Terug naar overzicht

Sarah Domogala over dankbaarheid en verwondering

Categorie
Tekst
Happinez redactie
Sarah Domogala over dankbaarheid en verwondering

Hoe we de wereld zien is eigenlijk niet meer dan een afspraak. Als we de aarde niet beleven als plek waar alles gekocht of verkocht kan worden, maar als een plek van rijkdom en vrijgevigheid, opent dat de deur naar een leven in dankbaarheid en verwondering, volgens Sarah Domogala. 

Twee jaar geleden verlieten we de stad voor een huis met – in mijn verstedelijkte ogen van toen – een enorme tuin. Deze tuin was veertig jaar lang met veel liefde onderhouden door de vorige eigenaar die hem tjokvol bloemen, planten en wat bomen had gezet. Het is hoogzomer als we onze spullen uitpakken en de tuin is net over haar top van bloei. Vol verwondering lopen we over de smalle paadjes die door een wildernis aan groen leiden. Meteen voel ik een verantwoordelijkheid voor dit stuk aarde en rijst de vraag: wat zullen we ermee doen? Uitdunnen? Meer eetbare bloemen en planten erin zetten? Een bloemenweide?

De wilde natuur ken ik goed en we hebben een klein tuintje gehad, maar werkelijk een stuk land vormgeven, dat heb ik nog nooit gedaan. De tuin is prachtig, maar zo groot: heb ik hiervoor niet te weinig kennis van de plantenwereld? Het onkruid dat tussen de keien opkomt, zijn nou precies het soort plantjes dat ik graag ín de tuin zou willen hebben.

Kritische blik

We moeten eerst het huis verbouwen en laten de tuin met rust. In de herfst zien we alle kleuren van de regenboog voorbij komen in de afstervende planten. Maar in de winter schiet de verbouwing op en loop ik opnieuw met een kritische blik door de kale tuin. Wat is dit? Wat kan weg en wat blijft staan? We trekken er wat struiken uit en kappen een boom die dreigt om te waaien, maar in plaats van opgetogen dat we begonnen zijn, kan ik wel huilen. Wat gek: ik heb toch geleerd dat tuinieren gezond is: gras moet gemaaid en onkruid gewied – de boel laten gaan is net zoiets als je huis nooit opruimen.

Oncontroleerbaar oerwoud

Als de lente komt, ontploft de tuin pas echt. Eerst zijn we nog verrast over de overvloed aan bloemen en salamanders en een boom die zoete krenten geeft. Maar al snel zie ik de tuin als een oerwoud dat ik nooit onder controle ga krijgen. Ik probeer wel wat te wieden, maar ik durf niet goed. Wat is het eigenlijk dat ik eruit trek? Heeft het wel zin? Intussen woekert alles door, waardoor de paadjes onbegaanbaar worden en het me steeds meer moeite kost om een weg te banen naar de kippen achterin de tuin. Ik zet een bankje vóór het huis, ik drink mijn ochtendkoffie liever aan de straatkant. Gek toch, nu hebben we eindelijk een lap grond, kan ik al mijn permacultuur-ideeën uitvoeren, een kruidentuin aanleggen, een moestuin, fruitbomen planten, maar bij elke plant die ik aanraak, elke bloem die ik pluk, voelt het alsof ik iets neem dat niet van mij is. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ik het gevoel heb iets te stelen uit een winkel. Hoe ik ook probeer, ik vind niets van de moestuinvreugde die ik op Instagram en in mijn hippe tuinboeken zie. De tuin wil mij niet, zoveel is duidelijk en ik laat hem weer onaangeroerd afsterven in de herfst.

Kondo in de tuin

Die winter blijf ik binnen bij de haard en pakken we de laatste spullen van de verhuizing uit. Als de serie van opruimgoeroe Marie Kondo voorbij komt, valt er voorzichtig een kwartje. Voor Kondo begint met het herorganiseren van een huis, gaat ze zitten met haar ogen dicht en stelt ze zichzelf voor aan het huis. Natuurlijk! Ons huis heb ik helemaal energetisch schoongemaakt, mezelf geïntroduceerd en haar kamers leren kennen, maar met de tuin heb ik dat niet gedaan. Ik ben gewoon gaan rukken en trekken en heb alles bekeken met oordelende ogen. Hoe heb ik zo arrogant kunnen zijn?

