De universele lessen van hindoe-god Shiva

De universele lessen van hindoe-god Shiva De universele lessen van hindoe-god Shiva De universele lessen van hindoe-god Shiva

Het eiland Mauritius ligt in de Stille Oceaan, veel dichter bij Afrika dan bij India. Toch is meer dan de helft van de bevolking hindoeïstisch en dat zie je overal terug. Anne Wesseling dwaalt rond in die voor haar onbekende wereld en ontdekt gaandeweg dat de lessen van Shiva universeel zijn. 

Het beeld van Shiva glanst in de zachte avondzon, alsof het van koper is gemaakt. De slang om de hals, de gebedskralen, de milde gezichtsuitdrukking, de geheven hand, als in een gebaar van zegening. Ontzagwekkend en tegelijkertijd troostend. De glimlach, alsof het beeld wil zeggen dat het allemaal wel goed komt. De omvang – het beeld is dertig meter hoog.

Drie rondjes loop ik eromheen, dan blijf ik nog een tijdje staan kijken. Ik zou iets willen geven, iets offeren. Een muntje misschien? Her en der op straat liggen wat gele bloemen. Ik raap er een paar op en leg ze bij het beeld, maar het voelt raar. Ze zien er armetierig uit, zoals ze daar liggen. Bruine plekjes. Half verlept. Nee, ik haal ze weer weg. Zo kun je Shiva niet eren.

Heilige plek

Shiva is ook niet zomaar een god. Naast Vishnu en Brahma is het de derde belangrijkste godheid in het hindoeïsme. Hij wordt omschreven als de transformator, de ziel van het universum. Shiva schept en beschermt. Alles is tijdelijk. Dat is de les die we van Shiva leren. Maar de god kan je ook helpen leren om positief te zijn en vooruit te denken.

Het grote beeld staat aan het eind van de toegangsweg naar Ganga Talao, of Grand Bassin, een kratermeer op zeshonderd meter hoogte in de bergen in het hart van Mauritius. De heiligste plek van het eiland.

Het verhaal gaat dat Shiva en zijn vrouw Parvati langs de hemel reisden en onderweg wees Shiva Parvati op het meer hier op Mauritius. Daardoor vielen er druppels uit een kruik met het heilige water van de Ganges, die Shiva met zich meedroeg.

Dankbaar voor de natuur

Tijdens het festival Maha Shivarantri, aan het begin van de lente, lopen tienduizenden mensen op blote voeten over de brede toegangsweg, die er nu verlaten bij ligt. Ze lopen naar het beeld, bezoeken de tempels rond het meer en brengen offers.

“Hoe zit het eigenlijk met het offeren?” vraag ik later aan een medewerker van de tempel bij het beeld. Ook hier binnen liggen de gele bloemen, als offer voor Shiva en zijn vele incarnaties. “Ik weet niet hoe die bloemen officieel heten,” zegt hij. “Dat is ook niet zo belangrijk. Het is een eenvoudige bloem, maar kijk eens goed hoe mooi hij is. Kun jij zo’n bloempje maken? Nee toch? Het is een wonder, dat maakt je nederig. Dat is de essentie van de offergave: nederigheid en dankbaarheid. Wij zijn dankbaar voor wat we krijgen van de natuur. En wat de natuur ons geeft, offeren we aan God.”

Langs de muren twaalf beelden, allemaal even kleurrijk uitgedost. Het zijn allemaal incarnaties van Shiva en Parvati. Want beiden komen om de zoveel tijd terug in een andere gedaante. “Als je geldproblemen hebt, ga je naar Lakshmi. Als je gaat studeren, offer je aan Saraswati, de godin van het onderwijs, ook een reïncarnatie van Parvati.” Zelf bad hij altijd veel voor Durga, die bemiddelt in de liefde. En werkte dat? Stralend: “En of! Ik nu heb ik twee prachtige dochters, en zelfs een kleinkind!”

Je kunt niet alléén op een goddelijk wezen vertrouwen, waarschuwt hij. Je moet ook goed je best doen. Maar als je dat doet, dan helpt ze je.

Als ik terugloop naar de auto, ritselt er iets in de bomen langs de parkeerplaats. Een aap. Vast een van uit de tempel voor de aapgod Hanuman. Met een scheurend geluid trekt hij repen boomschors los en peuzelt ze op, terwijl hij peinzend naar me zit te kijken.

