Terug naar overzicht

Waarom tuinieren goed is voor de ziel

Categorie
Tekst
Dorien Vrieling
Waarom tuinieren goed is voor de ziel

Het bos in gaan heet tegenwoordig ‘een groene douche nemen’, of een ‘bosbad’. We zijn er aardig van doordrongen dat de natuur goed voor ons is. Minstens zo verkwikkend is het om zelf in het groen te werken, ontdekte psychiater Sue Stuart-Smith. Vroeger moest ze niks hebben van tuinieren, tegenwoordig ziet ze het als dé manier om mentaal gezond te blijven. 

‘Hoe we gelukkiger worden van zaaien, wieden en snoeien’, luidt de ondertitel van Sue’s boek Tuinieren voor de geest. Dat zegt genoeg: Sue is ervan overtuigd dat stevig in de tuin werken goed voor ons is. Terwijl ze lange tijd bepaald geen fan was van tuinieren. ‘Wat mij betrof was tuinieren een vorm van huishoudelijk werk in de openlucht, en onkruid wieden trok me al net zomin als scones bakken of gordijnen wassen.’

Maar het kan verkeren. Toen haar vader stierf, bood de natuur haar troost, en toen ze later moeder werd, staken haar kinderen haar aan met hun liefde voor the outdoors. De kleine Stuart-Smith’jes waren het liefst de hele dag buiten aan het rauzen. Het wakkerde haar interesse in planten aan, die ze vervolgens ging telen, en dat was het begin van een grote liefde voor de tuin. ‘Tuinieren werkt twee kanten op; het is zowel naar binnen als naar buiten gericht, en een tuin verzorgen kan uitgroeien tot een levenshouding.’

Nog vier redenen om je hark, schoffel of snoeischaar ter hand te nemen, volgens Sue:

1 Je weet weer even waar het om draait

Tuinieren brengt alles even terug tot z’n essentie. Je bent hier, buiten, je ademt en wiedt onkruid – en dat is ‘t. Even weg van nieuws, mails, de boodschappen die je nog moet doen. Of zoals Sue het zegt, werken in de tuin brengt ons ‘in contact met de realiteit van het ontstaan van het leven en de wijze waarop dat zichzelf in stand houdt.’ Dat heeft iets geruststellends.

2 Het geeft een goed gevoel

In de tuin werken is werken aan de toekomst. Door zaadjes te planten, ongerechtigheden weg te halen en de boel water te geven, draag je bij aan groei. ‘Door te zaaien planten we een verhaal over toekomstige mogelijkheden. Zaaien is een hoopvolle daad.’

3 Het doet iets met je ziel

‘Het drong tot me door dat het bij wieden, schoffelen en water geven er niet zozeer om gaat dat je snel klaar bent, maar juist om er al doende volledig bij betrokken te raken. Water geven is kalmerend en vreemd genoeg voel je je als je klaar bent al net zo opgefrist als de planten zelf.’ Het is zo simpel, maar bijna onmogelijk om níet rustiger te worden van tuinieren. Het heeft iets verslavends, ook al omdat het eindresultaat bijna altijd mooier is dan hoe het was (al moet je soms wat geduld hebben).

4 Kinderen leren er een hoop van

Er zijn kinderen die mateloos gefascineerd zijn door alles wat groeit en bloeit, en door de beestjes die daar tussendoor scharrelen. En er zijn kinderen die met hun ogen gaan rollen als je ze uitnodigt om een handje te helpen. Toch plant je, door dat laatste te doen, onbewust een zaadje bij ze. Werken in de tuin is voor kinderen een vorm van ‘sensomotorisch leren’, volgens de ontwikkelingspsychologie. Door te leren werken met je handen, raakt het werk ‘vervlochten met ons wezen’, het wordt een onderdeel van ons. Dat is heel fijn voor later, wanneer je volwassen zoon of dochter ook troost of hoop zal kunnen halen uit harken, snoeien en bewateren.

Meer lezen?

Meer Happinez?

Door anderen gelezen