Hoe je van planten kunt houden (en zij van jou) - Happinez
Terug naar overzicht

Hoe je van planten kunt houden (en zij van jou)

Categorie
Tekst
Pauline Bijster
Hoe je van planten kunt houden (en zij van jou)

Pauline brengt een ode aan de urban jungle: ‘Als we gasten in ons huis hebben, zeg ik voor de grap dat ze tegen de planten moeten praten. Stiekem meen ik het.’

Ik heb één plant al zes keer meeverhuisd vanaf de dag dat ik op kamers ging. Het is een simpele palm van Ikea. Een beetje een wondertje want palmen houden volgens mij niet van verhuizen, niet van tocht, niet van schaduw, en toch heeft deze plant vele verhuizingen, op ongemakkelijke plekken staan en relaties overleefd, hij is nog steeds bij me.

Hoewel ik ze nooit weg zou doen, begon onze plantenverzameling niet bij mij. Mijn huidige vriend heeft vijf jaar in Australië gewoond, en ik weet niet of het komt omdat daar kamerplanten overal groeien in het wild, of gewoon omdat hij werkelijk van planten en dieren houdt. Hij is zo iemand dat als je met hem gaat wandelen, hij zegt: ‘Zag je die vogel bij het water?’ die je niet zag. Als je vervolgens probeert op vogels bij het water te letten, zegt hij: ‘Veel hazelnoten hè?’ Als je op hazelnoten probeert te letten, plukt hij een geurig blad van een boom ‘ruik eens!’ of herkent hij de vin van een vis die werkelijk niet te zien is voor het blote oog.

Hij wilde meer planten toen hij bij me kwam wonen. Veel planten.

We kregen stekjes papyrus en aloë vera mee van mijn moeder die gniffelde: dat was in ónze tijd in, veel planten! Ze bedoelde: toen zij nog een hippie was. Of misschien bedoelde ze: nu toch niet meer?? Maar nu is het weer, de Urban Jungle Bloggers hebben bijna 500.000 volgers op instagram en zij zijn slechts één voorbeeld van alle plantenbloggers die uit de grond schieten, boeken die daarover verschijnen en plantenasielen door het hele land waar je een verlaten plant een tweede leven kunt geven.

Sinds we een nieuw huis hebben, hebben we veel planten erbij. Elke week komt mijn vriend met een nieuwe binnen, soms mompel ik: ‘Is het niet eens genoeg?’ maar de kamer is groot en nog steeds vrij leeg. Er is iets grappigs met planten, je kunt er veel neerzetten, steeds meer, maar het lijkt helemaal niet vol. Een beetje net zoals met kinderen: het is niet dat als er een bijkomt dat je minder van de vorige houdt. Je hart wordt gewoon groter. Sterker nog, steeds vaker denk ik zelf: ach wat zou dat hoekje nog opknappen van een plantje. Ik verzorg ze. Ik geef ze water, en glimlach tegen ze. Eén is mijn favoriet: de gatenplant die bijna tegen het plafond groeit. Die heeft het moeilijk gehad toen mijn jongste kindje net kon kruipen en er plezier in schepte om zijn onderste bladeren kapot te scheuren. Op een gegeven moment was de hele onderkant kaal. Maar de plant heeft deze graaihandjes overleefd.

Als we gasten in ons huis hebben, zeg ik voor de grap dat ze tegen de planten moeten praten. Stiekem meen ik het.

Uit onderzoek van het IVN blijkt dat groen en natuur je hersenen rustig maakt, en zelfs dat een boom voor het raam of een plantenwand in de kamer al dit effect heeft op ons. Terwijl ik voor de planten zorg, zorgen ze ook voor mij.

Dit vind je vast ook leuk