Waarom het zo belangrijk is om niet altijd in je hoofd te zitten
Terug naar overzicht

Waarom het zo belangrijk is om niet alleen in je hoofd te zitten – zo leer je je lijf weer te voelen

Categorie
Tekst
Dorien Vrieling
Waarom het zo belangrijk is om niet alleen in je hoofd te zitten – zo leer je je lijf weer te voelen

Als je intelligent bent, ben je waarschijnlijk gewend om dingen met je hoofd op te lossen. Maar daardoor verlies je het contact met je lijf. Zonde, want je hebt dat lichaam niet voor niets, en het kan je geest versterken. 

Mens sana in corpore sano, schreef de Romeinse dichter Juvenalis eeuwen geleden al. Een gezonde geest huist in een gezond lichaam. Dat zinnetje werd wereldberoemd, en dat is niet voor niets. Je hoofd kan niet zonder je lichaam, en vice versa. Denkkracht en wilskracht stelt een sporter in staat dóór te gaan, en het lichaam is in staat de gedachten tot bedaren te brengen.

Je zou dus eigenlijk wel gek zijn om jezelf die krachtige wisselwerking te ontzeggen. Toch is dat wat er soms gebeurt. Als je veel zorgen hebt, kun je geneigd zijn krampachtig te blijven denken, omdat je ervan overtuigd bent dat je brein de oplossing moet brengen. Met als resultaat dat je hoofd begint te tollen, of erger. Terwijl het ruimte zou scheppen in je gedachten om juist even op je lijf te focussen.

Hoe zorg je dat je niet vast blijft zitten in je gedachten, en de samenwerking tussen lijf en geest weer in ere herstelt?

Ga uit je hoofd, de natuur in

Voel de regen op je wangen, de wind in je haren, de grond onder je voeten. Zoek nieuwe plekken op, die je nog volledig kunt ontkennen: dan zet je je zintuigen op scherp. Wissel dus ook je dagelijkse routes naar werk, vrienden en familie zo veel mogelijk af: hoe meer verrassing, hoe beter.

Nooit meer iets van Happinez missen? Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief!

Raak aan en word aangeraakt

Aanraking is een eerste behoefte. Er zijn maar weinig dingen die je zo duidelijk laten voelen dat je een lichaam hebt – dat je ook een lichaam bént. En aanraking komt in veel vormen: het is knuffelen, het is seks, maar het is ook een simpele hand op je schouder. Merk je dat je daar soms van schrikt, dan weet je: ik zit teveel in mijn hoofd.

Focus op het nú

Denkers zijn geneigd enorm veel tijd door te brengen in het verleden en de toekomst, en daarbij het heden nogal te verwaarlozen. Maf eigenlijk, want dat gaat het snelst voorbij. Je brengt jezelf terug naar het moment door te bewegen -wandelen, fietsen, sporten, wat dan ook- maar ook door te letten op geuren en geluidjes. Ga eens stil zitten en richt je op wat je allemaal hoort. Dat is waarschijnlijk verrassend veel.

Heb je lichaam lief

Bij veel denken en weinig vóelen hoort soms ook: een hekel aan je lijf hebben. Op je gedachten kun je immers bouwen, maar dat lijf – wat moet je er eigenlijk mee? Een afkeer van je lichaam kan er toe leiden dat je méér in je hoofd gaat zitten en minder gaat bewegen. Probeer dat gevoel te overwinnen: richt je op wat je lijf allemaal kán, niet op wat het zou móeten kunnen of hoe je zou willen dat het eruitzag.

Stop de afleiding

Appen, je Instagramfeed doorscrollen, tv kijken, muziek: er zijn een heleboel (prettige!) manieren om stiltes dicht te plamuren en in je hoofd te blijven. Zoek je de stilte meer op, dan kom je vroeg of laat weer bij je lichaam uit. Je hoeft echt niet een uur per dag in kleermakerszit op de grond te zitten. Begin gewoon eens met vijf minuten even niets doen. Ruik, voel (hoe zit je? waar raakt je lichaam je stoel?), luister. Zo raak je weer vertrouwd met de stilte en met je lichaam.

Dit vind je vast ook leuk