Terug naar overzicht

Zo ontwikkelen de zintuigen van je kind zich van 0-7 jaar

Categorie
Zo ontwikkelen de zintuigen van je kind zich van 0-7 jaar

In de fase van 0-7 jaar richt een kind zich helemaal op het beheersen en waarnemen van zijn eigen lichaam.

Kleine kinderen bootsen instinctief na wat volwassenen doen. Als je in je handen klapt dan doet een kleuter dan ook, terwijl een groot kind dat pas zal doen als je het vraagt. En een klein kind zal een gat in de lucht springen als het iets moois ziet of huilend op de grond gaan liggen trappelen als het boos is. Die grote lichamelijke reacties horen helemaal bij deze fase (0-7 jaar). Kinderen kijken niet alleen naar wilde bloemen, maar plukken ze ook en ruiken eraan en onderzoeken ieder blaadje, soms proeven ze er zelfs van. Ze willen de bloem met al hun zintuigen ervaren. Dit zijn de bijbehorende zintuigen van deze fase: 

1. Tastzin – oervertrouwen

Al in de baarmoeder ontdekt een baby de tastzin. Hij stoot tegen de zachte baarmoederwand, hij voelt zijn eigen lijfje en houdt de navelstreng vast. Deze waarneming is heel subtiel in het warme vruchtwater. Zodra de baby geboren wordt, gaat de tastzin helemaal openIneens voelt hij warm en koud, een handdoek, kusjes, vastgehouden worden, de geur van zijn moeder, de smaak van melk. Het is een explosie van beleving. Het kind leert: ik heb een lichaam. Als een baby vastgehouden wordt, voelt het de stevige steun van de arm die het wiegt, het zakt niet weg in een bodemloze leegte. De baby vasthouden wekt een gevoel van existentiële veiligheid. Deze hele vroege beleving vormt de ervaringsgrond voor het latere existentiële vertrouwen. Freud noemde dit het oervertrouwen. Hoe je als baby ontvangen en benaderd wordt, zegt veel over hoe je als volwassene de wereld om je heen vertrouwt. 

Geborgenheid

Naast het wekken van dit oervertrouwen is de tastzin belangrijk voor innerlijke geborgenheid. Want de tastzin gebruikt een baby ook in de eerste ontmoetingen met anderen. Wie houdt mij vast? Is er liefdevolle aandacht voor mij? De baby probeert het wezen van iets of iemand af te tasten. Als je als ouder werkelijk met je ziel aanwezig bent bij je kind, ontwikkelt het een gevoel van innerlijke geborgenheid. In latere tijden van onzekerheid kan het terugvallen op zijn herinneringen aan deze geborgenheid. Dan is er de instinctieve zekerheid dat het weer grond zal vinden. Het gevoel in de wereld geborgen zijn, legt ook de basis voor het je geborgen weten in de liefde van anderen. 

Plant een zaadje voor diep vertrouwen in de wereld

Om de tastzin van je kind extra te stimuleren kun je het vasthouden en knuffelen. Vooral de blote huid strelen en zacht masseren en kriebelen. Bij heel jonge baby’s maak je ronde bewegingen en niet afstrijkende, omdat ze hun notie van waar ze beginnen en ophouden nog moeten ontwikkelen. Geef je kind speelgoed gemaakt van natuurlijke materialen. Een gladde bal gemaakt van het hout van een boom die licht en water heeft opgenomen, de wind heeft voelen waaien en door mensenhanden is gevormd, prikkelt de tastzin op heel veel lagen. Neem je baby mee naar buiten, wijs de zon aan en de sterren en de maan, laat het de bast van een boom voelen en luister naar de vogels en het water in de beek. Oudere kinderen laat je buiten spelen met zand, helpen met afwassen of broodjes bakken. Zo plant je een zaadje voor een diep vertrouwen in de wereld om hen heen.  

2. Levenszin – lekker in je vel

Het zintuig van de levenszin leert het kind de toestand van zijn eigen lichaam kennen. We zeggen: Lekker in je vel zitten. En dat is precies waar het hier om draait: het ontwikkelen van welbehagen in het eigen lichaam.

Harmonie

Ritme is heel belangrijk voor de levenszin. Geregelde maaltijden, op vaste tijden slapen, een harmonische sfeer in huis en het afwisselen van actieve en ontspannende activiteiten – het eerder genoemde in- en uitademen – dragen bij aan een basaal gevoel van tevredenheid. Op geestelijk vlak geeft deze harmonie je kind het vermogen om samenhangend te denken. Dat klinkt misschien nog ver weg als je een heel jong kind hebt, maar een lichaam dat zich lekker voelt en harmonie ervaart, heeft het vermogen om ook onuitgesproken signalen waar te nemen en samenhang te ontdekken in de gedachten en woorden van een ander. Dit is een hele empathische kwaliteit, waarvoor de basis via de levenszin al in de hele vroege jeugd gevormd wordt.  

3. Bewegingszin – vallen en opstaan

De bewegingszin gaat over fysiek bewegen, maar ook over emotioneel bewogen worden. Over klimmen en klauteren, springen en rennen, maar ook over schrikken als er ineens geschreeuwd wordt, je helemaal over kunnen geven aan de verwachting van de taart in de oven of je ontspannen in een warme omhelzing. Dit zintuig ontwikkelt zich tussen het eerste en derde levensjaar, de periode waarin je kind bewegingsvrijheid leert kennen en zijn lichaam ook echt gaat bewonen. Hoe groter het oervertrouwen in het eerste jaar, hoe vrijer je kind nu de wereld gaat onderzoeken. Met vallen en opstaan. Mogen vallen is nodig om weerstand te verduren en vervolgens weer op te staan. Frustratie helpt om wilskracht te ontwikkelen en door te zetten. Ook het gevoel van kracht is hiermee verbonden. Een kind dat vrij mag bewegen en de vrijheid heeft om te vallen en op te staan zal zijn bewegingszin als vanzelf ontwikkelen.   

4. Evenwichtszin – je staande houden

Dit is het zintuig dat je gebruikt om te voelen of je letterlijk in evenwicht bent: dat je op twee voeten staat en niet omvalt. Maar het gaat ook over emotioneel in evenwicht zijn. Met een gezonde evenwichtszin kun je je staande houden in je eigen innerlijke wereld én in de buitenwereld. Zelfs als je uit het veld geslagen bent, kun je snel weer in balans komen.

Innerlijk uit evenwicht zijn uit zich in innerlijke onrust, niet stil kunnen zitten, overal om huilen of juist schreeuwen of te hard lachen. Als je in je latere leven moeite hebt met innerlijk evenwicht, kun je proberen om dit eens terug te voeren op de ontwikkeling van je evenwichtszin in je vroege jeugd. Om kinderen te helpen bij de ontwikkeling van hun evenwichtszin klimmen ze het liefst in bomen en gaan ze steltlopen, hinkelen, balanceren. Voor volwassenen helpt yoga bij het hervinden van je evenwicht, zowel geestelijk als lichamelijk.  

Tekst: Sarah Domogala 

Voor dit artikel is geput uit de wijsheid en het schrijven van Rudolf Steiner, Loïs Eigenraam, Michaela Glückler, Monique Wortelboer en Dr. Albert Soesman.

Meer weten?

In Happi.kids 3-2020 lees je verder over dit onderwerp. Bestel dit nummer nu in onze webshop.

 Meer Happinez?

Door anderen gelezen