De diagnose - Happinez
Terug naar overzicht

De diagnose

Categorie
Tekst
Marnix Pauwels
De diagnose

Ach, de liefde. Schrijver Marnix Pauwels weet er alles over, maar snapt er niets van. Iedere week gaat hij met de liefde in gevecht. Zijn strijdwapens? Wijze inzichten en rauwe levenslessen.

‘Hechtingsproblematiek’ hoor ik ‘m zeggen, terwijl hij koffie inschenkt (of eigenlijk water, want ik moet er zelf nog poeder bij gooien). Hij schuift de dampende beker mijn kant op en kijkt me aan, over zijn bril, met ogen die schitteren van intelligente rust. ‘Relatieverslaving, Marnix, google daar maar ‘ns op. Heb je weer wat te lezen.’
Hij knipoogt – we kennen elkaar langer dan vandaag.

‘Verlatingsangst’, gaat hij achteloos verder, terwijl hij een lepeltje in mijn beker zet, om te eindigen met ‘…of, in het Engels, codependency.’

Het is vrijdagochtend en ik zit voor het eerst sinds jaren weer bij mijn psychiater. Toen ik hem een paar weken daarvoor belde, nogal in de war en extreem onrustig, wist hij meteen wat er met me aan de hand was. Of ís. En ik inmiddels ook.
Liefdes- of relatieverslaving.

Na een nogal gecompliceerde laatste verhouding, die bevestigde dat liefde en ik niet per se makkelijk door één deur kunnen, begreep ik eindelijk dat het een nogal structureel probleem is. Een pittig persoonlijk thema. En het bizarre is dat we dit onderwerp nooit eerder serieus behandeld hebben, terwijl ik hier toch vaak genoeg heb gezeten.

‘Suiker?’ vraagt hij, voor de achtenzestigste keer. Ik schud mijn hoofd. Gast, NEE! Gelukkig registreert hij wél feilloos wat ik ‘m vertel over mijn worstelingen en angsten.

Hij begint wat symptomen op te noemen van relatieverslaving, een vorm van verlammende afhankelijkheid die zijn oorsprong vindt in je kindertijd. Ik luister met een half oor en kijk langs hem heen naar de boekenkast vol divers psychologisch, psychiatrisch, therapeutisch, filosofisch en ander werk. Een zorgvuldig gekozen uitstalling non-fictie die ervoor moet zorgen dat je als patiënt instant vertrouwen hebt in deze hulpverlener. Mijn boek, ‘Vrij’, staat er ook tussen. Natuurlijk. Toen ik het schreef was ik oud-patiënt, en hij wordt erin genoemd.

‘…overdreven angst dat de ander je verlaat, jezelf steeds meer wegcijferen, de ander ophemelen en idealiseren…’ Ik knik. ‘…het idee dat je partner ineens zal ontdekken dat je helemaal niet zo geweldig bent, alles wat hij of zij doet en duidelijk negatief is toch gewoon goedpraten voor jezelf, genoegen nemen met het absoluut minimale in je relatie…’

Moeite met een gezonde hechting dus. Bedankt pa, bedankt ma.
Ik leer veel. Voor dit soort complexe, vaak heel pijnlijke en meestal kansloze relaties heb je twee gewonde mensen nodig. De een trekt en sleurt; de ander wijst af. Een feilloze dynamiek. De bron van de ellende is bij allebei hetzelfde: een intense angst voor intimiteit, op twee totaal verschillende manieren uitgespeeld. Ik heb het al veel vaker meegemaakt, soms ook van de andere kant, waarbij ik degene was die zich niet wilde binden. Dat zie je vaak, blijkt, het wisselen van rollen, afhankelijk van de persoon over wie je struikelt.

Nooit toevallig, naar mijn idee. Ik ben ervan overtuigd dat je altijd valt op mensen van wie je iets kunt leren. En ik héb nogal wat te leren, kennelijk.
Al met al is het een pijnlijke, verdrietige constatering: diep van binnen heb ik dus het idee dat ik geen liefde waard ben, dat niemand voor mij wil kiezen (wat onzin is, want als dat gebeurt ben ik er meestal snel klaar mee). En door keer op keer op zoek te gaan naar niet beschikbare vrouwen, krijg ik dat idee moeiteloos bevestigd.
‘Maar dit ga je fixen hoor,” zegt hij. “Je bent van de drank en de drugs af: dit wordt een makkie.’

Even later rijd ik door de stad. Een laatste restje liefdesverdriet geeft een zacht dof gevoel af. Amsterdam is zonovergoten, prachtig, en vergeven van de borsten.
Ik kom er wel.

Meest populair