Terug naar overzicht

Compassie voor jezelf en anderen volgens Twittermonnik Haemin Sunim

Categorie
Tekst
Anne Wesseling
Compassie voor jezelf en anderen volgens Twittermonnik Haemin Sunim

Compassie voor anderen én jezelf. Een actueel en tegelijk tijdloos onderwerp. De Zuid-Koreaanse monnik Haemin Sunim schrijft erover in zijn boek ‘Houden van dingen die niet perfect zijn’. ‘Als je wéét dat je niet perfect bent en dat ook niet van anderen verwacht, ontmoet je elkaar op een liefdevolle plek.’

Haemin Sunim is een van de bekendste Zenmonniken van nu. Op het moment van ons gesprek ligt in de stationskiosk zijn nieuwe boek, ‘Houden van dingen die niet perfect zijn’ bij de top tien, net als zijn vorige boek ‘Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt’.

In het eerste boek was de boodschap: probeer te ontdekken wie je al bént, in plaats van steeds naar jezelf te zoeken. Nu is de boodschap: je bent het al waard om geliefd te worden. Je hóeft niet te streven naar perfectie.

“We leggen de lat tegenwoordig zó hoog, op allerlei gebieden,” zegt Haemin Sunim. “Zelfs als het best goed gaat, en als iedereen denkt dat je het prima doet, dan nog put je jezelf uit omdat je zelf niet vindt dat het goed genoeg is. Dat is jammer, want daardoor geniet je ook niet van je succes.”

Hoe kwam dat thema van perfectionisme op je pad?

“Een verhaal dat ik vaak vertel, is dat van mijn eerste leraar, die ik had toen ik net was toegetreden tot het klooster. Hij was verre van perfect. Hij maakte grapjes en was driftig: hij werd regelmatig onredelijk boos. Totaal niet wat ik me had voorgesteld van een leraar. Intussen had een vriend van me een leraar die vaak mediteerde en veel serieuzer was. Dat leek me een perfecte leraar, zo een zou ik zelf ook wel willen hebben. Maar het wonderlijke was: toen ik die vriend tien jaar later weer tegenkwam en vroeg hoe het met zijn leraar ging, bleek dat ze helemaal geen contact meer hadden. ‘Die leraar was zó perfect, en die perfectie verwachtte hij van iedereen, het was verstikkend!’ zei mijn vriend. Toen realiseerde ik me pas hoe waardevol het was dat mijn leraar zijn imperfecties en slechte eigenschappen omarmde. Hij nam zichzelf niet zo serieus, en was daardoor ook milder tegenover anderen. Dat maakte het voor ons makkelijker om ons spirituele pad te volgen. Onze tempel zat altijd vol!”

Jouw spirituele pad is best bijzonder voor een boeddhistische monnik.

“Toen ik net was toegetreden tot het klooster, merkte ik al dat er veel mensen naar de tempel kwamen die niet alleen wilden bidden, maar vooral wilden praten. Mensen die met problemen zaten en hun verhaal kwijt wilden. Ik was pas een jaar of twintig, ik had nog niet zoveel wijsheid vergaard dat ik mensen advies kon geven, maar ik werd wel heel goed in luisteren en compassie tonen. En na een tijdje ontdekte ik dat mensen vaak helemaal geen oplossing nodig hadden voor hun problemen. Ze hadden vooral behoefte aan een luisterend oor. Toen begreep ik: luisteren is óók spiritualiteit beoefenen.

De meeste monniken streven eerst naar wijsheid en beoefenen daarna compassie, maar die eindigen soms in hun eentje mediterend op een kussen, ergens in een klooster. Dat was niets voor mij. Dus ik volg het omgekeerde pad: van compassie naar wijsheid en verlichting.