Eenzaam eiland

Kostbaar en kwetsbaar. Dat is het gevoel dat ik heb over Mauritius, als ik er een paar dagen ben. Het is maar zo’n klein eiland eigenlijk, pakweg 65 bij 47 kilometer (iets kleiner dan de provincie zuid-Limburg, volgens mijn reisgids). Het is een eenzaam eiland. Het ligt midden in de Indische Oceaan, duizend kilometer ten oosten van Madagaskar. Beschermd tegen de golven door een gordel van koraalriffen. Een soort schatkist, zoals meer van die afgelegen eilanden. Met zoveel bijzondere plekken. De Botanische Tuinen, met de vijver vol lotusbloemen, die ruim een meter uit de modder omhoog rijzen op lange, stevige stelen. Een voormalige suikerplantage, waar je achttien soorten suiker kunt kopen. Ongeraffineerde suiker met een diepe smaak, zoveel meer dan alleen zoet. Theeplantages met de lekkerste theeën. En rum!

Er is zoveel te doen in zo weinig tijd. Ik bezoek het postzegelmuseum (de Blauwe Mauritius is een van de zeldzaamste en kostbaarste ter wereld) en toch ook maar het Natuurhistorisch Museum, voor het skelet van de dodo. Ach, die dodo. Hij staat zelfs in het stempel dat je in je paspoort krijgt. Die aandoenlijke, onhandige vogel die uitstierf doordat de Nederlanders alle dodo’s opaten. Toch? Welnee, hoor ik van verschillende kanten. “Hij stierf uit doordat de ratten die aan boord van de schepen naar het eiland kwamen zich als een dolle voortplantten en alle eieren uit de nesten roofden. Hij heette niet voor niets Walgvogel, het vlees was niet eens lekker!”

De essentie van reizen

Maar wat vooral opvalt, is de invloed van het hindoeïsme. Een groot deel van de Mauritianen heeft voorouders die hier kwamen vanuit India en Sri Lanka, als contractarbeider. Overal zie je hindoeïstische tempels in pasteltinten.

Er zijn ook veel religieuze processies in de tijd dat ik er ben, ter ere van de god Muruga, maar of de duvel ermee speelt: ik mis ze steeds. De omschrijvingen van wáár zo’n optocht is, zijn telkens vaag. Elke dag reis kriskras over het eiland en zie enorm veel, maar geen festivals. Als ik dan ’s avonds terugkom in het hotel, laten de andere gasten me enthousiast de filmpjes zien van kleurige optochten die ze hebben gezien. Gewoon, toevallig, vlakbij!

In een tempel in Bambous vertelt een priester het verhaal van Hanuman en Muruga, die in opdracht van Shiva een reis om de wereld moeten maken – wie als eerste terug was, won. Hanuman vloog het heelal rond, langs alle sterren en planeten en keerde triomfantelijk terug. Hij zou toch zeker wel gewonnen hebben? Maar Muruga liep een rondje om zijn twee ouders en zei: ‘Kijk, zij zijn mijn wereld. Ik draai om hen heen, dan omcirkel ik mijn wereld.’ Het is de essentie van het reizen, misschien wel. Soms ren je van hot naar her voor iets dat je thuis ook had kunnen vinden. ’Ga zondag naar Quatre Bornes, dan is er het festival van Muruga!’ zegt de priester in Bambous. ‘Met een grote optocht en alles. Heel feestelijk!’

Bekende rituelen

Het is gemakkelijk verdwalen op Mauritius. Als het eenmaal donker is, is het helemaal lastig rijden. Op weg naar een hotel in het noordoosten raak ik hopeloos de weg kwijt. Eenmaal aangekomen op de rondweg langs de kust sla ik linksaf, terwijl ik rechtsaf had gemoeten. Maar het is altijd ergens goed voor: dankzij die dwaaltocht kom ik nu om zes uur ’s avonds langs het kerkje van Cap Malheureux, een eenvoudig wit kerkje met een rood dak waar nu nét een dienst aan de gang is.

Bij de ingang drommen mensen samen. Stilletjes ga ik erbij staan. De priester kan ik alleen zien als ik tussen mensen doorkijk, maar dat maakt niet uit. Ik hoor zijn stem, en ik kan van het Frans net genoeg volgen om de boodschap te begrijpen: dat werken belangrijk is, maar dat andere dingen nog belangrijker zijn. De mensen om je heen, gemeenschapszin, lief zijn voor elkaar. Zingeving.

Dit is een katholieke kerk, de kerk waarin ik ben opgegroeid. Een kerk waarin ik niet actief ben, maar waarin ik wel ben gedoopt en gevormd. Ik herken de geur, het geprevel van de gebeden. Ook als ik de mis niet versta, weet ik precies op welke momenten ik ‘amen’ moet zeggen. Ik weet wanneer ik op moet staan en wanneer ik moet gaan zitten. Het is vertrouwd. Hier hoef ik me niet af te vragen of ik erbij hoor, of ik het snap. Ik kan het ook níet snappen en me ertegen afzetten, maar er is nooit een vraag of het wel mag. Een kaarsje opsteken, zo vanzelfsprekend. Ik ken de rituelen.