Verstoorde relatie met de natuur

In een dikke winterjas en met Kondo in mijn achterhoofd ga ik onder de grote beuk achterin de tuin zitten: ‘Hoi tuin, planten, bomen, dieren, ik ben Sarah, we zijn hier komen wonen en het spijt me dat ik me niet heb voorgesteld, ik snap nu pas hoe onbeleefd dat geweest is. Mag ik het opnieuw proberen? Ik zou jullie zo graag leren kennen.’ Maar er gebeurt niks, de tuin blijft op slot voor mij. Als ik even later tegen beter weten in toch met de snoeischaar in mijn handen bij de hulst op de oprit sta, durf ik niks aan te raken. Wie ben ik om een tak af te knippen? De hulstbessen voor de vogels weg te plukken? Waarvoor? Om ze op tafel te zetten? Ik druip af naar binnen. Als mens heb ik niks toe te voegen aan de natuur, ze heeft mij helemaal niet nodig, en alles wat ik pluk of doe of wil of koop zorgt ervoor dat ik meer heb en de aarde minder. Ik weet dat onze relatie met de natuur verstoord is, maar voor het eerst voel ik het. De houding die ik inneem tegenover de hulst op mijn stoep, is de wereld in het klein. Dat klopt niet, maar ik weet niet hoe ik het zou kunnen veranderen.

Land is geen bezit

Dan ben ik jarig en stuurt een vriendin me een cadeau. ‘Omdat dit prachtige boek me steeds weer aan jou doet denken’, schrijft ze voorin. Het heet ‘Braiding Sweetgrass’ van de Amerikaanse wetenschapper Robin Wall Kimmerer. Ze is van Native American afkomst, werkt als hoogleraar botanie en verweeft haar oude, inheemse kennis met de moderne wetenschap. Hierdoor heeft ze een bijzondere kijk op de natuur en onze plek als mens daarin. Zodra ik het opensla lees ik hoe verbaasd ze is als ze op de universiteit haar eerste onderzoek naar planten moet doen. “Als we onderzoek deden naar planten dan was de vraag ‘Wat kan het?’ puur uit het oogpunt van wat de mens ermee zou kunnen. Terwijl mijn ouders en grootouders ervan uitgaan dat alles in de natuur leeft en een ziel heeft, bij elke boom, plant of beek zouden wij voor alles vragen ‘Wie is het?’. Die personificatie draagt respect in zich. Als je een boom met ‘zij’ benoemt, hak je haar niet zomaar om, terwijl ‘het’ je een gevoel van afstand en bezit geeft.”

De relatie herstellen

In dit ene kleine voorbeeld zit de kiem van mijn relatie met mijn tuin. Ik weet dat ik moet proberen te luisteren, maar ik heb geen idee hoe ik met de natuur moet praten, wat ze van me wil. Ik kan alleen maar bedenken wat ik van háár wil. Namelijk een plek waar ik kan opladen, waar ik uit kan oogsten, waarmee ik mijn Amsterdamse vrienden kan laten zien waarom ik gekozen heb voor een leven ver bij hen vandaan. Ik voel de beperking, maar toch vind ik het moeilijk verder te kijken dan dit. Hoe kan ik mijn relatie met de natuur herstellen als ik me niet eens kan voorstellen hoe die positieve relatie eruit zou zien?

Natuurlijke bronnen

Ik lees verder. Kimmerer beschrijft hoe de kolonisten aankwamen in Noord-Amerika en hoe het land van haar voorouders – dat door hen als heilig werd gezien, als een vrijgevig thuis, als kalmerend en gedeeld grondgebied – ineens tot privé bezit werd gemaakt. Columbus kwam met het wereldbeeld dat je land kunt bezitten en ermee kan doen wat je wil. Alsof alle wezens die om ons heen leven, geen wezens en persoonlijkheden zijn, maar natuurlijke bronnen die liggen te wachten om geëxploiteerd te worden. Kimmerer: ‘Het hele idee van wat land voor ons betekent, als bibliotheek, als genezer, als heilige kathedraal, dat alles, stond in de weg van vooruitgang. Land moest worden omgezet in grondstoffen en winst, het moest iets opleveren.’

