Als je kind een beelddenker is: zo ga je hier als ouder mee om - Happinez
Terug naar overzicht

Als je kind een beelddenker is: zo ga je hier als ouder mee om

Categorie
Als je kind een beelddenker is: zo ga je hier als ouder mee om

Elk kind denkt in beelden en is dus een beelddenker. Via zien, voelen, horen en proeven doen ze ervaringen op. Langzaam maar zeker leren ze woorden aan voorwerpen te koppelen. Dat gaat bij de een sneller dan bij de ander, maar in groep drie of vier, wanneer kinderen leren lezen en schrijven, ontstaat er een tweedeling.

Een deel van de kinderen gaat dan vooral in taal denken: wanneer ze aan een bal denken, zien ze ook de letters b-a-l voor zich, terwijl een ander deel vanuit beelden blijft denken en een bal voor zich ziet, compleet met kleur en beweging. In de volksmond spreek je over taaldenkers versus beelddenkers. De officiële termen zijn auditief-volgordelijke denkers versus visueel-ruimtelijke denkers.

Bezig brein

Beelddenken levert mooie creatieve gedachten op, maar in ons onderwijssysteem, dat voornamelijk door taaldenkers is ontworpen en vol zit met geschreven en gesproken opdrachten, lopen beelddenkers vaak tegen problemen aan.

Tineke Verdoes, remedial teacher en auteur: “Een beelddenker ziet zo’n 32 plaatjes per seconde in het hoofd. Ter vergelijking: op tv zien we 25 beelden per seconde en taaldenkers zien ongeveer twee woorden per seconde.

Bovendien horen beelddenkers vaak ook bijpassende geluiden in hun hoofd en ze voelen veel. Dat is zóveel dat het kind continu bezig is om die stortvloed aan beelden en indrukken in het gareel te krijgen en daardoor afgeleid en dromerig oogt. Dit laatste zie je ook vaak bij kinderen met ADD, ADHD of dyslexie, maar dat wil niet zeggen dat het hetzelfde is.

Is jouw kind een beelddenker? Dan zijn hier drie tips:

1. Een begin vinden

Beelddenkers hebben vaak moeite met volgordes. Gisteren, vandaag, morgen, dat zijn lastige begrippen. Ook opruimen kan lastig zijn. Een beelddenker weet vaak niet waar hij of zij moet beginnen, omdat ze heel veel mogelijke beginpunten zien, dat kan verlammend en overweldigend zijn. Help je kind dus door het een begin punt te geven dat voor hem of haar ook logisch is.

2. De kat uit de boom kijken

Kinderen die in beeld denken hebben vaak wat langer de tijd nodig om een ruimte, en de mensen in die ruimte, in zich op te nemen. Ze willen graag het totaalplaatje zien. Beelddenkende kinderen kunnen dus in eerste instantie verlegen overkomen en zogezegd de kat uit de boom kijken, maar eigenlijk is hun brein bezig om alle indrukken te verwerken in een logisch overzicht.

3. Gevoelens verwoorden

Omdat deze kinderen in beelden denken vinden ze het soms lastig om gevoelens te verwoorden. Simpelweg omdat woorden en taal voor hen lastiger en misschien zelfs niet logisch zijn. Je kunt je kind hierbij helpen door gesprekskaartjes te gebruiken. Dit zijn kaartjes waar een heel duidelijke vraag op staat met tekeningetjes. Zo geef je je kind wat houvast en weet het beter waar het zijn of haar verhaal moet beginnen.

Weet je niet of je kind een beeld-of taaldenker is? Doe dan de test.

Dit artikel is een (redactioneel aangepast) fragment uit happi.kids-1 2019. Meer lezen? Je bestelt het nummer in onze shop.

Meer lezen?

(Tekst: Bianca Bartels)

Meest populair