Terug naar overzicht

3 tips om je tuin een paradijs voor kleine beestjes te maken

Categorie
Tekst
Anne Wesseling
3 tips om je tuin een paradijs voor kleine beestjes te maken

Speciaal voor lome zomerdagen: drie knutsel klusjes die zó klaar zijn en waar je de kleine beestjes een enorm plezier mee doet. Extra leuk met kinderen – en het kan natuurlijk ook op je balkon.

1. Drinkbakje voor vlinders en wilde bijen

Want niet alleen de vogels hebben dorst! Zo’n drinkbakje ziet er leuk uit en je maakt het met dingen die je binnen handbereik hebt. Overigens: wilde bijen steken niet. Geen zorgen dus, wat dat betreft! Meer informatie over bijen en vlinders vind je op de site van de Vlinderstichting.

Zo doe je het:

Vul een schaal met knikkers. Water erbij. Klaar! (De knikkers voorkomen dat de bijen verdrinken).

Of:

Neem wat plastic flessendoppen en prik ze met ’n punaise omgekeerd vast aan een stok. Vul de drinkbakjes regelmatig bij, want het water verdampt snel bij een hittegolf.

2. Maak een bijenhotel

Er zijn meer dan 300 soorten wilde bijen in Nederland. Die wonen niet met z’n allen bij elkaar, zoals honingbijen, ze willen graag een eigen kamertje. In een bijenhotel, bijvoorbeeld.

Zo doe je het:

Neem een blok hout en boor er gaatjes in met verschillende diameters, tussen 0,3 en 0,8 mm in doorsnede en minimaal 10 cm diep (zorg dat de achterkant dicht blijft). Boor dwars door de jaarringen heen, in de zijkant van de boomstam als het ware. Zorg dat de randen glad zijn, splinters zijn niet fijn voor de vleugeltjes!

Maak tot slot een afdakje en hang het blok op een zonnige, luwe plek, liefst tegen ’n muur, in de buurt van bloeiende planten. Het hotel is geopend! (Wil je een groter hotel? Uitgebreidere instructies vind je hier.)

Een van de leukste gasten van bijenhotels is trouwens de behangersbij. Die knipt keurige rondjes uit de bladeren van planten, alsof er iemand met een perforator langs is geweest, om daarmee de binnenboel te behangen. Nadat ze een kamer in gebruik heeft genomen, metselt ze de deur dicht.

3. Maak een zweefvliegen-lagune

Zweefvliegen zien eruit als tengere bijtjes, maar ze zijn super wendbaar en kunnen als een helikopter stil in de lucht blijven hangen. Dat is op zich al fascinerend, en dan horen ze ook nog bij de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups én zijn er soorten (er zijn 363!) die bladluizen bestrijden. Rode loper uit dus voor de zweefvlieg! Maak bijvoorbeeld een zweefvlieg-lagune.

Zo doe je het:

Pak een waterdicht bakje (bijvoorbeeld een oude bloempot of een doorgeknipte plastic melkcontainer) en vul het met bladeren en/of gemaaid gras of ander tuinafval. Steek er een paar takjes en twijgjes in, zodat ze tegen de rand leunen.

Vul met water, roer eventueel nog even zodat het een mooi soepje wordt en dek af met een laagje dorre bladeren (dat zorgt dat muggen er niet meteen eieren in gaan leggen).

Zet het bakje in een schaal met bladafval en zet het geheel in een rustig hoekje in de tuin. Klaar!

Een prutje van boombladeren ruikt na een tijdje voor ons niet echt meer zo lekker, maar zweefvliegdames zijn er dol op, het is een ideale kraamkamer. Na een tijdje kun je de lagune nog leegstorten in een wit teiltje om op zoek te gaan naar de zweefvlieglarven. Dat is ook héél leerzaam (ze hebben een soort onderwaterslurf zodat ze kunnen ademen, je weet niet wat je ziet). Meer info vind je bij de Britse ‘Buzz Club’, waar kinderen meehelpen met het zweefvliegenonderzoek.

Meer lezen?

Meer Happinez?

Door anderen gelezen