Terug naar overzicht

Zo ga je om met narcisme

Categorie
Tekst
Anne Wesseling
Zo ga je om met narcisme

‘Narcist’ lijkt soms wel een gemakkelijk etiket, dat je kunt plakken op iedereen die je ijdel en egocentrisch vindt. Maar narcisme is een serieuze stoornis, die niet alleen lastig is voor de persoon zelf, maar ook (misschien wel vooral) voor mensen eromheen. Hoe ga je om met narcisme? In je relatie, in vriendschappen en op het werk?

Wat is narcisme?

‘Narcisme’ is vernoemd naar een Griekse mythe waarin een beeldschone jongen, Narcissus, verliefd wordt op zijn eigen spiegelbeeld. Dat klinkt romantisch, maar een echt narcistische persoonlijkheidsstoornis is ingrijpend, voor de persoon zelf én de omgeving. Volgens het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen heeft iemand een narcistische persoonlijkheidsstoornis als die aan minstens vijf van negen criteria voldoet, waarbij je dan moet denken aan bijvoorbeeld iemand die zich beter voelt dan anderen, een enorme behoefte heeft aan bewondering, die misbruik maakt van anderen om zijn of haar doelen te bereiken, iemand die arrogant is, zich niet in de gevoelens van anderen kan inleven, iemand die ervan overtuigd is dat hij of zij heel belangrijk is, en beter dan de rest.

Hoe ga je met zo iemand om?

Maar goed, je kunt onmogelijk op internet een lijstje kenmerken raadplegen en op basis daarvan besluiten dat je met een ‘narcist’ te maken hebt. Zo werkt het niet. Wat je wél kunt merken, is dat je te maken kunt krijgen met iemand die narcistische trekken vertoont. Die bijvoorbeeld verdraait wat je zegt, neerbuigend doet en je kleineert waar anderen bij zijn. Iemand die arrogant en veeleisend is, voor wie je het nooit goed doet. Iemand die duidelijk maakt dat alles altijd aan jóu ligt, waardoor je steeds meer aan jezelf gaat twijfelen. Iemand bij wie je éigenlijk liever niet te dicht in de buurt zou zijn, maar dat is lastig, omdat het je partner is, je ouder of je baas.

Uiteindelijk doet het er dan niet toe in hoeverre die persoon narcistisch is ‘volgens het boekje’. Wat veel belangrijker is, is hoe jij zelf in deze relatie staat, schrijft Mjon van Oers in haar boek ‘Voorbij het narcisme’. ‘Dus, in plaats van jezelf steeds de vraag te stellen ‘Is hij echt een narcist?’ kun je beter vragen: ’Hoe voel ik me in deze relatie?’

En als het antwoord dan ‘belabberd’ is, heb je misschien iets aan deze tips. (Let op: dit zijn wat algemene tips, deze lijst zou nog veel langer kunnen zijn, want narcisme kent verschillende varianten).

1 Vat het niet persoonlijk op

Dat valt niet mee als iemand je bijvoorbeeld continu kritiek op je heeft (zeker niet als verwijten aantoonbaar nergens op slaan), maar hou dat toch voor ogen: het ligt niet aan jou, iemand met narcistische trekken heeft het nodig om anderen naar beneden te halen, en jij bent toevallig in de buurt. 

2 Stop met proberen hem of haar te behagen

Het werkt toch niet. Volg je eigen normen en waarden, en ga te rade bij anderen bij wie je je wél gehoord, gezien en gewaardeerd voelt.

3 Ga niet tegen hem of haar in

Dat levert alleen maar meer conflicten en gedoe op.

Nu klinkt dat laatste misschien alsof je mensen met narcistische trekken in alles hun zin moet geven, maar zo werkt het ook weer niet. Eigenlijk komt het hierop neer: probeer zo zelfstandig mogelijk te opereren, volgens je eigen normen, en verwacht geen waardering. Als je het spelletje niet meer meespeelt, kan dat de relatie verbeteren. Hoe onafhankelijker je bent, hoe beter het gaat.

Tegelijkertijd geeft dit ook aan waarom het zo moeilijk is: wat doe je als een van je ouders narcistisch gedrag vertoont, of je partner, of je baas? Iemand waarvan je juist zo graag af en toe erkenning, waardering en bevestiging wilt? Tja. Hoe verdrietig ook: het kan helpen om je erbij neer te leggen dat die waardering er nooit gaat komen.

De grote vraag: waar wil jíj je op richten?

Stop met focussen op de ander, dus. Dat helpt. Want het grootste probleem van leven naast iemand met narcistische trekken, is dat je je steeds meer op die persoon gaat richten, en vergeet waar het jóu eigenlijk om gaat in het leven. En daar kun je wel degelijk wat aan doen.

’Als je steeds maar bezig bent met iemand anders, is het misschien tijd om je aandacht te verleggen en je energie meer te steken in het leven dat jíj wilt leven,’ schrijft Robin Stern in ‘Het gaslight-effect’. Zelf doelen stellen, zelf bepalen wat je wilt met je leven, zelf bepalen wie je wilt zijn.

Het omgaan met iemand met narcistische trekken (of het ‘op een laag pitje zetten’ van die relatie) kan een ’enorme stimulans zijn voor een grote ‘reality check’, schrijft Mjon van Oers. Je kunt je afvragen: wat is echt? wat is gezond? wat maakt je vrolijk, blij en gelukkig? Als de mist optrekt, is er meer helderheid. Het wordt makkelijker om je eigen weg te bewandelen, en je eigen held te worden.

Toch leerzaam dus, hoe lastig ook. ’Een narcist is een geweldige leraar om je voor een en voor altijd duidelijk te maken dat je, om geen kameleon te zijn, de moed nodig hebt om je van anderen los te maken en verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen leven.’

Meer lezen?

En ook…

Door anderen gelezen