Na mijn eerste boek had ik talloze ontmoetingen over de hele wereld en toen ik goed luisterde, viel het me op dat veel mensen het zichzelf ongelofelijk moeilijk maken. Ze zijn kritisch op zichzelf, ze accepteren niet wie ze zijn, het moet altijd maar beter. Heel interessant. Waar komt dat gevoel vandaan, dat het nooit goed genoeg is wat je doet? Dus dat ben ik gaan onderzoeken in dit boek.”

Veel mensen geven sociale media de schuld van die druk om te presteren.

“Dat speelt zeker een rol. Het probleem is dat we op sociale media vrijwel alleen succesvolle en leuke momenten laten zien. Zelf doe ik dat trouwens ook. Een paar jaar terug was ik voor een lezing in Vancouver, en omdat er tijd over was, gingen we een wandeling maken naar een prachtig uitkijkpunt. Wat ze er níet bij vertelden, was dat het vier uur lopen was, bergop, en dat het onderweg stikte van de steekvliegen. Na een kwartier was ik al uitgeput, ik had honger, en ik liep continu om me heen te slaan om die vliegen weg te houden. Het was een verschrikking! Maar wat denk je? Eenmaal boven werd er een foto gemaakt, en daar stond ik: breed lachend met mijn duimen omhoog. ‘Wat een prachtige tocht!’ hoorde ik later van mensen die die foto hadden gezien op Facebook. Dan probeerde ik uit te leggen dat ik onderweg juist diep ongelukkig was geweest, maar dat vrolijke beeld kon ik niet meer rechtzetten.”

Mensen delen alleen hun successen op Facebook.

“Daardoor zie je van anderen de vakanties, het perfect opgeruimde huis – alles even fantastisch en mooi, je denkt dan al snel dat je eigen leven niet leuk en spannend genoeg is. Dan is het goed om je te realiseren dat die foto’s die mensen posten, niet het hele verhaal vertellen. Er is ook een achterkant, maar die krijg je niet te zien. Daardoor lijkt het alsof het leven andere mensen veel gemakkelijker afgaat, maar dat is niet zo.”

Maar dat ligt toch niet alleen aan sociale media?

“De oorsprong van onze gevoelens van ontoereikendheid ligt vaak in onze kindertijd. Het gevoel dat je niet goed genoeg bent, is vaak afkomstig van mensen om ons heen. Je krijgt kritiek van je ouders, je broers en zussen, of een leraar. Als je jong bent, gelóóf je die kritiek. Je krijgt het gevoel dat je hard moet werken om te zorgen dat mensen van je houden. Je denkt dat je pas gelukkig zal worden als je dit of dat bereikt. Mijn boodschap in dit boek is: je bent het al waard om van te houden. Je denkt misschien nog steeds dat je er van alles voor moet doen om geliefd te worden, maar dat klopt niet. Je bént al lovable. Diep van binnen zijn we allemaal verbonden door liefde. Het zit in onze natuur om liefdevol te zijn, tegenover anderen maar ook tegenover onszelf.”

Hoe komt het dan toch dat we die liefdevolle houding kwijtraken?

“Dat gebeurt vanzelf. Kijk naar kleine kinderen, die kunnen altijd samen spelen, ze staan open voor elkaar. Naarmate we ouder worden, vormen we een identiteit. Dat geeft houvast, maar het maakt ons ook harder. Naarmate je ‘ik’ vastomlijnder wordt, komt er ook een onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’. Ik kom uit Zuid-Korea, dus voel ik me vanzelf anders dan iemand uit Noord-Korea. Als ik Aziatisch ben, ben ik anders dan iemand die Kaukasisch is. Als ik uit de arbeidersklasse kom, ben ik anders dan iemand die uit een rijke familie komt. We identificeren ons met groepen en met ideologiën en dat leidt uiteindelijk tot onbegrip en conflict.

Maar er komt een punt in je leven dat je in gaat zien dat je identiteit iets is wat je zelf gemaakt hebt. Je hoeft er niet per se aan vast te houden. Je identiteit, het idee over wie je bent, is niet in steen gehouwen, maar plooibaar, veranderlijk, flexibel. Er is ruimte in je hart om te accepteren dat dingen anders kunnen zijn dan je denkt.”