Verwondering over de wereld

Het schaamrood stijgt me naar de kaken. Ik weet dit allemaal, en ik wil het niet, maar dit wereldbeeld zit ook diep in mijn genen en karakter. Want ik zie haarscherp hoe ik als een kolonist in mijn tuin aan ben komen zetten. ‘Zo, nu ben je van mij, eens kijken wat ik hier allemaal mee kan doen, wat ik kan komen halen en verzilveren.’ Het botte idee dat dit alleen voor de oude kolonisten en niet voor mij, de moderne natuurliefhebber, zou gelden. Dat de aarde niet van zichzelf zou kunnen zijn, maar mij nodig heeft om te kunnen floreren. De tuin is een organisme op zich met zoveel lagen die ik niet begrijp. Om me heen in het dorp zie ik iedereen snoeien, wieden en harken en ik excuseer me dat ik mijn tuin zo laat overwoekeren. Maar waarom eigenlijk? In de krant lees ik over de afname van insecten, wilde dieren en wilde bloemen; mijn tuin staat er inmiddels vol mee. Ik knip een paar brandnetels en braamtakken weg en dan slaat de braam me keihard in mijn gezicht. Een bloedende schram right in my face.

It’s lonely at the top

Kimmerer: ‘We doen net alsof er een grote piramide van het leven is, en dat wij mensen helemaal alleen bovenin zitten. Dat is precies hoe we in de klimaatcrisis terecht zijn gekomen. Omdat we denken dat we alleen op de wereld zijn. Dat wij degene zijn die alles betekenis moeten geven en moeten inrichten, dat wij de leiding moeten hebben over de planeet. Je kent vast wel de uitdrukking: It’s lonely at the top. Je zou kunnen zeggen dat wij mensen lijden aan eenzaamheid, omdat we niet meer in verwondering leven over de wereld om ons heen.’

Onderdeel van de groene wereld

Opnieuw ga ik in Kondo-stijl onder de beuk zitten. Ditmaal begin ik met het aanbieden van mijn diepe, oprechte excuses. ‘Lieve Tuin, het spijt me hoe ik me heb opgesteld. Zo arrogant, hebberig en egoïstisch. Ik vraag je om me te vergeven en zou je graag tonen dat het anders kan. Zou je me de weg kunnen wijzen? Zouden we een evenwichtige relatie kunnen ontwikkelen?’ En dan, ik kan het bijna niet geloven, gebeurt er voor het eerst iets! Ik voel een windvlaag, ruik een bloeiende roos, er kietelt een grasspriet tegen mijn been. Ineens stralen het paars en geel en wit en groen net wat feller. Voor het eerst voel ik me een heel klein beetje onderdeel van deze groene wereld in plaats van een outsider. Maar nog steeds blijft de vraag hangen: Wat kan ik je schenken, jij die alles al hebt? Wat heb ik als mens te geven om onze relatie te voeden?

Wat heb je te geven?

Het confronteert me niet alleen met de relatie met mijn tuin, maar met al mijn relaties. Ik moet toegeven dat ik meestal bezig ben met wat ik wil krijgen. Hoe vaak vraag ik me af wat ik te brengen heb op een feestje, een ouderavond, een werkgesprek, in de relatie met mijn ouders, man, buren? En wat heb ik mijn omgeving werkelijk te geven? En daar komt het: ‘Mijn voorouders leerden ons dat wat mensen de wereld te geven hebben dankbaarheid is’, zegt Kimmerer. Wij krijgen alle geschenken die de wereld om ons heen te geven heeft, van water, tot voedsel, tot schaduw, tot grondstoffen, tot ontspanning en dat mogen we allemaal nemen in ruil voor onze dankbaarheid. Als we dankbaar zijn, laten we zien dat we onze plek kennen in het geheel der dingen. Het is wetenschap afleggen aan onze leefomgeving voor wat we ontvangen en wat we te bieden hebben.

Geschenken

Kimmerer: ‘Als je dankjewel zegt tegen het land, dan zeg je eigenlijk: hier zijn we. En als je kunt luisteren dan mompelt het land terug: Oh hier zijn diegenen die weten hoe je dankjewel zegt. Het herinnert me aan de geschenken die we ontvangen en de verantwoordelijkheid die we dragen ten opzichte van die geschenken. Door er respect voor te hebben, door onze aandacht en aanwezigheid, doordat we weten dat we dankjewel kunnen zeggen, smeden we een wederkerige relatie met de wereld om ons heen. Dit dankwoord op zichzelf is een ceremonie die je verbindt met waar je thuishoort, met je plek in de natuurlijke wereld.’

