Terug naar overzicht

Zo schrijf je een condoleancebrief

Categorie
Tekst
Anne Wesseling
Zo schrijf je een condoleancebrief

Als iemand is overleden, wil je de nabestaanden een lief briefje sturen om ze te condoleren. Dit is hoe je dat doet.

Het is zo vanzelfsprekend en het lijkt eenvoudig: als iemand is overleden je medeleven betuigen aan de nabestaanden. Een lief briefje schrijven, gewoon met pen op papier, om te zeggen hoe erg je het vindt, dat je hun geliefde óók mist, dat je aan ze denkt.

Toch komt het er vaak niet van. Het is lastig om woorden te vinden. Wat moet je zeggen, als er iemand is overleden? Je wilt het graag goed doen, je stelt het uit en voor je het weet is het te laat en denk je ‘het heeft nu toch geen zin meer’. Dat is jammer, want een handgeschreven condoleancebrief biedt troost. En er zijn handvatten om het schrijven net wat gemakkelijker te maken.

Medeleven, genegenheid en ‘ik denk aan je!’

Een condoleancebrief schrijf je om drie redenen, schrijft Laura Brown in ‘How to write anything’: je medeleven betuigen aan de nabestaande, je genegenheid uit drukken voor de overledene en de nabestaande laten weten dat je aan hem of haar denkt en klaar staat om te helpen, als dat nodig is. Zo’n brief hoeft dan ook niet heel lang te zijn, drie alinea’s is voldoende.

Zo schrijf je een condoleancebrief

In de eerste alinea schrijf je dat je meeleeft met de nabestaande. Eenvoudig is ‘Gecondoleerd met het verlies van…’ Of persoonlijker: ‘Ik hoorde dat je moeder is overleden, wat ongelofelijk verdrietig!’.

In de tweede alinea schrijf je iets over de overledene. Bijvoorbeeld wat hij of zij voor je heeft betekend. Je kunt dan beginnen met ‘Ik herinner me nog zo goed, hoe…’ Kende je de overledene niet persoonlijk, dan hou je het iets algemener (‘Jullie hadden zo’n bijzondere band, dat merkte ik altijd als…’).

In de derde alinea laat je de nabestaande weten dat je aan hem of haar denkt en wens je sterkte. Bied eventueel aan om te helpen als dat nodig is. (’ Laat het me weten als ik iets voor je kan doen!’).

Tips

  • Schrijf je condoleancebrief met de hand. Dat is persoonlijker dan een email of een appje.
  • Doe het zo snel mogelijk.
  • Een ‘officiële’ condoleance kaart kan, maar hoeft niet. Elke mooie kaart is prima.
  • Geef geen advies en probeer niet te troosten. Dit is ook niet het moment om te zeggen dat ‘het zo maar beter is’.
  • Schrijf eventueel eerst een proefversie en laat die even liggen, zodat je de volgende ochtend kunt kijken of het er staat zoals je wilt.

Bedenk: het hoeft echt niet perfect. Dat je de moeite neemt om een persoonlijk briefje te schrijven, is wat telt.

Overigens: bied alleen hulp aan als je die ook echt kunt geven. En bedenk ook dat mensen die heel verdrietig zijn, vaak geen hulp kúnnen vragen. Die willen dat mensen naar hén toe komen. Je kunt in je brief ook aanbieden contact op te nemen (‘Ik bel je over een paar weken om te vragen hoe het gaat’). ’Rouw is een lang proces,’ schrijft Laura Brown, ‘en het is goed om te weten dat mensen er nog voor je zijn na de eerste ronde condoleancekaarten.’

Erkenning van het verlies

Los van het briefje: een tijdje na het overlijden gewoon even bellen om te vragen hoe het nu gaat, is ook fijn. Mensen in de omgeving van iemand die achterblijft, neigen er vaak toe om het er maar niet over te hebben, ’want dan wordt ze verdrietig’. Maar dat verdriet is er tóch wel, en als niemand het erover heeft, kun je je als achterblijver extra eenzaam voelen. Het erover mogen hebben is een erkenning van het verlies, en als je praat over iemand die er niet meer is, is diegene er toch een beetje bij. En dat geeft troost.

Meer lezen?

Meer Happinez?

Door anderen gelezen