Opruimtips voor mensen die van rommel houden

Opruimtips voor mensen die van rommel houden Opruimtips voor mensen die van rommel houden Opruimtips voor mensen die van rommel houden

Hoe ruim je op, als je rommel eigenlijk leuk en gezellig vindt? Deze strategieën kunnen helpen (en ze zijn niet wat je verwacht). Lekker met de borden gooien, breng het naar de magische inloopkast, of ruim op zonder dat iemand wat merkt (zelfs jij niet).

De vraag van de dag: hoe ruim je op, als je rommel eigenlijk leuk en gezellig vindt? Dat je af en toe eens door je huis moet gaan om spullen op te ruimen, snap ik, maar de argumenten van ‘traditionele’ organizers, werken bij mij alleen maar averechts.

Het begint er al mee dat ik spullen alleen maar mooier ga vinden als ze oud en stuk zijn. Borden met scherven eraf, een paraplu die niet meer openklapt, oude schoenen, het sparkt bij mij eigenlijk meer joy dan alles wat nieuw en glanzend uit de verpakking komt.

Bovendien: terwijl ik rommel gezellig vind (ook bij anderen), is een opgeruimd huis niet iets waar ik noodzakelijkerwijs meteen gelukkig van word. Eerder vind ik het licht verontrustend, het voelt gewoon niet meer vertrouwd. Nog los van de praktische nadelen: in een opgeruimd huis zíe je ook ineens alles. Stof en zo. Voor je het weet ga je vaker schoonmaken, en dat kost allemaal een hoop tijd.

Regelmaat

Het werkt allemaal al niet bijster motiverend, maar wat nog de grootste barrière opwerpt, is die eeuwige slogan van ’een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd’. Een opgeruimd hoofd, dát is pas een afschrikwekkend vooruitzicht. Waarom zou ik dat in vredesnaam willen? Zodat mijn gedachten hol gaan klinken? Net als dat opgeruimde huis?

Kortom, het is voor alles en iedereen beter als het hier een bende blijft, maar er is maar één probleem: als je niet met regelmaat dingen wegdoet, slibt het huis na een tijdje dicht, dat snap ik ook wel. Hoe ga je te werkt, als traditionele argumenten averechts werken? Nou, er zijn ook argumenten die wél werken, heb ik gemerkt. Hier zijn elf opruim- en vooral weggooi-strategieën voor mensen die stiekem van chaos houden. Zodat de chaos de chaos blijft, maar wel onder controle.

1 ‘Je doet iets liefs voor de aarde!’

Voor elke spijkerbroek die je wegdoet, hoeft iemand anders geen nieuwe te kopen. Dat scheelt 7000 liter water en een hoop bestrijdingsmiddelen, nog even los van CO2 (transport) en gif (onder meer voor bestrijdingsmiddelen en kleuring). Als we allemaal tweedehands kleding gaan kopen, moet die kleding er wel zíjn. Daarom: breng kleding die je niet vaak meer draagt zo snel mogelijk weer in roulatie. Marktplaats, kringloop, maakt niet uit.

2 ‘Je geeft een onbekende een cadeautje!’

Zelf word je ook blij als je iets leuks vindt bij de kringloop. Datzelfde plezier krijgt iemand anders van jouw spullen. Het is leuk om gul te zijn, en hoe meer dingen je weggeeft, hoe beter je je voelt. (Vooral als je er zelf niet echt aan gehecht bent.)

3 ‘Er komt altijd iets leukers voor terug’

Zelf zie ik de kringloop om de hoek als een magische inloopkast. Je brengt iets, en het verandert op magische wijze in iets leukers. Dus: ik breng er een kastje, en als ik een week later terugkom, is dat kastje veranderd in een prachtige rotan tijdschriftenbak. Hoe? Een raadsel, maar ik ben er blij mee. Je brengt een stapel tegels en een paar dagen later staat er ineens een handige zonnebloemenvaas. Dat moest zo zijn! Ik ga er nu de oude gietijzeren potkachel brengen, in de hoop dat die verandert in een servieskast. Maar dat kan iets nog leukers worden, je weet het niet. Magic!

4 ‘Je kunt het niet maken om het níet weg te doen’

Bij de Terre Des Hommes-winkel leerde ik dat textiel per kilo óók geld oplevert waarmee ze linea recta belangrijke dingen kunnen doen. Dus, als je het even keihard wilt samenvatten, ergens in Cambodja kan een moeder haar kind niet inenten omdat ik zo nodig nog een keer (ooit) een sokkenpop wil maken. Ik kan nostalgisch doen over een enkel kindersokje dat tevoorschijn komt uit een oude slaapzak, maar het gaat daarna nu wel in de tas om weg te brengen.