Dankbaarheid als remedie tegen teveel

Eindelijk vind ik woorden voor wat ik voel ten opzichte van de tuin. Van het land dat mij niet nodig heeft. Er is geen wederkerige relatie. Door mijn kritische blik die zegt dat ik het land ga gebruiken, trekt de natuur zich terug. Als ik zie welke ontelbare geschenken de tuin mij te geven heeft, van rust tot vruchten, tot schoonheid, tot noten en brandhout, en daar oprechte dankbaarheid voor voel, opent zich direct een verbinding. Ik besef hoe vervelend mijn kritische houding geweest moet zijn, mijn gedachten over wat er anders moest, wat ik eruit zou rukken zonder te vragen of het klopte. Maar nu, met mijn nieuwe blik, lijkt het alsof de tuin zich eindelijk voor me opent. De zon breekt door en de planten lijken me toe te wuiven. Ik zeg dankjewel bij elk besje dat ik pluk. Als ik een pad vrijmaak, doe ik dat zorgvuldig steel voor steel en pratend en zingend. Ik vertel ook dat de aarde de planten weer terugkrijgt in de vorm van compost. Niets gaat verloren. Ik ga zitten en vraag de paardenbloem hoe hij geplukt wil worden. Ik zet de bloem op tafel om hem te bewonderen. Ineens hoef ik geen grote bos bloemen meer, eentje is genoeg. De rest laat ik staan voor de bijen en insecten.

Niet meer dan nodig

Dankbaarheid blijkt niet alleen de deur naar verbondenheid en wederzijdse voldoening, het blijkt ook de remedie tegen teveel nemen. In haar boek vertelt Kimmerer over een droom waarin ze over haar vaste markt struint. Zoals gewoonlijk wil ze groots inslaan, maar als ze haar portemonnee opent bij de kruidenkraam wordt die vriendelijk weggewuifd. Ze bedankt verrast maar bij de tweede kraam gebeurt precies hetzelfde. Ze kijkt om zich heen en wordt overvallen door een gevoel van euforie: geen enkele klant hoeft te betalen. Dankbaarheid is het enige betaalmiddel op de markt. De marktkooplieden geven de geschenken van de aarde alleen maar door. In haar mand liggen maar een paar spullen, hij is maar half gevuld, maar voelt vol. Ze kijkt naar de kaaskraam, maar in de wetenschap dat ze ook daar niet hoeft te betalen, besluit ze dat ze genoeg heeft. Gek genoeg, realiseert ze zich, als alles op de markt heel goedkoop was geweest dan had ze zoveel gekocht als ze kon dragen. Maar nu alles gratis is, neemt ze niet meer dan ze nodig heeft. Op weg naar huis bedenkt ze zelfs welke geschenkjes ze morgen mee zal nemen voor de marktkooplui.

Rechtvaardigheid

De droom vervaagde, maar het gevoel van euforie en zelfbeheersing bleef hangen. ‘Ik heb er nog vaak aan teruggedacht’, schrijft ze in haar boek. ‘Ik was getuige van de verschuiving van een economie van privébezit naar eentje van gemeenschappelijke rijkdom. Over de gehele markt gingen compassie en warmte van hand tot hand. Het was een gedeelde viering van overvloed voor alles wat we gekregen hadden. En omdat elke mand een maaltijd bevatte, was er rechtvaardigheid.’

Het medicijn voor deze tijd

Ik probeer door de tuin te lopen alsof ik over de markt uit haar droom loop. Maar ik probeer het ook in de supermarkt, in de stad en als ik door een online kledingwinkel scroll. Wat als ik met ogen van dankbaarheid kijk, hoeveel heb ik dan nodig? In navolging van Kimmerer gebruik ik dankbaarheid als het krachtige gereedschap dat wij mensen hebben. Als ik een glas water drink, neem ik een paar seconden om me voor te stellen welke weg het heeft afgelegd. Het water dat hier uit de kraan komt, is uit een wilde rivier gehaald die door de hoge bergen heeft gestroomd, die ergens uit een stille bron is ontsprongen, en daarvoor langs boomtoppen en rotswanden de aarde in is gesijpeld. Allemaal zodat ik nu hier een glas water kan drinken. Het duurt eventjes om die keten terug te volgen, maar het water smaakt zoveel beter als ik die moeite neem. Om mijn relatie met de wereld om me heen verder te ontwikkelen, hoef ik alleen maar mijn blik te openen. Hallo koffie, zo ver van je tropische thuis, dankjewel dat je de reis hebt gemaakt. Dag houten tafel, je was ooit een kersenboom groot en sterk vol zoet fruit waarmee je zoveel dieren en mensen voedde. Nu ben je mijn schrijfcompagnon dag in, dag uit. Dankjewel voor je trouwe dienst.