De held in je eigen leven

Ik neem me voor om als ik thuiskom ‘De held met duizend gezichten’ nog eens tevoorschijn te halen. Het boek van de Amerikaanse mytholoog Joseph Campbell, diebetoogt dat eigenlijk elk groot verhaal, of het nu religieus of anderszins, gebaseerd is op dezelfde oermythe: het verhaal van de held. Het is het verhaal van de held die van huis wordt weggeroepen, door plicht of de roep van het avontuur, die onderweg allerlei beproevingen moet doorstaan en hindernissen moet overwinnen, met behulp van (spirituele) helpers, om uiteindelijk zijn of haar bestemming te vinden, het pad in het leven.

Volgens Campbell zijn we de held in ons eigen leven. Je pad vinden. Je bliss vinden. Als je het hebt gevonden, vóel je het. En om het te vinden, zoek je een stille, heilige plek.

Offer aan zee

De laatste ochtend ben ik al om zes uur op. Op het terras, waar wifi is, zoek ik op waar Quatre Bornes ligt, de plaats waar volgens de priester in Bambous vandaag het Cavadee-festival is. Helaas: het ligt zo uit de route naar de lucht haven dat het niet gaat lukken ernaar toe te gaan. Omgaan met teleurstellingen. Leer je dat ook van Shiva?

Net als ik mijn computer dichtklap, dan komt er iemand naar me toe om me iets te wijzen: aan de overkant van de baai zijn roze stipjes te zien, in het water.

Snel, erheen! Tientallen vrouwen in roze gewaden zitten op een rij aan de rand van het strand, hun gezicht naar de zee. Mag ik erbij komen? ’Natuurlijk!’ zegt de priester van dienst, die naast de gele draagbaar met een godenbeeld staat. ‘Wel even je schoenen uitdoen, dat is het enige.’

Het is het jaarlijkse Cavadee-festival, legt hij uit, het feest dat op talloze plekken wordt gevierd, niet alleen in Quatre Bornes. Het feest ter ere van Muruga, de tweede zoon van Shiva en Parvati. Over een paar uur brengen de gelovigen het beeld van de god Muruga, dat nu uitkijkt over zee, in processie terug naar de tempel.

Het belang van de zee

Ik maak een praatje met een van de vrouwen. Ze is hier met haar twee dochters en heeft net in zee gebaad. Een ritueel dat onderdeel uitmaakt van het festival, met talloze kleine gebruiken. Als ze de zee in gaan, dragen de vrouwen een citroen aan hun jurk. Die met zeewater doordrenkte citroen krijgt een genezende werking, die kan ze straks thuis aan mensen geven die ziek zijn. “De zee is zó belangrijk voor ons,” zegt ze. “De zee is als onze moeder. La mer est comme notre mêre.”

De zee. Ik groeide op aan zee.

Een geschenk

Terwijl ik even later tot aan mijn enkels in het water sta en van een afstandje naar het festival kijk, vraag ik me af hoeveel verschillen er eigenlijk zijn tussen de godsdiensten. Zijn de lessen van Shiva niet dezelfde die in élke religie zitten? Draait het niet altijd om geborgenheid, verwondering, troost? Vertrouwen dat het goed komt. Vertrouwen dat het goede overwint. Dat er iets buiten ons is, dat het goede met ons voorheeft. Het vertrouwen dat je beloond zult worden als je goed je best doet. Dat er mensen zullen zijn die je helpen.

De rest van de dag reis ik zuidwaarts langs de oostkust naar de luchthaven, langs de paradijselijke stranden, de palmen, het Mauritius dat je kent van de plaatjes uit brochures voor huwelijksreizen. Halverwege loop ik een strand op. Er ligt een schelpje in het natte zand. Een klein, wonderlijk mooi, geribbeld strandschelpje. Even speel ik met de gedachte het mee te nemen, maar dan hoor ik plotseling de stem van de priester weer, in de Shiva-tempel bij het Grand Bassin (‘Kun jij zoiets moois maken? Nee toch?’). Wat een geschenk. Dit eiland, hier mogen zijn, het leven.

Even houd ik het schelpje in mijn hand. Dan gooi ik het zachtjes in zee, als een offer.

*Dit artikel komt uit Happinez ‘Vertrouwen’.

Meer levenslessen lezen?

Dit zijn vijf levenslessen van legendarische vrouwen.

Volgend artikel
Inspirerend: op deze school bepaal je zelf hoe je leert (én geven ze diplomagarantie)
Inspirerend: op deze school bepaal je zelf hoe je leert (én geven ze diplomagarantie)