Terug naar overzicht

Waarom een ommetje zo fijn is (nu helemaal!)

Categorie
Tekst
Anne Wesseling
Waarom een ommetje zo fijn is (nu helemaal!)

In Italië noemen ze het de passagiata, het ommetje vlak voor of na het eten. Je wandelt door je wijk, je maakt een praatje met bekenden. Je haalt een frisse neus. In Nederland is het ommetje nu ook ineens populair.

Geen wonder. Als je zoveel mogelijk thuis bent, wat is het dan heerlijk om aan het eind van de dag even een blokje om te gaan! Simpeler kan niet, een route is niet nodig: je loopt je voordeur uit, je loopt je neus achterna en na een tijdje kom je weer thuis. Intussen zie je dingen waar je jaren aan voorbij ging. Voortuinen, beren in de vensterbank, een steegje dat je nog niet kende, de schepen op het kanaal.

Goed voor je brein

Dat wandelen goed is voor je lijf wisten we wel. Maar het is ook geweldig goed voor je hersenen, aldus de Ierse neurowetenschapper Shane O’Mara in zijn boek ‘Te voet’.

‘Lopen is holistisch,’ schrijft hij, ‘elk aspect ervan draagt bij aan elk aspect van je wezen.’

Wandelen is goed voor je gezondheid: wandelen helpt organen beschermen en repareren die onderhevig zijn aan stress of zwaar belast worden. Het is ook goed voor je ingewanden, omdat het de doorvoer van voedsel door de darmen stimuleert.

Het is goed voor je denkvermogen: als je bijvoorbeeld na het studeren een poosje gaat wandelen, kan dat er echt voor zorgen dat je de stof beter en gemakkelijker onthoudt.

En ga zo maar door. Wandelen is goed voor je conditie, voor je creativiteit, voor hoe je in de wereld staat. ‘Door te lopen ervaren we de wereld in al haar gedaanten met al onze zintuigen – de vormen, geluiden, het gevoel – en gebruiken we het brein op allerlei manieren.’

De wereld over

Dat wandelen op veel manieren goed voor ons is, is eigenlijk niet zo verwonderlijk. Want wandelen is wat we dóen, als mensen. We zijn er op gebouwd. We zijn, in de loop van de geschiedenis, de hele planeet overgelopen, in kleine groepjes. Dat lijkt bizar, maar eigenlijk valt het wel mee. Als je vijf kilometer per dag loopt (dat is ook met een gezin goed te doen) kun je, met af en toe een rustdag, 1500 kilometer per jaar reizen. In een paar jaar leg je op die manier duizenden kilometers af. De langste afstand op aarde over land gaat van de westkust van Liberia naar de oostkust van China, ruim 13 duizend kilometer, zo’n negen jaar op je gemak wandelen. Als je een beetje doorloopt en 20 kilometer per dag aflegt, is het maar ruim twee jaar lopen.

Je neus achterna

Maar goed, hoe graag we ook de hele wereld over zouden willen wandelen, dat zit er dus even niet in. Misschien gaan we dit jaar in Nederland op vakantie, dat zou al tof zijn. Het doel van reizen is per slot van rekening, vrij naar C.K. Chesterton, niet om naar verre bestemmingen te reizen, maar ‘om voet te zetten op je eigen bodem alsof het een verre bestemming is’.

Het begint met een ommetje. Lekker wandelen, wat Shane O’Mara zegt. Veel en vaak, elke dag. Gebruik een smartwatch of installeer een stappenteller-app op je telefoon, zodat je registreert hoeveel je wandelt. Streef dan naar tienduizend stappen per dag (liefst vijftienduizend, maar in corona-tijden is tienduizend ook al heel wat). Elke dag even naar buiten, de zon in, lekker bewegen. Of ’s avonds, als het nóg stiller is, een ommetje door de wijk, een rondje door de stad. Om de dagelijkse beslommeringen achter je te laten, om je gedachten helder te krijgen, voor je humeur, voor je welzijn én voor je afweer. En ook omdat het is wat we nu eenmaal doen, als mensen.

Er is niets leuker dan dat. De voordeur achter je dichttrekken en gewoon gaan lopen. Je neus achterna.

Meer lezen?

Tip: wil je een boek bestellen? Doe dat dan via je lokale boekhandel – je hebt het boek net zo snel in huis én je steunt lokale ondernemers.

Meer Happinez?

Door anderen gelezen