Kies hoe je de wereld ziet

Kimmerer: ‘Dankbaarheid en wederkerigheid lijken misschien een zwak medicijn in het licht van de tijd waarin we leven, maar ik denk dat er niets krachtiger is dan als we onze gedachten veranderen en ervoor kiezen om de wereld anders te zien. Ik kan leven alsof de wereld een geschenk is en ik de dankbare ontvanger van dat geschenk. En als ik dat doe, als ik mijn gedachten op die manier verander en ik praat met jou, dan kun jij misschien ook je blik veranderen. En zo kunnen we samen van gedachten veranderen. Je hebt altijd de complete soevereiniteit om te kiezen hoe je de wereld ziet. We hebben cultuurbrede afspraken over hoe we de wereld zien. Nu zijn we het erover eens dat de wereld bestaat uit spullen die van ons zijn. En dus ziet onze wereld er zo uit zoals hij doet. Maar wat als we daarmee stoppen en het erover eens raken dat de wereld een geschenk aan ons is?’

Aan ons de keuze

Het verhaal van de wereld waarin alles gekocht of verkocht wordt, is één verhaal dat we onszelf vertellen, maar we zijn vrij om terug te komen bij een verhaal waarin we veel langer hebben geleefd, tienduizenden jaren. Eentje die de deur opent naar een leven in dankbaarheid en verwondering voor de rijkdom en vrijgevigheid van onze wereld. Een verhaal dat vraagt om de wereld onze eigen geschenken van vriendelijkheid en dankbaarheid te geven en onze connectie met de wereld te vieren. Aan ons de keuze.

Met ingehouden adem

Elke ochtend als ik wakker word trek ik mijn yogabroek aan en mijn laarzen en open ik de keukendeur naar de tuin. Waar ik me vroeger mopperend een weg baande naar het kippenhok achterin de tuin om ze vrij te laten, neem ik nu de tijd. Ik begroet alle planten, de zwerm mussen in de klimop, de roos die begint te bloeien, de uitgelopen andijvie met zijn prachtige blauwe bloemetjes, de salie die maar niet echt wil groeien. Ik heb gemerkt dat de kruiden waarmee ik wil werken vanzelf gaan groeien in mijn buurt. Bijvoet, zevenblad, kaardenbol. Voorzichtig loop ik langs iedereen en laat dankbaarheid uit mijn hart stromen alsof ik ze water geef. Alsof het liefde regent. Ik zeg hallo zon en hallo gras en wolken en bomen. Dankjewel dat jullie weer gekomen zijn vandaag, dat jullie het leven met mij willen delen. Ik bedank de bijen, de slakken, de kippen voor hun aanwezigheid en voor hun eitjes als ik die raap. En op een zonnige, vroege maandagochtend ga ik voor de derde keer onder de oude beuk zitten:

Lieve natuurlijke wereld, ik begrijp dat ik lid ben van de menselijke familie die is vergeten hoe we je vriend moeten zijn. Ik wil me graag herinneren wat deze vriendschap betekent en je onderdompelen in dankbaarheid voor alles wat je ons geeft. Ik wil me graag herinneren hoe ik je wijsheid, voedsel, medicijnen en vreugde kan ontvangen en leren wat ik je terug kan geven voor deze overvloed. Ik ben hier. Ik ben aanwezig. Ik ben er klaar voor. Zeg me wat je nodig hebt en ik zal luisteren. Help me alsjeblieft om te begrijpen wat er nodig is om mijn connectie met je te herstellen.

Ruimte om te ademen

Op de terugweg pluk ik voorzichtig wat frambozen, wilde aardbeien en rode bessen. Niet allemaal, precies genoeg voor het ontbijt. De tuin is nog steeds overwoekerd, ik weet nog steeds niet hoe ik moet wieden of wat het land van me wil, maar het is niet urgent meer, ik geloof dat het wel goedkomt, als de aarde de ruimte krijgt om te ademen, herstelt ze zelf het evenwicht. En voor ik met een glimlach terug naar binnen loop, houd ik heel even mijn adem in. Als ik heel stil ben, nog stiller, kan ik het misschien horen. En dan, ergens diep in mijn hart, voorbij alle gedachten en ideeën van de dag, waait een zachte wind: Dankjewel dat je er bent.

Tekst: Sarah Domogala

Meer Happinez?

Door anderen gelezen