ en binnen de oude Indiase gezondheidsleer Ayurveda staat het voor het spijsverteringsvuur: het ‘innerlijk vuur’ dat zorgt voor de verwerking van alles wat je binnenkrijgt. Daarbij gaat het niet alleen om wat je eet en drinkt, maar ook om wat je ziet, hoort, voelt en ruikt. Om wat je meemaakt. Je emoties. Agni zet het allemaal om in energie voor je lichaam, je geest en je ziel. Het zorgt ervoor dat zich geen afvalstoffen in het lichaam ophopen, dat onze zintuigen helder en scherp blijven en dat we levendig en enthousiast zijn.

Je innerlijke vuur

Sama agni is de ideale situatie. Je verteert je eten zonder problemen, en doordat je lichamelijk fit bent, kun je de hele wereld aan. En dát zorgt weer voor een goede spijsvertering. Een positieve cirkel dus. In een toestand van sama agni ben je volledig in balans. Je bent fit, alert, staat positief in het leven, kortom: je bent gelukkig en gezond. Maar het omgekeerde komt bij iedereen ook weleens voor: je hebt nergens puf voor, voelt je opgejaagd, slaapt slecht en wordt moe wakker. Je hebt last van brandend maagzuur of andere lichamelijke kwaaltjes. Als je ’s ochtends je tong uitsteekt naar je spiegelbeeld, zit er grauwe aanslag op. Vooral dat laatste is een duidelijke indicatie van ama, afvalstoffen. En als afvalstoffen zich ophopen, is dat een teken dat je vuurtje niet goed brandt.

Daar moet, het liefst snel, iets aan gedaan worden, voordat het van kwaad tot erger gaat. Eigenlijk is dat waar Ayurveda als gezondheidsleer over gaat: hoe krijg je het vuurtje aan de gang? En: hoe houd je het goed brandend?

Je dosha-type

‘Je bent wat je eet,’ zegt Ayurveda. En je bent géén zak patat, zouden we daaraan toe willen voegen. Logischerwijs is het eerste wat je kunt doen om het spijsverteringsvuur goed brandend te houden: zorgen voor de goede brandstof. Eet vers en liefst biologisch voedsel, eet rustig en regelmatig en kauw goed. Vooral dat laatste is belangrijk. ‘Je moet je drinken eten en je eten drinken,’ zoals Mahatma Gandhi zei. Dit zijn algemene eetregels, maar hoe je je vuurtje brandend houdt, is ook afhankelijk van je dosha, je energietype. Je zou kunnen zeggen: pas als je weet wat voor soort vuur je hebt, weet je hoe je het goed kunt laten branden.

Om te bepalen welke dosha bij jou het vuur bepaalt, ben je wel even bezig – vaak gaan twee dosha’s samen en is het een kwestie van uitzoeken welke daarvan de meeste invloed heeft. Een vata-type is bijvoorbeeld een grillig en beweeglijk vuur. Vata-types zijn creatief en snel van begrip, ze zijn enthousiast en houden van veranderingen, maar als ze uit balans raken, worden ze chaotisch, soms paniekerig en hebben ze moeite zich te ontspannen. Een pitta-type is een warm vuur. Initiatiefrijk, georganiseerd, temperamentvol en competitief. Maar pitta kan snel oververhit en driftig raken. Bij pitta moet je dus altijd zorgen dat er water bij de hand is om het vuur te koelen. Genoeg drinken dus, bijvoorbeeld. Kapha is de slowcooker onder de dosha’s: rustig, wat meer op de achtergrond, met kracht en uithoudingsvermogen. Het kapha-type is evenwichtig, sterk, trouw en vriendelijk. Maar als het vuur niet goed brandt, is kapha niet in beweging te krijgen. Het is een vuur dat je regelmatig even op moet porren.

Eten voor je dosha

‘Goed’ eten volgens Ayurveda houdt in dat je eet wat bij je dosha past. Voor vata-types betekent dat: kiezen voor verwarmende gerechten en kruiden, liever geen rauw voedsel, zorgen voor regelmaat in de voeding. Voor pitta’s is het goed om de nadruk te leggen op fruit en groenten, en om geen koffie en alcohol te drinken. Kapha heeft baat bij pittige gerechten met pepers, en moet niet te vet en zeker niet te veel eten. Aandacht voor je voedsel betekent ook dat je je menu aanpast aan de seizoenen. Binnen Ayurveda hangt namelijk alles met alles samen: als de herfst overgaat in de winter of de winter in de lente, verandert de energiebalans van de wereld om je heen en daardoor ook in jou. Door je menu aan te passen, breng je het evenwicht weer terug en gaat het vuur weer beter branden. Eigenlijk doen we dat voor een groot deel al vanzelf. In de winter heb je trek in andere dingen dan in de zomer, op warme dagen eet je anders dan wanneer het vriest.

Voedsel voor je zintuigen

Maar Ayurveda gaat verder dan voedingsadviezen. Want je innerlijk vuur verbrandt niet alleen wat je eet, het verwerkt ook je waarnemingen en indrukken. Een tweede manier om je vuurtje brandend te houden is door via je zintuigen prettige zaken ‘op het vuur’ te gooien. En door tegenwicht te bieden als je uit balans raakt door wat je binnenkrijgt. Een eenvoudig voorbeeld: ruzie of geschreeuw is, volgens Ayurveda, een ‘slecht’ gebruik van je gehoorzintuig. Je kunt het evenwicht herstellen door een tijdje naar prettige geluiden, vriendelijke stemmen of mooie muziek te luisteren. Zo kunnen positieve ervaringen een zintuig weer in balans brengen.

Zit je de hele week binnen, zorg dan dat je in het weekend buiten komt. Geef je longen frisse lucht, je ogen vergezichten, laat je huid de wind voelen en geef je neus iets anders dan muffe (thuis)kantoorluchtjes. Ook hier is kennis van de dosha’s (én je intuïtie) een sleutel om te achterhalen hoe je het vuur goed laat branden. Zo is een vata-dosha bijvoorbeeld extra gevoelig voor gehoorprikkels – hij of zij raakt geïrriteerd door geluiden en heeft extra snel last van lawaai. Een pitta wil vooral mooie dingen zien en een kapha ten slotte is meer gericht op de tastzin. Hij of zij kalmeert van zachte stoffen, het aaien van een dier, handen in de aarde.

Warmte voor je ziel

Een derde manier om je vuurtje brandend te houden, is door zo veel mogelijk tijd vrij te maken voor de dingen waarvan en mensen van wie je energie van krijgt. Goed voor jezelf zorgen, ook in geestelijk opzicht, is een kernpunt van Ayurveda. Dus: voorkom of verhelp stress, omring je met inspirerende mensen en doe die dingen waarvan je vleugels krijgt. Vraag jezelf regelmatig af: wanneer ben ik echt gelukkig? Wanneer heb ik het gevoel dat ik echt iets bijdraag, waar ben ik op mijn plek? Doe die dingen zo vaak mogelijk, want ze geven een dosis energie waar je hele wezen van profiteert.

Beeld: fotografie door Jeroen van der Spek, styling door Cyn Ferdinandus

Meer lezen over Ayurveda?

Verbeter je weerstand met deze Ayurvedische eetregels.

Volgend artikel
Lief zijn voor jezelf: kies de zorgverzekering die bij je past
Lief zijn voor jezelf: kies de zorgverzekering die bij je past