5 ‘Het mág’

Als je stiekem neigt naar een afval-vrij leven, is het echt naar om dingen weg te gooien. Hoe kapot ze ook zijn, en al moeten ze volgens alle milieuwijzers echt gewoon bij het restafval. Het voelt als verspilling. Oplossing: reserveer er een moment voor, bijvoorbeeld op donderdag tussen vier en vijf, of bij het ingaan van een nieuwe levensfase, nieuwe liefde, verhuizing, wat dan ook. Een uur, een dag, een week of een maand waarin je straffeloos alle spullen die in welk opzicht ook over de datum zijn, mag terugsturen het universum in, zonder dat je een boete krijgt in de vorm van duurzame karmapunten-aftrek.

6 ‘Maak een statement’

‘Wil je misschien even met de borden smijten?’ vroeg ik een keer toen m’n dochter kwaad uit school kwam vanwege een stom proefwerk. Ze was zo verbaasd, de helft van de kwaadheid was meteen al weg. Lekker even kapot servies of ouwe vazen stuk gooien, dat is heel raar, maar op een bepaalde manier ook echt héérlijk! Dus: oud servies op een speciale stapel in het keukenkastje, voor momenten dat je zin hebt om je af te reageren. (Tip: je kunt ze ook gewoon met een groots gebaar bij het afvaldepot in de ‘schoon puin’-container werpen. Hoef je de scherven niet op te ruimen. Nóg feestelijker.)

7 ‘Haal er een stuk tijd af’

Ja, ik weet het. Ik kan ook geen tube tandpasta weggooien dan nadat ik ‘m heb opengeknipt en ook het aller, aller, allerlaatste restje pasta eruit heb geschraapt. Want duurzaam. Want zuinig. Maar er zijn dingen die je níet zo regelmatig gebruikt. Dus hierbij: ja, dat laatste restje hard geworden mayonaise mág je offeren aan de goden van de afvalbak, vóórdat het begint te beschimmelen (hoe interessant schimmel ook is, als je het door een vergrootglas bekijkt!). Je kúnt alle kleding dragen tot ze op de draad versleten zijn en er daarna nog een poetslap van maken, maar ondergoed mág ook al in de textielbak als de eerste gaten erin vallen (in dat kader: zie tip 4).

8 ‘Delegeer!’

Kinderen zijn verbazingwekkend goed in dingen wegdoen. Zeker als ze er na afloop wat beters voor terugkrijgen. Een dochter van zeventien kan bijvoorbeeld héél goed al haar kleding Kondoën, als ze daarna één nieuw stuk basisgarderobe krijgt wat ze echt heel graag wil. Sowieso is het voor kinderen leuk om ergens beter in te zijn dan jij.

‘Wil je ècht later niet nog ‘s Dokter Bibber spelen?’ vroeg ik laatst.

’Mámma! Dat vond ik niet eens léuk!’

Tja. Wie ben ik dan om het vast te houden? Set it free, set it free…

9 ‘Vertrouw op je creativiteit’

Het lastige met dingen wegdoen, is dat je vaak ter plekke dingen verzint waarvoor ze nuttig zouden kunnen zijn. Een kapotte hoepel kan nog heel handig zijn om in een boom te hangen met bloempotten eraan, om maar ’s wat te noemen. Maar zo kun je beter niet denken (want dan doe je nooit wat weg), het is handiger om de gedachte om te draaien: Als je ’n keer bloempotten in de boom wilt hangen, moet het dan per se met deze kapotte hoepel? Want hey, als je de hoepel wegdoet, dwing je jezelf om andere oplossingen te verzinnen en die zijn vast nóg creatiever.

10 ‘De natuurlijke loop der dingen’

In de natuur komt er ook af en toe een storm of een brand of een overstroming die alles verwoest. Wees de godin Kali, die onder haar dansende voeten demonen vernietigt. Gooi gewoon de helft weg. Zonder te kijken, zonder wroeging, zonder scrupules en vooral zonder na te denken. Dit doe je natuurlijk niet met emotionele aandenkens, maar het is wel een handige strategie bij een overstromende lappenmand of een knutsellade vol resten papier.

11 ‘Doe het zonder dat iemand het merkt (vooral jij niet)’

Dit is mijn favoriete manier van opruimen en spullen wegdoen: op zo’n manier dat niemand het in de gaten heeft, vooral ik zelf niet. Hoe pak je dat aan? Begin bijvoorbeeld achterin de keukenkastjes. Of pak de onderste tien centimeter van een stapel paperassen en zoek dat uit (gaat veel sneller dan de bovenste tien centimeter). Grappig effect heeft dat, na een tijdje: het ziet er niet echt opgeruimder uit, maar achter de schermen heb je alles onder controle. Heerlijk.

Zo. Ik kan nog wel een tijdje doorgaan, maar nu ga ik eerst even de overtollige tuinspullen naar de kringloop brengen. Have fun!

Meer Happinez?

Over auteur
Huisfilosoof Anne Wesseling duikt elke twee weken haar boekenkast in en kijkt hoe de denkbeelden van grote meesters nog in te passen zijn in deze tijd.
Volgend artikel
Wat kun je zelf doen om vluchtelingen te steunen? Een overzicht
Wat kun je zelf doen om vluchtelingen te steunen? Een overzicht