Jung over het wel en wee van de ziel (deel 2) - Happinez
Terug naar overzicht

Emotie, twijfel, verdriet? Dan schittert je ziel

Categorie
Tekst
Fabienne Peters
Emotie, twijfel, verdriet? Dan schittert je ziel

Twijfel, pijn, verdriet? Geen nood, je ziel schittert. Psychiater, psycholoog en filosoof Carl Gustav Jung (1875 – 1961) beschouwt de ziel als een onontkoombaar en fascinerend fenomeen. Het is voor hem vanzelfsprekend dat de ziel niet wetenschappelijk te onderzoeken is, maar dat maakt ‘de moeder van het menselijk handelen’ niet minder waard. In zijn Psychologische beschouwingen beschrijft Jung de waarde van de ziel. Drie belangrijke inzichten op een rij.

1. Accepteer ongemak

We zijn allemaal op zoek. Yoga, trends op het gebied van voeding, mantra’s zingen; van hoe verder de kennis komt, hoe beter die is voor onze ontwikkeling, lijkt het devies. Jung noemt het manieren om aan de ziel te ontkomen. Mensen zoeken naar zin en structuur en sluiten zich vervolgens – na jaren extern onderzoek – af voor andere waarheden. Zonde, vindt Jung, want in de ziel bevindt zich alles. En dat alles kunnen we nooit geheel bevatten. We zijn onderdeel van een groter geheel en weten niet precies waarom we doen wat we doen. Jung erkent dat de ongrijpbaarheid van de ziel ongemakkelijk is, maar beschrijft een leven zonder zielenroerselen als saai en statisch. Ervaar de wereld naar hartenlust, maar zoek en vind in jezelf, is zijn overtuiging.

2. Kracht van illusie

Helder bewustzijn neemt alleen het tastbare waar. Dat illusie en fantasie het bewustzijn vertroebelen, onderstreept voor Jung het verschil tussen ziel en bewustzijn. Als het bewustzijn de ziel erdoor laat, komen fantasie en verbeelding naar voren. Neem dromen: je weet dat de beelden niet in werkelijkheid hebben plaatsgevonden, maar ze hebben wel waarde, volgens Jung. In dromen komen zaken naar voren waarvan je je niet of niet geheel bewust bent, maar die wel in je ziel leven. Net als intuïtie, ingevingen en onbewuste herinneringen. Let wel: het opmerken van dit soort ervaringen is weggelegd voor mensen die daar ‘innerlijke zin’ in hebben, schrijft Jung. Kleuren hebben voor een blinde immers ook geen waarde.

3. Verlichting voorbij

Waarom claimen mensen dat ze verlicht zijn, vraagt Jung zich af. Net zoals de ziel niet aantoonbaar is, is verlichting dat ook niet. Fijn als je tot inzichten gekomen bent, maar jezelf daarmee een uitverkoren positie geven, vindt Jung niet nodig. Hij geeft liever iedereen een uitverkoren positie door de ziel in verband te brengen met God. God laat zich zien in de ziel. Waarom zou Hij ons anders geschapen hebben? Interessant in dit licht zijn ook Jungs twaalf archetypen, waaronder: nar, minnaar en zorger. De personificatie van menselijke drijfveren die terugkomen in onder meer mythes, sprookjes en tarot. We zijn het allemaal zelf, zegt Jung. De ziel omvat alles.

Meer weten?

  • Psychologische beschouwingen van Carl Gustav Jung
  • Archetypen van Carl Gustav Jung

En ook…

Meest populair