En dat dat ook voor anderen geldt…

“Ja, mensen zijn altijd complexer dan je denkt. Je deelt zoveel met anderen! Als je altijd maar één kant van de ander ziet, vergeet je dat. Terwijl uiteindelijk, als je persoonlijk contact hebt, als je gewoon gaat zitten en koffie drinkt met elkaar, je merkt dat er geen verschil tussen jullie is. Overigens is dat ook de gedachte achter de School of Broken Hearts, die ik een paar jaar geleden heb opgericht in Seoul. Mensen die ontslagen zijn, een vervelende scheiding achter de rug hebben, ernstig ziek zijn of een geliefde hebben verloren, vinden elkaar daar. En ze verwerken het sámen. Door te dansen, door te schrijven, verhalen te vertellen. Wat hen vooral helpt, is dat je bij de School of Broken Hearts geen masker op hoeft te zetten. Je kunt jezelf zijn. Het is een veilige omgeving, waar je elkaar ondersteunt.”

Compassie voelen voor anderen lijkt soms makkelijker dan voor jezelf. Zeker als je in een periode zit waarin alles negatief lijkt. Hoe kun je dan met compassie kijken naar je eigen, minder leuke emoties?

“Echte depressies, daarvoor moet je onmiddellijk hulp zoeken, laat dat duidelijk zijn. Maar heb je last van milde neerslachtige buien, waar ik het in mijn boek over heb, dan kan het helpen om te weten dat die weer voorbij gaan. Ik had een week geleden een heel rood oog en daar zat ik ontzettend mee, want ik had nog nooit zoiets gehad. Tot een vriend me vertelde dat het waarschijnlijk gewoon een ontsteking was vanwege een virus en dat het binnen een week over zou zijn. Toen ik dat wist, kon ik me ontspannen. En hij had gelijk, het wás na een paar dagen over.

Met emoties kan het ook helpen om te weten dat ze tijdelijk zijn. Emoties, ook heftige emoties en nare gevoelens, gaan weer voorbij. Als je dat weet, helpt dat om er niet door meegesleurd te worden en er met iets meer afstand naar te kijken. Met compassie. En misschien, uiteindelijk, zelfs met een milde humor en lichtheid.”

Hoe kun je met compassie naar anderen leren kijken?

“Ik geef wel eens het voorbeeld van mijn vader. Toen hij ziek was, wilde hij per se niet naar het ziekenhuis. Hij vond zichzelf niet belangrijk genoeg. Ik had daar moeite mee, werd ook echt kwaad op hem, omdat hij zo koppig was. Maar daarna ging ik dieper kijken: waar kwam het door dat hij zich zo opstelde? Hoe kwam hij zo kritisch tegenover zichzelf? Ik weet dat mijn grootouders niet gelukkig waren, en mijn vader als kind niet de aandacht kreeg die hij nodig had. Hij werd vlak na de Koreaanse Oorlog geboren en groeide op in de jaren vijftig en zestig. De oorlog zit nog steeds in alle vezels van zijn lichaam. Uiteindelijk realiseerde ik me dat hij eigenlijk altijd in de overlevingsmodus heeft gestaan en nog steeds het idee heeft dat het leven nooit om hem draait, maar altijd om anderen. Toen ik dat inzag, en hem beter begreep, werd mijn hart werd zachter. En konden we ook beter praten.”

Eigenlijk gaan in compassie hoofd en hart samen. Maar wat doe je als iemand je echt diep gekwetst heeft? Als je merkt dat je vooral woede en haat voelt, en dat het niet helpt om jezelf voor te houden dat zij het ook niet altijd gemakkelijk hebben gehad?

