Moet je je volledig overgeven aan de liefde, of is het beter altijd iets van jezelf achter te houden? - Happinez
Terug naar overzicht

Moet je je volledig overgeven aan de liefde, of is het beter altijd iets van jezelf achter te houden?

Categorie
Tekst
Susan Smit
Moet je je volledig overgeven aan de liefde, of is het beter altijd iets van jezelf achter te houden?

Gerust zijn in de liefde is het einde ervan, heb ik altijd geloofd. Zekerheid is de deken die het vuur van de lust smoort. ‘Een man moet altijd een beetje meer van jou houden dan jij van hem’, werd me vroeger verteld, net als zoveel meisjes en jonge vrouwen. Laat hem maar flink zijn best doen. Geef je niet te snel.

Diep in mij heeft zich het idee genesteld dat de belangstelling van een geliefde zal afnemen als je je werkelijk aan hem overgeeft. Dat je als vrouw begeerlijk bent zolang je een enigma blijft, autonoom en met een deel van jou achtergehouden dat hij kan najagen. En dat zodra je dat laatste beetje voorbehoud gewonnen geeft, de ander klaar is met zijn territoriale strijd en hij je zal achterlaten.

In relaties zocht ik altijd enerzijds koortsachtig naar zijn liefde, zijn begeerte, zijn bewondering en anderzijds voelde ik me veilig bij een zekere afstand. In die afstand kon zich namelijk een spanningsveld opbouwen dat zorgde voor de aantrekking.

De formule is kapot

Maar deze formule werkt niet meer. Misschien werkt het niet meer omdat ik inmiddels een volwassen vrouw ben, misschien omdat mijn hart werd gebroken en zachter is geworden of misschien omdat ik nu een geliefde heb die door mijn spelletjes heen prikt en me vraagt steeds dichterbij te komen. Deze man verzekert me dat hij mij niet los zal laten als ik me aan hem overlever, en ik durf dat bijna te geloven, juist omdat hij ook eerlijk bekent dat hij ook ooit zo’n man was die zijn interesse verloor nadat de prooi gevangen was. Maar nu niet meer. En niet met mij. Dat zegt hij.

Voor het eerst bespeur ik het verlangen om een vertrouwenssprong te maken. Tot nu toe heb ik me laten zakken in liefdesrelaties zoals ik in de zee pleeg te doen: centimeter voor centimeter, tot ik aan de temperatuur gewend ben en zelden met mijn hoofd onder water. Schoorvoetend gaf ik mijn hart stukje bij beetje, maar nooit helemaal.

De onnavolgbare kracht

Het gaat niet om de gedachte dat ik de liefde niet waard zou zijn of dat ik geen liefde verdien, want ik houd van mezelf. Het draait ook niet om een angst voor mannen. Wat me parten speelt is mijn beeld van de liefde zelf – die onnavolgbare kracht die ik al mijn leven lang probeer te begrijpen en verklaren in mijn verhalen, romans, eindeloze gesprekken met vriendinnen, die immense kracht die me opperst geluk en peilloos diepe wanhoop heeft bezorgd.

Weifelend op de drempel

Dus daar sta ik dan. Weifelend. Kan ik erop vertrouwen dat ik het mechanisme van ‘de jacht is schoner dan de vangst’ te slim af zal zijn? Durf ik te geloven dat een man in staat is om te kiezen voor wat hij door en door kent? Zal het me lukken een weg naar buiten te vinden, uit het labyrint van iemand voor me winnen, testen hoe diep zijn liefde gaat, uit zijn handen glippen en me steeds opnieuw willen laten vangen?

Ik zou het willen. Want ik ben zo moe.

Dit vind je vast ook leuk