Ode aan de chaos Ode aan de chaos Ode aan de chaos

Met alle nadruk op ‘een opgeruimd huis geeft rust in je hoofd’ vergeten we soms dat een tikje chaos óók heel inspirerend kan zijn. Een pleidooi voor een beetje rommel.

Oh, de huizen waar je een poes opzij moet duwen voordat er plek is op de bank. Waar je struikelt over stapels kranten en boeken, kinderen onbesuisd rondrennen terwijl iemand roept ‘heb jij sokken gezien?’. Het is natuurlijk allemaal niet zo opgeruimd als een zentempel, maar het is wel vrolijk, levendig, gezellig en je hebt nooit een saai moment, al was het maar omdat je op zoek naar kleingeld of een briefje van school altijd weer onverwachte interessante dingen vindt.

In een opgeruimd huis kun je ook gelukkig zijn

Toch zijn er mensen die gaan sputteren bij de titel van dit stuk, want het rommelige huis zit dan weliswaar ingebakken in ons culturele DNA – van het Huishouden van Jan Steen tot aan de familie Stamper uit Pluk van de Petteflet – het heeft de laatste jaren toch een slechte naam gekregen. Professional organizers, opruimgoeroes, televisieprogramma’s over mensen bij wie de rommel letterlijk de spuigaten uitloopt, ze dragen allemaal maar één boodschap uit: een ‘clean’ huis is de standaard. Een op geruimd huis geeft rust in je hoofd. In een net huis word je gelukkig.

Nu ís dat ongetwijfeld ook zo, voor heel veel mensen. Maar dat betekent toch niet dat je in een rommelig huis níet gelukkig kunt zijn? Als je voor de aardigheid even het idee laat varen dat rommel in huis altijd een teken is van psychologische ‘issues’ (want issues hebben we tenslotte allemaal, sloddervos of niet) – zou het dan zo kunnen zijn dat éigenlijk die rommel helemaal zo erg niet is? Dat er, sterker nog, enorme voordelen aan die rommel zitten, en dat het dáárom niet iedereen lukt om van chaotisch huishouden een opgeruimde bedoening te maken?


De positieve kanten van ruis

Het klinkt vreemd, maar aan rommel en chaos zitten voordelen. Om te beginnen is rommel leuk. Schelpjes zoeken langs de vloedlijn, dozen openen op een zolder vol oude spullen, rondsnuffelen tussen tweedehandsboeken – er zit iets ondefinieerbaar plezierigs in ongeordende dingen. Je brein zoekt dingen bij elkaar, legt verbanden, en al doende kom je op nieuwe ideeën. Je vergeet de tijd, je bent geconcentreerd en ontspannen tegelijk. En dan de verrassingen, als je iets vindt of terugvindt waarvan je niet wist dat je het zocht of kwijt was! Er is maar één ding even leuk als een doos oude boeken naar de kringloop brengen – en dat is die doos op zolder zetten en ’m een jaar later openen om te kijken wat er ook alweer in zat.

Bovendien kan een rommelige omgeving je wel degelijk helpen te concentreren. Niet voor iedereen, maar als je je echt wilt concentreren, werkt het voor sommige mensen veel beter om in een omgeving met ‘ruis’ te verkeren, dan aan een leeg, strak opgeruimd bureau zonder ‘storende’ omgevingsfactoren. Dat geldt bij uitstek voor creatieve processen (schrijvers werken bijvoorbeeld vaak heel geconcentreerd in een koffiehuis, juist vanwege het geroezemoes).

Nog een onverwacht aspect: rommel heeft wel degelijk vaak een ordening, ook al is die niet direct zichtbaar. Een stapel papier bevat bijvoorbeeld meestal paperassen op volgorde van binnenkomst – dat ziet er misschien niet zo netjes uit, maar als je iets nodig hebt, kun je het er meestal vrij snel tussenuit vissen. En dat kost echt niet noodzakelijkerwijs meer tijd dan eerst alles opbergen in ordners en later peinzen onder welke letter je ook alweer iets had gearchiveerd.

Een goudmijn van herinneringen

Ten slotte is rommel vaak ook mooi, op een ongrijpbare manier. Júist de dingen die eigenlijk, rationeel gezien, het bewaren niet waard zijn. Een knuffel met één oor, onderin de wasmand. Het oude sigarendoosje van je opa, met een paar kroontjespennen, een half gummetje, handgeslepen potlood, een postzegel van 25 cent. Die kleine rommeltjes… Je hebt het langer dan een jaar niet gebruikt, het is waarschijnlijk niet nuttig, maar toch. It is the stuff that life is made of. Ze bevatten wat in het Japans wabi sabi heet: ze herinneren je aan het verstrijken van de tijd. Zulke rommeldoosjes zijn een goudmijn van herinneringen. Het zijn wel tastbare dingen die je in één keer rechtstreeks in contact brengen met een persoon of een periode in je leven – positief of negatief, maar wel jóuw leven en jouw geschiedenis.

Over auteur
Huisfilosoof Anne Wesseling duikt elke twee weken haar boekenkast in en kijkt hoe de denkbeelden van grote meesters nog in te passen zijn in deze tijd.

Meer lezen over geluk?

Dit is waar je écht gelukkig van wordt (volgens een 75 jaar lopend Harvard onderzoek).

Volgend artikel
Omring jezelf met spullen waar je blij van wordt
Omring jezelf met spullen waar je blij van wordt