Terug naar overzicht

Het kind van 9: tussen klein en groot

Categorie
Het kind van 9: tussen klein en groot

Je leest van alles over de fasen als ze klein zijn, en er zijn stapels boeken geschreven over adolescenten – maar de overgang van kind naar puber (het kind van negen) zit daar precies tussenin. En dat terwijl deze leeftijd een van de belangrijkste keerpunten in ons leven is.

“Bekijk het allemaal maar! Ik doe het toch nooit goed. Jullie geven mij altijd de schuld van alles.” Bam! Kamerdeur wordt dichtgegooid. Het is weer zover. En de aanleiding? Geen idee, deze buien ontvlammen om niets, bijvoorbeeld om het broertje dat een raar gezicht trekt. Het huis is te klein. Als de deur weer opengaat, ben ik op mijn hoede. Hij neemt een aanloop en… knuffelaanval! Wat is hier aan de hand? Pas als ik een boek opensla over kindercoaching kom ik erachter: er is niets met hem aan de hand, hij is gewoon negen.

De jeugd: 3 fases van 7 jaar

De 9-jarige leeftijd wordt in de antroposofie ook wel ‘de val uit het paradijs’ genoemd. Op deze leeftijd – van een jaar of acht tot tien – belanden kinderen vanuit het magische denken opeens in de realiteit van alledag, en die is niet altijd even fraai… In elk geval minder magisch.

Van zeven tot veertien jaar komt (volgens de atroposofie) het etherlichaam tot ontwikkeling. Dan zakt het bewustzijn naar het rompgebied, het hart. Er komt ruimte voor gevoelens en emoties en kinderen absorberen alles op gevoelsgebied. Dit is de fase van het voelen: wat is mijn plek in de groep, waar hoor ik bij.

Behoefte aan én angst voor alleen-zijn

In de 9-jaars periode wil een kind zelfstandig worden, maar ook weer niet. Krijgt het behoefte aan privacy, maar wil het ook graag samenzijn. Het gedrag op deze leeftijd wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd. Volgens Jeannette Stam, directeur, founder en hoofddocent van de opleidingen van Magie van kindercoaching, wordt de periode waar een 9-jarige doorheen gaat vaak verward met de pre-puberteit. “Het meest kenmerkende aan deze leeftijd is het tegenstrijdige ervan: aan de ene kant ontstaat de behoefte om alleen te zijn, maar er is ook angst om alleen te zijn – soms willen ze zelfs weer een lampje aan ’s nachts.”

Spanning tussen volwassen worden en kind zijn

Wat gebeurt er in een kinderlichaam en -hoofd in deze tijd? De periode is natuurlijk niet voor iedereen hetzelfde af te bakenen: maar tot ongeveer het achtste jaar is de wereld van een kind één groot geheel, en is alles met elkaar verbonden. Vanaf een jaar of acht worden kinderen zelfstandiger en onafhankelijker. Doordat ze kunnen lezen, wordt de wereld ineens veel groter, ook zijn ze steeds beter in staat onderscheid te maken tussen fantasie en werkelijkheid. Het is daarom een goede tijd om verantwoordelijkheden aan te leren.

Er worden groepjes gevormd op school, muzieksmaak en kleding worden belangrijk. Ze zijn zich overal van bewust – vooral van het oordeel van anderen. Het zelfbeeld vormt zich, pesten en eetstoornissen als anorexia beginnen vaak op deze leeftijd. En net op dat moment wordt het op school moeilijker: in groep 6 krijgen ze topografie mee naar huis om te leren, moeten ze voor de klas staan om spreekbeurten te houden en moeten ze een mening klaar hebben in debat-les.

Emoties mogen – binnen bepaalde grenzen

“Alle kinderen van zeven tot veertien jaar leven in een oerwoud van emoties,” zegt Jeannette. Er ontstaat spanning tussen volwassen worden en kind zijn, daardoor beginnen ze zich los te maken van hun ouders. Jeannette: “Ze zoeken hun veiligheid niet meer thuis, maar bij de groep, en lopen op hun tenen om daarbij te horen. Mede door de veranderde groepsdynamiek op school bouwt de spanning zich op. En als ze thuis zijn, reageren ze zich af op de eerste die ze zien. En vaak is dat de moeder.”

Hoe kun je je kind dan helpen in deze periode – zonder een deur in je gezicht geslagen te krijgen? Jeannette: “Probeer de emotie er te laten zijn en geef tegelijkertijd je grenzen aan. Boos zijn mag, schelden of je broertje slaan niet. Houd in je achter hoofd dat ze alles op jou uitproberen om te ontdekken hoe de buitenwereld erop zou kunnen reageren. Dus daar is voor jezelf misschien ook werk aan de winkel: hoe reageer je op een boos kind?”

Kinddeel

Kom je er niet meteen uit, benoem dan hoe je je voelt. Jeannette:”Zeg dan: Ik voel me moe, ik voel me boos. Dus niet ‘ik ben’, maar ‘ik voel me’, want het is een momentopname – en zeg dat je even tijd nodig hebt. Dan kom je er later rustig op terug, dat begrijpen ze prima en ze leren er veel van. Op deze manier reageer je vanuit heling, niet vanuit je bevroren kinddeel.”

Gelukkig leven we in een tijd waarin er gepraat mag worden over emoties. Als ze bij jou leren voelen, zichzelf mogen zijn en vooral zien dat jij je hart volgt, zullen zij dat ook doen. En daar krijgen we gelukkige kinderen van, en uiteindelijk gelukkige volwassenen.

Dit is een redactioneel aangepast fragment uit happi.kids ‘Zonnekracht’ (nr. 2 – 2019). Wil je meer lezen over het kind van negen? Je vindt het magazine nu in onze shop!

Op zoek naar een mooi cadeau?

Meer lezen?

(Tekst: Nicole Van Borkulo)

Meest populair