“Soms is woede en haat nodig om de afstand en bescherming te geven die je nodig hebt om te helen. (Hij houdt een vinger omhoog.) Kijk, ik had me laatst flink gesneden. Ik had er een pleister opgedaan, maar die haalde ik te vroeg weer los, zodat het weer ging bloeden. Het had gewoon meer tijd nodig om te helen. En dat is precies wat woede en haat doen. Woede is een beschermingsmechanisme, het geeft je de tijd om wonden te laten helen. Als je te vroeg wilt vergeven, is het of je elke keer het korstje wegkrabt, waardoor de wond openblijft.

Met je hoofd geef je je hart toestemming om te helen. Maar soms luistert je hart niet. En dat mag. Dan heeft dat gewoon tijd nodig. Als je die woede en haat te vroeg los laat, of als je vindt dat je die niet mag voelen, dan blijft dat verdriet zitten en wordt het steeds erger. Je moet anderen niet te snel vergeven, je moet eerst jezelf helen. Voel waar het zit, die woede of dat verdriet: klopt je hart snel, zitten je schouders vast? Laat het er zijn, duw het niet weg. Dan ga je zien wat eronder zit.”

En wat zít er onder?

“Eronder zit vrijwel altijd liefde voor dit leven. Verdriet om liefde die je niet kreeg. Pas als dat geheeld is, kun je, bijvoorbeeld, je vader zien hoe hij nu is: een oude man die fouten heeft gemaakt in zijn leven. Je kunt pas vergeven als je eraan toe bent.”

Wat brengt het ons, als we op die manier compassie beoefenen?

“Uiteindelijk vergeef je een ander om jezelf te bevrijden van het verleden. Je brengt jezelf naar het heden. Als we onze eigen imperfecties accepteren, en onze donkere kant, krijgen we ook een dieper begrip van de mens. Je neemt jezelf minder serieus. Als je vanuit die houding anderen tegemoet treedt, heb je ook meer oprechte vriendschappen en relaties. Je hoeft niet bang te zijn om kwetsbaar te zijn. Als je wéét dat je niet perfect bent, en dat ook niet van anderen verwacht, ontmoet je elkaar op een liefdevolle plek. Juist door zacht te zijn voor jezelf, kun je mild worden tegenover anderen. Je hoeft niet perfect te zijn. Je hoeft de lat niet zo hoog te leggen. We doen allemaal ons best, en dat is genoeg. Je hoeft niet hard te werken om geliefd te worden. Je bent al geliefd, gewoon omdat je leeft.”

Waar kunnen we beginnen?

“Begin met de mensen om je heen met compassie te omarmen. Al is het maar in gedachten. Fluister tegen jezelf: ‘Moge hij gezond zijn’ of ‘Moge zij zich beter voelen’. Als je in jezelf goede wensen fluistert voor anderen, zul je na een tijdje merken dat je geest rustiger, gelukkiger en gezonder wordt. Je gaat je meer met anderen verbonden voelen. Weet je wat het is: je hebt maar één geest en die kan geen twee tegenstrijdige dingen tegelijk doen. Als je compassie hebt met anderen, wordt het vanzelf ook eenvoudiger om compassie te hebben met jezelf.”

Nog één vraag, uit nieuwsgierigheid: hoe is het eigenlijk met die leraar van vroeger?

“Oh, we hebben nog steeds contact. Als ik hem zie, maken we grapjes. Ik heb het gevoel dat hij trots op me is en ik ben nog steeds dankbaar voor wat hij me leerde. Hij had vertrouwen in mij, ook toen ik een iets ander pad volgde dan gebruikelijk is voor een monnik. Hij zei: ‘Volg je hart’. Dat heb ik gedaan en ik heb het ongelofelijk naar mijn zin. Moet je zien, ik ben nu te gast in Amsterdam, ik loop hier over de grachten, ik mag mensen helpen, in de School of Broken Hearts. I really like where I am!”

Meer Happinez?

Door anderen gelezen